KENNERS OVER DE MUZIEK VAN

Over één ding zijn ze het eens, de muziekspecialisten van 'de Volkskrant': Zappa zelf was de beste Zappavertolker. Maar wat blijft er van Zappa over als Dick Bakker en het Metropole Orkest zich aan zijn repertoire wagen?...

ROLAND de Beer (muziekredacteur, Zappaliefhebber): Burghoorn, jij was toch afgestudeerd op Zappa?

Alex Burghoorn (Zappaliefhebber, kunstverslaggever, eindredacteur Popjaarboek 1999): Ik zóu eerst afstuderen op Zappa. Ik wilde een compleet overzicht maken. Alle platen, alle partituren, alle tapes, alle snippers. Zo'n lijst is hard nodig, net als bij Mozart.

De Beer: De Burghoorn Verzeichnis. Dat is geen doctoraalscriptie, maar een levenswerk. En dan moet je ook eerst nog de weduwe vermoorden.

Burghoorn: Het is dan ook niet Zappa geworden, maar The Police.

De Beer: Het Nederlands Philharmonisch Orkest komt met 200 Motels. Wat mij nog voor de geest staat, is dat die Zappafilm met The Royal Philharmonic in de bioscoop kwam, en dat Elly de Waard in haar Volkskrant-recensie haar collega Hans Heg uitnodigde de klassieke invloeden op Zappa eens na te trekken. Het zou 'spekje voor het bekje' zijn van elke Stravinsky-liefhebber.

Hans Heg (Zappaliefhebber): Ik ben toen gaan kijken en schreef: 'Geef mijn portie spek maar aan Fikkie.' En daar wou ik het graag bij laten.

Emile Wennekes (Zappaliefhebber, criticus klassieke muziek): Mijn Zappa's, dat zijn niet die megalomane orkestdingen, bah.

Menno Pot (popcriticus): Zappa in het Holland Festival, daar is natuurlijk niets tegen. Mijn probleem is, ik vind veel werk van Zappa totaal onbeluisterbaar. Ik ga er niet heen.

Gert van Veen (popcriticus, Zappaliefhebber): Ik vind Zappa een rijk uitgangspunt. Maar je kunt moeilijk zeggen dat het festival door Zappa te presenteren met beide benen in de moderne tijd staat.

De Beer: Er doen heel betrouwbare popmusici aan mee, die nog met Zappa hebben gewerkt.

Van Veen: Dat legt wel gewicht in de schaal, maar het is toch een afgesloten hoofdstuk.

Gijsbert Kamer (popcriticus, Zappaliefhebber): Treurig. Allemaal Zappa, maar dan zonder Zappa. Ingelijfd bij iets waar hij niet thuishoort. Het Metropole Orkest zal hem met geen mogelijkheid kunnen benaderen. Ik zie Dick Bakker alweer dirigeren, vreselijk. Het gekke is, in de popwereld hoor je niemand meer over Frank Zappa.

Frits van der Waa (klassieke muziek, Zappaliefhebber): Misschien komt het Metropole juist wel het dichtste bij de grote Zappa van midden jaren zeventig, toen hij met bigband-achtige bezettingen de meest fantastische dingen deed. Daar zit echt virtuozenwerk. Nota bene uitgewerkt toen hij in een rolstoel zat. Maar ja, wel met musici die én Zappa én de studio gewend waren.

Kamer: Als je het fout doet, doe het dan liever goed fout. Met een groot orkest dus, zoals het NedPhO, dat lijkt me spannender. En dan maar kijken wat er in al die wanhoop nog overeind blijft.

Van der Waa: Veel pop zal er niet meer in zitten bij het NedPhO. Hij is er zelf niet meer bij met zijn Mothers of Invention. Daarmee heb je een soort probleem van historische uitvoeringspraktijk.

Wennekes: Hoe 'klassieker', hoe minder Zappa.

Van der Waa: Dat is maar een beetje waar. Vóór 200 Motels was hij al bezig met een orkest. Op Lumpy Gravy staan een paar hele rare orkestmuziekjes. In 200 Motels schijnen dingetjes te zitten die hij al opschreef voor hij überhaupt een rockband had. Maar het typische van Zappa is dat hij van de ene stijl naar de andere hopt. Zapmuziek. En het vreemde van orkesten: zelfs al spring je van de ene stijl naar de andere over, dan valt bij een symfonieorkest dat verschil weg. Zijn grilligheid is daar niet op over te brengen.

De Beer: Dat ligt niet aan het orkest. Zappa was geen kenner van het orkestidioom. Hij deed er weinig mee. Hij vond het van zichzelf al exotisch genoeg, die rare symfonische dinosaurus.

Wennekes: Zappa en het Ensemble Modern, daar werkt het wél. Daar is de muziek op een slankere leest geschoeid.

Van der Waa: Bij Pierre Boulez en het Ensemble Intercontemporain ging het ook. Die speelden iets dat Zappa zelf helemaal in partituur had gebracht. Daarna begon zijn kluizenaarstijd, met componeren aan het synclavier. Het Ensemble Modern heeft hem vervolgens weer uit zijn tent gelokt.

Kamer: Wat ik jammer vind, is dat het festival de Grandmothers er niet heeft bijgehaald. Ian Underwood en andere ex-bandleden van Zappa, die spelen nog steeds. Doodzonde.

De Beer: Kortom, Frank Zappa en de viool...

Burghoorn: Het heeft iets bedenkelijks. Zoiets als het London Symphony Orchestra en de Rolling Stones. Het Kronos Kwartet met Jimi Hendrix. Als gebaar is het wel sympathiek, maar de middelen...

Heg: Zappa is 'klassiek' in het metier waarin hij klassiek is, de rock.

De Beer: Maar dat werd hij juist door naast de rock te gaan staan en er van alles en nog wat op los te laten.

Van Veen: Het mooiste is Zappa als hij iets maakt van iets anders. En er dan maar weer dwars doorheen spelen, dat is Zappa op z'n best.

Van der Waa: Zijn metier is de collage. Monteren, daar is hij echt groots in.

De Beer: Monteren? Het eerste wat ik deed, toen Uncle Meat in '69 of '70 uitkwam, was deze weergaloze plaat op een spoelenband zetten, en al het geklets ertussendoor weglaten. Het hele gekwek van Suzy Creamcheese, kssjt eruit.

Van der Waa: Dat zou ik ook wel eens willen: een tape met alleen maar orkestmuziek. Of een tape met alleen maar slagwerk. Wel een heidens karwei.

De Beer: Zappa zei aldoor dat Webern en Varèse zijn grote invloeden waren. In zijn muziek hoor ik dat bijna nergens. Het leuke is dat zijn meesterschap uiteindelijk in de melodie zat en in het ritme. In die onmogelijke fantastische unisono's. Met als refrein steeds maar weer het ironiseren van het platvloerse.

Van der Waa: Als ik naar The Black Page luister, hoor ik wel degelijk Varèse. Op Zappa in New York staat dat stuk in drie versies. De eerste helemaal kaal, als een geraamte. Echt Varèse. Dan komt er een deuntje bij. En dan is het plotseling een New Yorkse discodreun. Geniaal.

De Beer: Als we de violen laten voor wat ze zijn, en 'klassiek' nu eens definiëren als 'opnieuw vertolkbaar'. Ook als de maker er niet meer is.

Pot: Het is muziek waar vertolkers steeds mee uit de voeten kunnen. Het zal nooit een slappe hap worden. Geen karaoke-café zoals bij de Beatles.

Van der Waa: Opnieuw vertolkbaar, dat is onhelder bij Zappa. Hij was zelf voortdurend van alles aan het veranderen en zichzelf aan het verbeteren. Heel Amerikaans, net als Charles Ives, alleen deed die het op papier.

Van Veen: Als hij naar het Holland Festival kwam - hij zou het met niemand eens zijn, voortdurend slaande ruzie hebben en waarschijnlijk ook nog eens alles afkeuren.

Kamer: De keuzes komen toch voornamelijk uit de klassieke jaren zeventig. Ik kan me niet voorstellen dat hij ze zelf nog zou uitvoeren.

Van der Waa: Hij heeft Peaches and Regalia wel drie of vier keer op de plaat gezet. Met aldoor weer andere gitaarsolo's.

De Beer: Die lange gitaarsolo's sloeg ik ook vaak over.

Wennekes: Hij had niet de bagage van werkelijk begaafde gitaristen. Het was wel een gitarist met een originele kijk, die van zijn zwakten een sterk punt kon maken. Zoals in Shut Up And Play Yer Guitar.

Van Veen: Zijn gitaarspel vind ik beter dan van Clapton. Vol verrassingen.

Van der Waa: Hij bleef een echte improvisator. En entertainer.

Van Veen: Is er een toekomst voor Zappa zonder Zappa?

Burghoorn: Wat het Ensemble Modern doet, klopt met de Zappastijl.

De Beer: Maar niet met de Zappageest. Er is toch een verschil tussen de bassist Roy Estrada van The Mothers, en de contrabassist Klaus-Jürgen Jungheinrich, of zo, uit Frankfurt.

Burghoorn: Maar door wat Zappa met het synclavier deed, kon hij ontsnappen aan zijn muzikanten.

Wennekes: Het Ensemble Modern had zijn wederopstanding kunnen betekenen.

Van der Waa: Als hij niet te vroeg was doodgegaan. Als hij tien jaar méér had gehad, dan had hij de omslag kunnen maken.

Burghoorn: Nu blijven het toch allemaal een soort liedjes. De Beer: Het Ensemble Modern heeft na The Yellow Shark kennelijk nog maar één authentiek Zappaverrassinkje in petto, een arrangement van Greggery Peccary. Verder hebben ze dertien bewerkingen laten maken die niets meer van de Zappa-originelen hebben.

Burghoorn: Eén keer met de meester gewerkt, en voor de rest van het leven gelegitimeerd... Nou ja, misschien is het wel prachtig.

Van der Waa (46): Zijn vroege werk was steeds weer een totale verrassing, van plaat naar plaat. Het eerste wat ik van hem hoorde, was We're Only In It For The Money. In '68, ik was er vrij snel bij. In de jaren tachtig ging hij zichzelf herhalen. Maar met dat Synclavier-werk werd het weer spannend en bizar.

Wennekes (36): Mijn Zappa is de Zappa van de jaren zeventig, de sophisticated Zappa, die van Apostrophe en Joe's Garage.

Pot (25): Zijn praatjes over hippies zijn van voor mijn geboorte, maar ik heb de San Francisco-zomer helemaal uitgeplozen dus ik begrijp ze wel.

Van Veen (45): Mijn eerste Zappa was Hot Rats. Ongelooflijk. In de punktijd heb ik hem losgelaten.

De Beer (49): Tijd voor Teenagers, Herman Stok. Who Are the Brain Police, toen niemand wist dat eentje van de 'Mothers of Invention' Frank Zappa heette.

Kamer (36): 1980, Ahoy' Rotterdam. Het is me altijd bijgebleven.

Burghoorn (28): Ik ben geboren na Hot Rats. Maar sterker nog, ik hád er in '88 bij kunnen zijn, bij zijn laatste optreden in Nederland. Gruwelijke gedachte: een van de beste late Zappa-albums is The Best Band You Never Heard In Your Life.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden