Kees Prins: 'De televisieweide is inmiddels wel kaal gegraasd'

Kees Prins (62) is bekend van onder andere Jiskefet, Overspel en Bij ons in de Jordaan. Deze week verscheen een nieuwe Buurman & Buurman-film en in mei speelt hij samen met Pierre Bokma in de lunchvoorstelling Een man een man.

Kees Prins foto: Frank Ruiter Beeld Frank Ruiter

Een man een man, of Buurman & Buurman?

‘Dan kies ik voor ons toneelstuk Een man een man, omdat ik daar nu middenin zit. En omdat ik het, samen met cabaretier Roel Bloemen, helemaal zelf heb geschreven. Ik doe al dertig jaar een van de stemmen bij Buurman & Buurman, maar daar voeg ik iets toe aan wat anderen al hebben gemaakt. Een man een man is ons eigen idee. Het gaat over twee oude vrienden die met elkaar gaan eten. Een van hen gaat naar de wc, komt terug en is dan vergeten waarover ze het hadden. Dat is het. Dat kleine detail groeit uit tot een buitenproportioneel probleem. Het leuke aan het schrijven van dit stuk was dat er een onmogelijkheid in zit: je hebt twee mannen, een gaat naar de wc, komt terug en weet niet meer waarover ze het hadden. Je zou denken dat je daar niet een heel toneelstuk over kunt schrijven. Tenzij je dus heel veel moeite doet dat probleempje zo groot mogelijk te maken.’

Zingen of acteren?

‘Acteren. Dat vind ik veelzijdiger dan zingen. Bij zingen weet je op een gegeven wel wat je bereik is en welke stijlen je wel of niet aankunt en dat is het dan zo’n beetje. Bij acteren moet je je elk personage opnieuw eigen maken. En ik hou van puzzelen. Schrijven is een puzzel, en je een rol eigen maken is ook een puzzel. Zoals bij de rol van bouwondernemer Huub Couwenberg in Overspel. Het Amsterdamse accent laat natuurlijk zien uit welk milieu hij komt. Pas na een tijdje kwam ik erachter dat ik zijn manier van doen moest baseren op hoe ceo’s van grote bedrijven zich vaak uiten: zonder humor, bloedserieus en vanuit de arrogantie dat de toehoorder altijd geïnteresseerd is in wat ze te vertellen hebben. Je zal hem in de serie dus nooit zien lachen. De sleutel voor een rol zien te vinden, dat vind ik leuk om te doen.’

Televisie of theater?

‘Theater. Ik schrijf eigenlijk alleen nog maar voor theater. Televisie vind ik nog wel leuk, maar dat heb ik al heel lang gedaan. Die weide is inmiddels wel kaal gegraasd. Bovendien, dat wil ik nog wel even zeggen, is het tegenwoordig erg moeilijk om überhaupt een idee op televisie te krijgen. Ik denk niet dat Jiskefet nu nog gemaakt zou kunnen worden. We zeiden destijds tegen de VPRO: wij zijn met z’n drieën en we gaan gewoon iets doen. Geef ons een camera en een cameraman en dan verzinnen we wel wat. Daar kom je niet meer mee weg. Nu moet je eerst een volledig uitgeschreven plan hebben, laten zien wat je in welke aflevering precies gaat doen. Dan gaan ze onderzoeken of daar überhaupt wel een doelgroep voor is en daarna gaat een dramaturg zich ermee bemoeien. Er wordt tegenwoordig eerst onderzocht of het publiek het leuk vindt, pas dan wordt het gemaakt. Zo ontstaat er nooit meer iets waardoor het publiek wordt verrast, maar waar ze zich dan tóch aan gaan hechten. Tenzij het toeval toeslaat, zoals met De Luizenmoeder. Niemand had verwacht dat dat zo gigantisch zou scoren.’

Comedy of drama?

Comedy, omdat het moeilijker is dan drama. Het is een misverstand dat er in comedy geen drama zit. Dat móét erin zitten, anders lach je er niet om. Neem Johnny en Willie bijvoorbeeld, de proleten uit Jiskefet. De tragiek is dat het twee mannen zijn van wie er een de voorloper is en de ander erachteraan loopt, hij is de sukkel die net zo stoer probeert te doen als de ander. Maar dat lukt ’m niet.

Dit wordt een beetje een technisch verhaal. Maar als drama-acteur moet je je inleven in een rol, je moet de tekst een bepaald drama meegeven. In comedy moet je dat juist loslaten, de tekst voor zich laten werken. Als je gaat spelen dat iemand raar is, is het niet meer grappig. Bij comedy werkt het goed als je een heel gewoon iemand hele rare dingen laat zeggen. Daar moet je dan om lachen.’

Absurdisme of engagement?

‘Liever absurdisme. Ik heb niet zo veel met engagement. Ik kan niet zo veel met ‘wat er in de wereld gebeurt’ en dat je daar dan een kunstvorm van maakt. Dat werkt ook beperkend. Cabaret, bijvoorbeeld, is zo tijdgebonden: het gaat over de tijd waarin het gemaakt is. Het is vaak zo letterlijk: we gaan iets maken over de misstanden in weet-ik-veel-waar. Maar dan zit je daar dus ook meteen aan vast. Bij Jiskefet hebben we nooit de ambitie gehad geëngageerd te zijn. Dat wilden we juist helemaal niet. We hebben het altijd vermeden.’

Kamphuijs (de corpsbal uit De Lullo’s) of Edgar (de kantoorklerk uit Debiteuren Crediteuren)?

‘Dan toch Edgar. Dat was een triestig figuur, en sneue mensen vind ik vaak leuker om te spelen dan normale mensen. Edgar kwam niet goed uit zijn woorden, kon niet vertellen wat hij eigenlijk wilde. En dan dat hele kleine leventje dat hij had… Kamphuijs had meer bravoure. Het geestige aan hem was dat hij de meest vrouwonvriendelijke, seksistische en racistische dingen kon zeggen. Maar Edgar is me dierbaarder. Hij probeerde ook maar zijn hoofd boven water te houden in het leven, daar heb ik mededogen mee. Dat is menselijk: iedereen probeert er maar wat van te maken.’

Johnny Jordaan of André Hazes?

Dat is een moeilijke, ook omdat ze eigenlijk niet met elkaar te vergelijken zijn. Ik heb Johnny Jordaan gespeeld in Bij ons in de Jordaan en bij het schrijven van de musical Hij gelooft in mij heb ik me ondergedompeld in het leven van Hazes. Ik kies toch voor Johnny Jordaan. De dingen die hij zong, zijn op een of andere manier net iets authentieker – ook omdat hij het genre heeft uitgevonden. Hazes is ten onder gegaan aan de drank, wat tragisch is, maar daarmee ben je nog niet automatisch interessant om een verhaal over te vertellen. Kijk, Johnny Jordaan ontdekte pas op latere leeftijd dat hij homoseksueel was. Hij heeft zijn leven totaal moeten omgooien en heeft, in een tijd waarin homoseksualiteit nog niet geaccepteerd was, moeten vechten om een plaats te veroveren in de Jordaan. Dat is hem gelukt en dat vind ik te prijzen.’

Michiel Romeyn of Herman Koch?

‘Dan kies ik Arjen van der Grijn, de stille kracht op de achtergrond van Jiskefet. Arjen is de beste grimeur van Nederland. Hij heeft alle Van Kooten en De Bies gedaan, Jiskefet, Klokhuis en een aantal films. Als Kees van Kooten Ed van Thijn ging spelen, kwam Arjen met de perfecte pruik en de perfecte bril, haalde een paar vegen over zijn gezicht en dat was het. Een andere grimeur zou een foammasker maken dat precies lijkt, maar Arjen kon het met een paar kleine ingrepen. Bij Jiskefet kwam hij ook altijd met exact de goede pruiken aanzetten. Hij weet precies wat werkt bij wie. Arjen is een soort kunstenaar.’

Bonusvraag: Winston Bogarde, jasje uit of jasje aan?

Wat was dat ook alweer? Een vraag uit een Ajaxquiz in Jiskefet? O ja! Ja, er was ooit een incident met Winston Bogarde. Die wilde iemand neerslaan, maar deed wel eerst netjes zijn jasje uit. Of deed ie ’m nou aan? Weet ik helemaal niet meer joh. Ik weet heel veel niet meer van alle dingen die we met Jiskefet gemaakt hebben. Het gebeurt weleens dat iemand me een scène vertelt en dan denk ik: hè? Hebben wij dat ooit bedacht? Het was natuurlijk ook een snelkookpan. We maakten elke week een nieuwe aflevering. We begonnen maandag met verzinnen en vrijdag of zaterdag namen we het op. En dan werd het zondag uitgezonden. Dat was het brutale en ook het leuke ervan.’

CV KEES PRINS

1956: Geboren in Heemstede

1980: Academie voor Kleinkunst in Amsterdam

1981: De Duo’s (samen met Arjan Ederveen)

1985: Buurman & Buurman (Buurman)

1990: Jiskefet

2000: Televisieserie Bij ons in de Jordaan (Johnny Jordaan)

2006: Film De Uitverkorene (Johan van der Laan)

2011: Televisieserie Overspel (Huub Couwenberg)

2012: Musical Hij gelooft in mij (scenario, met Frank Ketelaar)

2015: Musical De Tweeling (scenario, met Frank Ketelaar)

2018: Toneelvoorstelling Een man een man

2018: Film Buurman & Buurman hebben een nieuw huis

Kees Prins woont in Amsterdam met zijn vrouw Iris. Samen hebben ze een zoon en een dochter. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.