Kees Prins

'Humor, ik begrijp er niks van. Mensen die ons leuk vinden, melden in een adem dat ze Paul de Leeuw en Ook dat nog zo enig vinden....

Als uitgekauwde kauwgum, zo floept na een uur praten de naam van Paul de Leeuw uit zijn mond. 'Walgelijk wat die man met zo'n Songfestival doet. Zó slap. Zó voor de hand liggend. Zó niks. En natuurlijk is die toestand omarmd door de nichtenscene, wat wil je. Omdat Het Songfestival Goed Vinden namelijk ook al camp geworden is.

'De Leeuw is een cliché van zichzelf. Hij zegt zoiets als: ''Geef op die microfoon, anders ga je maar naar Oostenrijk''. Daar moet iedereen vréselijk om lachen, omdat ze denken: hij zal wel verwijzen naar Haider. Of hij kakelt: ''Ja, daar had Loekie Knol ook al last van''. Totáál lege opmerkingen waarvan het publiek denkt: hij heeft vast iets intelligents gezegd! Ik snap niks van Paul de Leeuw, van die verheerlijking. Zijn publiek reikt amper verder dan nichten en Hema-verkoopsters. Maar hij wordt door heel intellectueel Nederland omhelsd als een van hen. Ziet dan niemand dat het alleen maar opgeklopte lucht is?

'Humor, ik begrijp er sowieso niks van! Mensen die zeggen dat ze ons leuk vinden, melden in een adem door dat ze Paul de Leeuw en Ook dat nog ook zo enig vinden. Dan denk ik: is dat ons publiek? Daar klopt toch niks van? Ook dat nog is het meest gruwelijke wat ooit door televisie is voortgebracht. Gregor Frenkel Frank, Sylvia Millecam, en hoe ze ook heten, moeten een gek typetje doen, een stemmetje, maar kunnen dat volstrekt niet - misschien op Sjoerd Pleysier na, maar dat is dan ook een beroepsacteur. En héél Nederland vindt het fantastisch.

'Ik kijk ernaar en stel vast: jij kan totaal niks. Daar zakt mijn broek van af. Zo'n Millecam is verschrikkelijk, die gaat mijn bevattingsvermogen te boven. Blijkbaar heeft het Nederlandse volk een slechte smaak wat humor betreft.'

- En dáárom zijn jullie ook zo razend populair, probeer ik maar eens tegen Kees Prins van Jiskefet.

Het blikje Heineken, onderweg naar zijn lippen, daalt bij een schaterlach weer neer op de Jiskefet-brainstormtafel. 'Jaaaah! Daarom zijn wij zo populair. Maar ons publiek bestaat niet uit nichten en Hema-verkoopsters. Het is gek genoeg vooral jongenshumor gebleken, dus begint het al bij middelbare scholen. Meisjes vinden er niet zo veel aan. Wat wij doen is ook een beetje kwajongensachtig. Zodat ik wel eens denk: Kees, Herman, Michiel: hoe oud zijn jullie nou? Hallo? Wanneer worden jullie nou eens vol-was-sen?'

De balans is er dan ook naar, na tien tv-seizoenen. Uit het venster urinerende studenten-lullo's garandeerden een Jiskefet-topper waarvan de echo nu, een paar jaar later, nog bij vlagen na-klatert. En vorig seizoen kregen de fans kennis aan Tante Poes (Michiel Romeyn) uit de Jordaan die haar genitaliën wilde laten liften: in Connecticut, of all places. Zelf hervond Cornelis Willibrordus Maria Prins (43) zich als de skybox-proleet, die, in wit pak gestoken, diepe onzin uit het new age-jargon debiteert.

Aan ideeën geen gebrek bij het cult-trio der vpro. En dat was wel eens anders. Inzinking zus, sabbatical zo. 'Waarna we vol goede moed begonnen en zestien uitzendingen maakten. Maar halverwege de rit leek het ineens uitzichtloos te worden. Waar het aan lag weet ik niet. We zijn als drie kwajongens begonnen; om ons af te zetten tegen alles wat je om je heen ziet. En dan komt er een moment waarop je merkt dat je je alleen nog maar aan het afzetten bent tegen jezelf. De ene dag verzonnen we een item en de volgende dag zei een van ons: maar dat hébben we al eens gedaan, jongens. En beter ook.'

