Ketelbink SALCO TROMP MEESTERS KUNSTVERZAMELAAR (1930-2006)

Een verzameling kunstwerken en prullaria bood Salco Tromp Meesters bescherming tegen de boze buitenwereld...

DOOR PETER BRUSSE

Salco Tromp Meesters, op 16 november op76-jarige leeftijd overleden, was een telg uit een gegoede familie ,die na zijn studie Nederlands in Leiden, jarenlang als ketelbink eropuit trok op de wilde vaart en, met verlof aan wal, een grote, eigenzinnige kunstverzameling aanlegde; eigentijdse Nederlandse kunst, omdat, zei hij ‘Ik niet van reizen houd’.

Aan boord schreef hij iedere dag brieven en briefkaarten over de bemanning, de havencafés, literatuur en kunst als enige redding in het leven.

Hij gaf geweldige, dronken feesten die niemand kon vergeten, bleef ongetrouwd en toen een grote liefde, bij hem kwam wonen, schreef hij haar: ‘Ik ben geboren om jou te leren kennen en weer te verliezen.’

Hij werd in Velp geboren, als de jongste van drie kinderen in een kunstzinnig en intellectueel gezin met Breitners aan de muur. Zijn vader was advocaat. De Tromp Meesters kwamen uit Steenwijk waar ze eens een houtzagerij hadden.

Salco was 7 toen zijn vader, op kerstavond, verongelukte. Aan het eind van de oorlog werd het gezin geëvacueerd naar de Veluwe, waar Salco sliep onder een dekentje dat hij later op al zijn reizen meenam. Hij was groot en stoer gebouwd, roeide en was een verwoed bergbeklimmer. Als student in Leiden was hij ‘vier jaar ingeschreven’ zoals hij zei.

Hij kreeg een erfenis en kocht zijn eerste kunstwerken, ‘zonder ook maar een moment te denken aan een verzameling’. Uit verzet tegen zijn familie werkte hij twee jaar in de Rotterdamse haven. Hij wilde naar zee, maar werd niet aangenomen: Opleiding en afkomst waren te hoog.

Uiteindelijk fietste hij naar Noorwegen, waar hij wél een schip vond. ‘Met een bom duiten’ kwam hij in 1967 terug van zijn eerste reis en het verzamelen begon. Als hij ontroerd werd door een kunstwerk, moest hij het kopen. Soms zat hij dagen op de stoep van een kunstenaar, liet zich niet wegsturen en betaalde wat werd gevraagd. Er ontstonden talloze intense vriendschappen die hij, lastig als hij was, ook op de proef stelde.

Hij woonde in een zomerhuisje op de Veluwe en de merendeels grote kunstwerken, uit de jaren zestig en zeventig, gaf hij in bruikleen aan Museum Van Bommel en Van Dam in Venlo: ‘Er moeten zo veel mogelijk mensen van genieten’. Als het geld op was, fietste hij weer naar Noorwegen. Hij kreeg last van zijn arm, moest de zee vaarwel zeggen en schreef een paar jaar kunstrecensies.

In 1980 werd hij directeur van het kunstcentrum De Krabbedans in Eindhoven. Hij werd niet overal gewaardeerd, zat veel in het café en had meer belangstelling voor onbekende dan bekende kunstenaars. ‘Grote namen redden zich zelf wel.’ Daarom ook had hij erfstukken, Breitner, Jan Sluijters en Picasso ‘geruild’ voor werk van beginners.

Hij werd wegbezuinigd en de kunstverzameling, zijn levenswerk, vond hij zo slecht onderhouden dat hij alles uit woede en frustratie naar de veiling bracht. Een gestolen schilderij kwam terug en hij verkocht het meteen. Met de opbrengst (twintigduizend gulden) vierde hij op een kasteel in België uitbundig zijn 65-ste verjaardag.

Hij kon het verzamelen niet laten, zijn huis in Eindhoven kwam vol te hangen met honderden kleine kunstwerken en prullaria die hem beschermden tegen de boze buitenwereld. Hij straalde toen een vriendin vertelde te hebben gevraagd hem in deze rubriek te herdenken. ‘Daar verheug ik me op.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden