Review

Kern van Zweefduik schuilt in schittering van details

De kern van Wilfried de Jongs verhalen schuilt niet in de heftige gebeurtenissen maar in de schittering van de details. Met sublieme zinnetjes zet hij zijn personages neer in vervreemdende situaties.

Steeds minder heeft Wilfried de Jong grote effecten nodig om zijn personages binnen het bestek van enkele pagina's een vervreemdende situatie in te manoeuvreren.

In zijn nieuwe bundel Zweefduik zijn ze er nog wel, heftige gebeurtenissen en schokken, maar ze vormen eerder de omlijsting dan de kern van zijn verhalen. Die schuilt namelijk in de schittering van de details. Een jongen van 19 heeft net zijn eerste eigen autootje (beige VW 1300), hij slaat in de discotheek zowaar een meisje aan de haak, en met zijn verse verovering rijdt hij prompt het kanaal in.

Dan komt het: 'Het water steeg tot aan het dashboard. Tussen mijn borst en het stuur dreven twee volle zakjes chips die ik bij de toiletjuffrouw van de discotheek had gekocht; één naturel, één paprika.' Wat een lieve zieligheid, die nog ongeopende zakjes die hij had gekocht voor onderweg, zodat het meisje, wier naam hij nog niet eens kent, laat staan haar chipsvoorkeur, had kunnen kiezen.

Wilfried de Jong

Zweefduik. Podium; 170 pagina's; 19,90 euro

Maar ze is al bewusteloos. Drie weken later is ze weer bij haar ouders thuis, ontslagen uit het ziekenhuis waar de schuldbewuste jongen haar niet op mocht zoeken. Hij belt aan, en moet binnen op de bank tegenover moeder en dochter zitten.

Dan schrijft De Jong: 'Ik pakte mijn glas van tafel en zag aan de oppervlakte de sinas trillen.' Er zit veel teders in dat sublieme zinnetje, waarin de autorijdende lover wordt teruggebracht tot een bevend rietje met een glas sinas.

Voor de mannelijke protagonisten van De Jong zijn vrouwen wonderlijke wezens van wie je nooit goed hoogte krijgt.

In nachtelijk en snikheet Rome glijdt een man in zijn onderbroek heimelijk een bassin in. 'Op de bodem waren lampen aangebracht.' Dat lichtschijnsel wordt pas echt filmisch als er een auto stopt, en de jonge vrouw die achter het stuur zat zich eveneens in het bassin laat zakken, met ook nog een stuk zeep aan een koord bij zich. Die komt hier vaker.

Verderop in het verhaal zit de man bij haar in de auto. 'Door het licht van tegenliggers kreeg Anna steeds een ander gezicht.' Er gebeurt veel op de tien pagina's van 'Zeep', maar de mengeling van nabijheid en onbenaderbaarheid is door die twee lichtscènes al fraai gemarkeerd.

Mannen zitten ogenschijnlijk simpeler en vertrouwder in elkaar. Maar ook die kunnen van jofele vrienden ineens een zijweg inslaan en onaangenaam worden, of gevaarlijk. Eigenlijk zit er in iedereen een vreemde, lijken de mannen van De Jong telkens te moeten ervaren. Ook in jezelf.

'In nachtelijk en snikheet Rome glijdt een man in zijn onderbroek heimelijk een bassin in.' Beeld Hendrik Sorensen / Getty

De man in 'Vlees' die bij de slager staat en een telefoontje krijgt van het verzorgingstehuis ('Uw vader is overleden, kunt u direct komen?'), is op een doodgewone zaterdagochtend plotseling volkomen uit zijn doen.

Aan zes pagina's heeft De Jong genoeg. De zoon komt zijn vaders kamer binnen en ziet hem voor het eerst levenloos. De bekende is een ander geworden. 'Het grijze haar was de verkeerde kant op gekamd.' En dan volgen er nog een paar zinnetjes, uitmondend in een Noorse plaatsnaam.

Niks bijzonders aan. Maar door De Jongs schrijfkunst fungeert dat ene woord van negen letters als een gongslag, een roerend saluut.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.