Recensie Oorlog in de collegebanken ***

Kempermans boek is wat houterig geschreven, maar is de moeite waard om de vragen die hij stelt bij het studentenverzet in 1940-1945


Hij werd hét symbool van het universitaire verzet tegen de bezetter: Rudolph Cleveringa, de hoogleraar rechtsgeleerdheid die op 26 november 1940 een vlammende rede hield in het Leidse Academiegebouw, nadat zijn collega Eduard Meijers en anderen door de Duitser waren ontslagen omdat zij Joods waren. Drie dagen eerder was het de Delftse student Frans van Hasselt geweest die in een toespraak had geprotesteerd, nadat professor Josephus Jitta was ontslagen.

De mythe wil dat daarna onder studenten een massale staking uitbrak, en dat ook later het verzet onder de studenten gedurende de oorlogsjaren groot en heroïsch is geweest. Ten minste één groep jonge honden die zich niet had later vernederen: dat gaf de lamgeslagen soms ook beschaamde burger na 1945 hoop.

Jeroen Kemperman: Oorlog in de collegebanken – Studenten in verzet 1940-1945

Boom, 364 pagina’s; € 29,90.

Die mythe klopt niet helemaal, blijkt uit Oorlog in de collegebanken van NIOD-onderzoeker Jeroen Kemperman. Zeker, in 1940 riepen de studenten landelijk op tot staken. Relatief veel studenten gingen in het verzet – ze waren jong en avontuurlijk, en hadden nog geen banen en gezinnen. Velen waren actief in spionagegroepen en bij de illegale pers of hielpen bij het verbergen van Joodse kinderen. Ruim vierhonderd studenten kwamen om. Mede dankzij studentenacties weigerde 85 procent van studenten in 1943 de loyaliteitsverklaring te tekenen, waarin zij moesten beloven zich ‘te onthouden van iedere tegen het Duitse Rijk gerichte handeling’.

Maar op dat ‘massale’ verzet valt wel iets af te dingen, volgens Kemperman. De Leidse universiteit bleef weliswaar tot het einde van de oorlog gesloten, maar veel Leidse studenten schreven zich in bij andere universiteiten. Voor velen, ook aan andere universiteiten, was het opgeven van hun studie en toekomstperspectief een stap te ver. Wat zouden ze ermee winnen? En was sluiting van de universiteit niet precies wat de Duitsers wilden? ‘Het is wonderlijk zoveel argumenten de zwakheid steeds voor eigen houding vindt’, schreef het verzetsblad De Geus.

Kempermans boek is wat houterig geschreven, maar is de moeite waard om de vragen die hij stelt. Zoals: ging het wel om bekommernis met de Joden? ‘Het vroege verzet is (…) is eerder te karakteriseren als een collectieve uiting van afkeer van de Duitse bemoeienis met de universiteiten en de studentenverenigingen dan als een poging het tragische lot van het Joodse universitaire personeel en de Joodse medestudtenten af te wenden.’ Er waren grote helden onder de studenten, en ook veel wegkijkers, goedpraters en lafbekken. Daarmee leken ze toch sterk op de rest van Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.