Je moet niet het ene succes proberen te overtreffen met een ander, weet Prins, de schipbreuk verklarend van het coc-schip: pijnlijk geflopte satire. 'We wisten totaal niet meer wat we op dat dure decor stonden te doen. We hebben ons lesje geleerd. We gaan nu pas wat voor tv maken, als we daadwerkelijk wat hebben uitgesponnen. In plaats dat je automatisch de toegewezen zendtijd moet gaan vullen, zo van: effe kijke wat we nu weer eens zullen verzinnen.'

Inmiddels lijkt Jiskefet (Fries voor vuilnisemmer) wel een postorderbedrijf dat in videohits grossiert. Aanvragen komen terecht in een bedrijfspand in de Amsterdamse Jordaan, waar water uit het plafond drupt. Meneer Muiser, de boekhouder, vult er onverstoorbaar zijn cijfertabellen in. Er staat een elektrische stoel die er akelig echt uitziet. De juffrouw met uilenbril van de telefoon is al naar huis. Jiskefet bv. 'Het is een misverstand te denken dat dit een goudmijn is. Je kunt de kosten bijna tegen de opbrengst wegstrepen. Het is de vraag of wij dat wel willen, een bedrijf. In die discussie zitten we nu. Jezus, we zijn toch nooit begonnen om een bedrijf te worden?'

Irritatie als drijfveer, die blijft overeind. Dus zijn Prins c.s. ('we hebben nooit ruzie met elkaar') nu drie dames met noordelijke tongval die in het buurthuis vergeefs het begrip multiculturele samenleving pogen uit te leggen. 'Je kunt er zo veel in kwijt wat je zelf niet zou durven zeggen. Omdat het zo politiek correct is, of juist niet. We gebruik'n die figuur'n om ons ongenoeg'n te ventileer'n, za'k maar zegg'n.'

Toegegeven, er is een trend in zowel het nadoen van noordelijke accenten als het zich hullen in vrouwenkleren door mannen. Maar dit gegeven schrééuwde erom, toch? Lijzig: 'Omdat het in de provincie vaak vrouw'n zijn van wie de mann'n 's avonds tv zitt'n te kijk'n. En die vrouw'n vind'n dat er heel wat verander'n moet in deze wereld.'

Ongeschoren. Rusteloze handen die beurtelings potlood, penseel, zakmes en viltstift grijpen of bierblikjes indeuken. Jawel, mensen aan het lachen maken, dat ontdekte hij al op z'n elfde. Met stemmetjes. Meneer De Uil van de Fabeltjeskrant. Prins Bernhard. De rector van het atheneum, later. Ofwel: hoe onderscheid ik me in een gezin met acht kinderen. Zijn vader, hoofdagent van politie te Heemstede, was autoritair en kon prachtig zingen. 'Maar daar heeft-ie nooit iets mee gedaan. Op zondag stond hij wel in de Onze Lieve Vrouwekerk te blèren en ik stond er naast, me diep schamend voor die man.

'Ik heb altijd in bands gezongen. Een jaar of vijftien geleden zei mijn moeder daar iets aardigs over en toen sneerde hij: "Dat zingen van jou wordt nooit wat. Je rookt te veel en je drinkt te veel." Toen dacht ik: o, dát is jouw frustratie geweest! Want naarmate hij ouder werd, kon hij niet meer zingen en liep hij z'n Bach-cantates maar te fluiten. Omdat hij zijn stem kapotgerookt en -gedronken had. Ik rook en drink trouwens zelf ook te veel.

'Zingen in schoolbandjes, die ouwe vond het allemaal niks wat ik deed. Kon zich er niet in verplaatsen. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg: dat is me met de paplepel ingegoten. Vooral middelmatig zijn. Alles aftoppen. Toen ik op school voor het eerst iets in een schriftje had leren schrijven en dat trots aan mijn vader liet zien, was de reactie: ''Wat zijn toch al die rare haaltjes? Dat lijkt me maar niks, hoor''.'

Niet voor niets zal Kees Prins later beklemtonen: 'Op toneel staan, daar zit een roep om aandacht in. Aandacht die je waarschijnlijk ergens tekortgekomen bent.' Als muzikant in de schoolband had hij in ieder geval een meisje. 'Dat was dan dat, dan was er niks meer te doen. Maar op de Kleinkunstacademie in Amsterdam heb ik de schade qua meisjes wel ingehaald. Tussen allemaal losgeslagen studerenden uit de provincie in de grote stad, dan is het snel gebeurd met een slokje bier op.'

Zijn drankzucht komt voort uit verlegenheid. Hij erkent het met een zucht. En dan neem je al snel je toevlucht tot een imitatie. 'Dat is mijn tweede natuur.' Dat lullo-gedoe stoelt nog vaag op jeugdfeestjes; bij Aerdenhoutse pubers thuis, voor wie paps en mams een avond de deur uitgingen. 'In moreel opzicht zijn we naar ons eigen gevoel te ver gegaan bij de lullo's: in de aflevering waarbij de heren studenten bij het uitslapen van hun roes nota bene worden gestoord door arbeiders die op straat aan het werk zijn. Dan gooien we de pizzabezorger, héél studentikoos, vier hoog het raam uit. Maar geen kijker die protesteerde!'

Wraakneming op een milieu dat meent zich van alles te kunnen permitteren: dat is het zeker. Met afkeer: 'Kom je in eettentjes en kroegen die je leuk vindt, staat er op een dag een corpsbal aan de bar. Dan denk je: ojé, het zal toch niet? En ja hoor: binnen twee weken is zo'n gelegenheid dan volledig overgenomen door de lullo-maffia. Denk je dat je het fenomeen corpsbal goed heb aangepakt, heb je nog het meeste succes bij de corpsballen zelf. Zoals destijds ook met de persiflage op het kantoorleven, en later met het proletendom. Alleen maar schouderkloppen van lui die je denkt aan te pakken. Toch een raar fenomeen.'

Soms is hij jaloers op Arjan Ederveen, met wie Prins ooit De Duo's vormde. Maar het moet niet campy worden. En Wim de Bie? 'Zijn programma wordt beter, maar ik vind dat hij tegelijk met Kees van Kooten had moeten stoppen. Ik vind Wim niet de briljantste van de twee. Zijn partijtje is uitgeblazen. Het zich publiekelijk boos maken is een herhaling van wat hij altijd al deed. Dat zou hij toch niet meer moeten willen. Hij moet iets anders gaan doen.'

Is dat wel eens tegen de Drie van Jiskefet gezegd? Grijns: 'Nog niet, nee. We zeggen vaak tegen onszelf: nou weten we 't wel. Ik hoop dat we tijdig gewaarschuwd worden.'

Zelf leerde Prins bij het Werkteater vooral eigenwijs te wezen, zich door niemand iets te laten vertellen. Derderangs kletsmeiers genoeg. Acteurs zonder inhoud met de grootste mond over theaaaaater: 'Dat is het nieuwe kleren van de keizer-idee dat je bij Paul de Leeuw ook waarneemt, en zeker in het intellectuele circuit. Soms zit ik tien minuten bij een voorstelling en denk ik: ik moet hier weg, ik vind hier geen reet aan.

'Dat had ik ook bij Count your blessings van Gerardjan Rijnders. Rijnders is God, schrijft Hein Janssen van de Volkskrant. Goeie genade! Ik dacht: gooi maar in mijn pet. Ik ben wel eens na de pauze bij een voorstelling weggebleven. Dan krijg je te horen dat je niet collegiaal bent. Toch raak ik ook vaak ontroerd door toneel. Prachtig, wat Carver doet over de onmacht van mensen om zich een leven aan te meten; die vergeefs met elkaar proberen te communiceren, omdat ze zichzelf in de weg zitten.'

Neem de tragiek van Jordaan-zanger Johnny Jordaan, die zijn homoseksualiteit lang verborgen hield. Toen Prins de biografie van Bert Hiddema over de volksheld las, besloot hij: daar moet wat mee gebeuren. Met vriend Frank Ketelaar schreef hij het scenario voor een driedelige vpro-tv-serie die voor november gepland staat. Hoofdrol: Kees Prins. 'Ik heb een Johnny Jordaan-imitatie geprobeerd, maar die man is niet te imiteren, zo geniaal. Maar ik zing wel live in de film, wat wonderwel lukte. Johnny was de held van de Jordaan, hij had een vrouw en een kind toen hij ontdekte dat hij meer van mannen hield.

'Hij zei: ''Ik zou mijn linkerarm wel willen geven als het niet zo was, maar God heeft me zo gemaakt, dus ik zal er mee moeten leren leven''. Wat dat betreft leefde hij in de verkeerde tijd; ontdekte hij het op een verkeerd moment. Want hij was op het toppunt van zijn roem. We hebben tweeënhalf jaar naar de goede vorm gezocht. ''Vorm is inhoud'', zegt Frank. Ben ik het mee eens. Zolang je de vorm niet hebt, neig je naar vara-drama. Belabberd drama dus.'

En goed drama? Goede Tijden Slechte Tijden? 'Nou, dat is goed omdat het niet meer beoogt te zijn dan wat het is: simpele soap, geschreven voor debielen.' vpro-drama dan? 'Rrrrevolutionairrrr televisiedrrrama bedoel je! Oftewel de arrogantie van de intellectueel. Dat is het soms. Zo'n Paul Ruven die raar doet met de camera, maar het boeit voor geen meter. Die serie over de val van Brinkman was ook zo'n over het paard getild iets. Kijk, Frank schrijft een scène waar geen woord te veel in staat. Geen gezever. Geen bla-bla. Dáár kun je als acteur mee uit de voeten.'

Zingen was trouwens een oude wens van Prins, na de in stilte gesmoorde eersteling van zijn vroegere groep Moondogs. 'Een veredeld hobbybandje, dus dat die plaat niks deed was niet zo verwonderlijk. Het was al lastig om uberhaupt een repetitie te plannen. Je kan een band er niet even bij doen, je moet je voor tweehonderd procent inzetten. En bovendien werden we door Hilversum nagenoeg doodgezwegen. Of ze je wel of niet draaien, wordt uitgemaakt door twee mensen die over de radio-playlist gaan. Nee dus. Terwijl onze debuut-cd een topper was. Heette dan ook Diamond in the crowd.'

Liever komiek dan zanger wilde hij worden. Een Sonneveld, een Hermans. Het bleef bij parodie. 'We wilden Toon Hermans graag in een uitzending voor Amnesty International. We hadden een scène bedacht om hem in de coulissen als figurant heel lang te laten wachten tot ie op mag. Verkleed als Amnesty-kaars met zo'n stuk prikkeldraad er omheen. Toon Hermans heeft toen twee uur lang anekdotes zitten vertellen en aan het eind zei hij: ''Als ik het goed begrijp zijn jullie hier om te vragen of ik een kaars wil spelen.'' ''Eh, ja'', zeiden wij. Hij zei: ''Nou ik geloof toch dat ik daar iets te oud voor geworden ben.''

'Ik vind mijzelf wel eens irritant, om steeds maar weer te vluchten in een raar soort stemmetje zodra ik iets moeilijk vind om het gewoon te zeggen. Als het ware om te benadrukken: vat het maar niet te serieus op wat ik zeg. Dan denk ik: Kees, waarom doe je dat? Waarom moet je er nou weer een lolletje van maken? Jezus, ik word af en toe toch zo moe van mezelf.'

Voor commercials kan acteur Prins in elk geval putten uit een rijk stemmenarsenaal, daarbij allerminst gehinderd door zijn cultstatus. 'Reclame is hartstikke leuk om te doen. Maar als ik het niet in mijn agenda opschrijf, vergeet ik altijd meteen wat ik gedaan heb - behalve die voice over voor Mitsubishi, want die was niet eenmalig.' Met vrouw en twee kinderen woont Volvo-rijder Prins in 'een enorme cliché-kakbuurt' met, jawel, een hoog Volvo-jeep-dus Ons Soort Mensen-gehalte te Amsterdam-Zuid, 'al is er laatst nog een Rus doodgeschoten die een huis bleek te hebben van de maffia'.

'Ik ben intens saai, daarom vind ik het in een saaie buurt ook zo lekker.' Nog een wonder dat Kees P. de schandaalpers haalde. Tegelijk met ene Katja S., toevallig; na opnamen van de inmiddels geflopte speelfilm No trains no planes. Afgemeten: 'Maar dáár gaan we het niet over hebben.' (Later: 'Kom zeg, je werkt toch niet voor een roddelblad?')

...'Kijk, van de Jiskefet-drie voert Michiel doorgaans het woord. Die komt als een stoomwals binnen. Herman is ook vrij teruggetrokken. En door mijn verlegenheid ben ik geneigd te denken: laat anderen het woord maar doen.

'Mijn sterkste punt is dat ik goed kan luisteren, dat ik analytisch ben. Aan het eind van het gesprek kom ik dan met conclusies. Aan de andere kant is geslotenheid ook een handicap. Was ik niet zo verlegen, dan zou alles wat ik van m'n twintigste tot m'n drieënveertigste gedaan heb, zich in tien jaar tijd hebben afgespeeld. Dan zou ik niet steeds momenten waarop er beslissingen moeten worden genomen, voor me uit hebben geschoven.'

Gitaar speelt hij niet meer. 'Bij popmuziek had ik ooit het idee dat die ook gemaakt werd voor volwassenen. Wat ik nu hoor vind ik te kinderachtig voor woorden. Alleen voor kids. Pinkpop is één puberale kul. Op alle fronten is niveau trouwens geen norm meer. Sterker: hoe lager het niveau, hoe hoger het scoort. Kijk naar de walgelijke manier van journalistiek bedrijven door zo'n Willibrord Frequin. Met die Buch heb ik geen moeite. Die pretendeert niks meer dan: ik ben een gladjakker, ik wil geld verdienen met de seksindustrie. En dat is tenminste eerlijk.

'Bij de vara hebben ze alle opnamen weggegooid van Ja zuster, nee zuster. Maar waar vind je nog zulk niveau?' Piet Romer van het vergeten Stiefbeen en zoon - en toevallig grootvader van Prins' eigen vrouw Iris - is nog zo'n voorbeeld van ouderwetse kwaliteit. Kijk maar naar Baantjer. 'Verder is er een enorm tekort aan acteertalent op de televisie. Dat is pijnlijk duidelijk.'

Maar succes is ook niet alles, relativeert Prins, herinnerend aan zijn hilarische rol als leernicht Freek bij Seth & Fiona van Paul de Leeuw. 'Het probleem was dat ik in die serie populairder dreigde te worden dan Paul de Leeuw zelf. Paul had daar overigens geen probleem mee, dat moet ik hem nageven. We zijn er toen mee gestopt. Vooral omdat Jiskefet in het gedrang kwam. Want Jiskefet is toch mijn kindje, hoe klef dat ook moge klinken.'

In het Jordaan-café van zijn keuze, heeft stamgast Prins zojuist iemand tegen een niet onknappe vrouw horen opscheppen: 'Ik ga niet onder de duizend gulden per dag zitten werken.' Hij vraagt zich af: 'Wat zou dat toch voor beroep wezen? ...Dat verdomde geld, hè. Als we bij de vara gezeten hadden, hadden we twee keer zoveel verdiend. En vijf keer zoveel bij rtl5. Natuurlijk hebben we het daarover gehad. De uitkomst is dat je toch op morele bezwaren stuit. Het aanbod van commerciële omroepen ligt er al lang. We zijn er nooit op ingegaan.

'Maar jaaaaaah', klinkt het peinzend, 'we zijn natuurlijk ook niet Gekke Gerritje!

'Ach, straks begint iedereen z'n eigen omroep op internet. Jiskenet. Interfet. Dan ga ik lekker aquarelleren. Hoewel: ik loop al een tijdje rond om op regiegebied iets te doen aan voetballertjes van zestien, zeventien, die vanuit het niets miljonair worden. Die in handen vallen van malafide voetbalmakelaars. En die dat volstrekt niet aan kunnen, zodra ze zijn opgekocht door Barcelona, of Real Madrid. Dan is the sky the limit. Fascinerend, je ruikt het drama!

'Dat is toch heel wat spannender dan het bestaan van zo'n laffe lullo die opgroeit met de zekerheid ''ik erf straks lekker tig miljoen van pappie''. Zeg nou zelf.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden