Keith Lowe geeft op basis van ooggetuigen breed antwoord op de vraag: hoe heeft WO II ons veranderd?

De Britse historicus Keith Lowe haalt vrijmoedig de bezem door vele naoorlogse mythen. Mede op basis van verhalen van ooggetuigen laat hij zien hoe de Tweede Wereldoorlog ons heeft veranderd.

De vaststelling dat de Tweede Wereldoorlog nog volop present is in het collectief bewustzijn, is onderhand een platitude van monumentale omvang. Maar wat zijn de mentale residuen van die oorlog precies? Hoe kijken mensen in verschillende windstreken erop terug? Welke institutionele veranderingen vloeien eruit voort? Hoe heeft de Tweede Wereldoorlog ons, kortom, voorgoed veranderd? In Angst en vrijheid geeft de Britse historicus Keith Lowe (1970) een veelomvattend antwoord op die vraag. Mede op basis van verhalen van ooggetuigen.

Het resultaat van die ambitieuze exercitie is bij vlagen adembenemend. Lowe maakt inzichtelijk hoe en in welke mate de oorlog van onze (over-)grootouders nog nagalmt in de wereld zoals wij die kennen. Hoe over de oorlog werd gepraat en gezwegen. En dat de vermaningen die er ooit van uitgingen aan kracht hebben ingeboet - getuige het herlevend nationalisme in Europa, het continent dat zich de lessen van de oorlog bij uitstek ter harte had genomen.

Enerzijds was de Tweede Wereldoorlog een oorlog van superlatieven. De eerste oorlog waarbij meer burgerslachtoffers vielen dan slachtoffers in uniform. Een oorlog die zo verwoestend was, dat ooggetuigen er in apocalyptische termen over spraken. Hij eiste 50- à 70 miljoen mensenlevens en kostte per bewoner van deze planeet 640 dollar. Maar in hun ontzag voor het 'blauwachtig witte' licht van de eerste atoombom, voor de vuurzee die in 1943 Hamburg verteerde, en voor de doodse stilte tussen de ruïnes van Stalingrad hadden de ooggetuigen ook de - begrijpelijke - neiging om de schaal van verwoesting te overdrijven.

Aan het grootste deel van de wereld ging de oorlog echter voorbij. Dat gold niet alleen voor de continenten die van oorlogsgeweld verschoond bleven, maar ook voor Europa. 'De meeste kleinere stadjes en dorpjes in Duitsland bleven toevluchtsoorden van vrede tot het einde van de oorlog', stelt Lowe vast. 'Zelfs steden als Dresden, dat volgens de planners 'pas na minstens zeventig jaar' geheel hersteld zou zijn, werden snel opgelapt en functioneerden een paar jaar na de wapenstilstand alweer.'

De Tweede Wereldoorlog heeft, op de plaatsen waar hij heeft gewoed, talrijke mythes gecreëerd. Over de schaal van de vernietiging. Over martelaren, over de barbarij van de daders en over de eerzaamheid van de bevrijders. De Amerikaanse infanterist Leonard Creo, die was ingezet bij de bevrijding van Europa, was zo'n bevrijder - een held, per definitie. Hij werd gedecoreerd met een bronzen ster, hij werd na thuiskomst door zijn dankbare landgenoten met alle egards bejegend, en hij genoot allerlei privileges, zoals een schappelijke hypotheekrente en gratis toegang tot hoger onderwijs. Over dit eerbetoon is hij zich, met het vorderen der jaren, steeds meer gaan verbazen. Want hij deed slechts 'wat iedereen in die omstandigheden zou doen. Dat was wat je deed als je niet wegrende'.

Tekst gaat verder onder de illustratie.


Angst en vrijheid - Hoe de Tweede Wereldoorlog ons voorgoed veranderde

Keith Lowe

Non-fictie

Uit het Engels vertaald door Fred Hendriks.

Balans; 551 pagina's; euro 27,50.

Beeld Silvia Celiberti

Op het heldendom van de geallieerde soldaten - die in de Amerikaanse mythologie 'de beste van alle generaties' vormden - is ook op een andere manier wel wat af te dingen: vele tienduizenden 'verlieten hun post' of leden aan zenuwaandoeningen. Anderen gingen zich, ook in gebieden die op nazi-Duitsland waren veroverd, te buiten aan plunderingen en verkrachtingen. Niet op de schaal waarop dat gebeurde in de landen die door het Rode Leger waren bevrijd, maar toch: de morele pretenties stonden nogal eens op gespannen voet met de grimmige werkelijkheid. Zo beklaagden Franse burgers zich erover dat hun meer schade was toegebracht door plunderende geallieerden dan door Duitsers tijdens de bezetting.

Anderzijds waren er daders die zich na de oorlog tot vredesstichters ontpopten. Zoals de Japanse arts Yuasa Ken, die vivisectie had verricht op Chinese burgers - maar na 1945 nochtans in China bleef wonen, niet beducht voor bestraffing omdat hij slechts gedaan had wat hem was opgedragen. Na de communistische machtsovername werd hij alsnog vervolgd en, na vijf jaar gevangenis, uitgewezen naar Japan. Hier schreef hij over zijn daden en voerde hij een - vergeefse - strijd voor een meer schuldbewuste omgang met het Japanse oorlogsverleden. Zijn collega-arts Nagai Takashi nam nog meer afstand van de nationale slachtoffermythe door zich dankbaar te tonen voor het brandoffer aan de vrede dat Hiroshima en Nagasaki hadden mogen brengen. Hiermee zou een nieuw tijdperk van rede en waarheid zijn ingeluid, profeteerde hij - alvorens zelf als stralingsslachtoffer te overlijden.

En zo haalt Keith Lowe vrijmoedig de bezem door vele naoorlogse mythen. Dat de Joodse overlevenden van de Holocaust na hun repatriëring weinig mededogen ontmoetten, wisten we al. Niet dat ze door geallieerde instanties als lastig, veeleisend en ondankbaar werden ervaren. En al helemaal niet dat ze in de jonge staat Israël een slechte reputatie genoten. David Ben-Goerion, de eerste minister-president van de Joodse staat, omschreef hen als 'hardvochtige, kwaadaardige en egoïstische mensen' die door hun beproevingen 'elk goed deel van hun ziel' hadden verloren. Tegenover de Joden die zich voor de oorlog al in Palestina hadden gevestigd, moesten zij zich verantwoorden voor het feit dat miljoenen zich 'als makke schapen naar de slachtbank' hadden laten voeren, en voor het 'ethisch compromis' dat zij zelf hadden moeten sluiten om aan dit noodlot te ontkomen. Omgekeerd verweten Holocaust-overlevenden de Joden in Palestina niets te hebben ondernomen ten behoeve van hun vervolgde geloofsgenoten in Europa: 'Jullie dansten de hora terwijl wij in de crematoria werden verbrand.'

Pas in de jaren zestig raakte de Holocaust nauw verknoopt met de identiteit van Israël als 'laatste toevluchtsoord voor de Joden'. Onder critici van Israël is de opvatting in zwang geraakt dat het slachtoffer van de nazi's zich steeds meer als dader is gaan gedragen. 'Nu is er een nieuwe mythe ontstaan: Israël is niet langer een natie van helden of slachtoffers, maar een natie van misdadigers.' Die mythe is werkzaam tot ver buiten de Arabische wereld, schrijft Lowe. 'Zelfs gewone politieke partijen leggen tegenwoordig de link tussen Israëliërs en nazi's.' De klankkast van de geschiedenis is grillig van vorm en produceert soms heel curieuze vervormingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden