Katja Petrowskaja wil zich familie voelen van al die kleurrijke figuren

 

Persis Bekkering

De familie van Katja Petrowskaja kende kleurrijke figuren, 'een boer, vele schoolmeesters, een provocateur, een natuurkundige en een dichter, maar er kwamen vooral legendes in voor.' De joodse Petrowskaja (1970), woonachtig in Duitsland maar geboren in Kiev, weet weinig over haar geschiedenis. Haar familieleden, het zijn er niet veel meer, maken liever grappen dan te vertellen over al die verwanten die in het ravijn Babi Jar verdwenen, of in Treblinka, of in gevangenissen onder stalinistisch bewind.

Legendes

In Misschien Esther, Petrowskaja's prijswinnende debuut, probeert ze de legendes op te helderen, en daarmee haar familie met 'de eer van de herinnering te herstellen'. Je zou het een familiegeschiedenis kunnen noemen, maar dat klinkt te coherent: het is een verzameling snippers, gelijmd met persoonlijke observaties en soms ook fictie. 'Misschien Esther' verwijst naar haar vaders grootmoeder. Hij weet niet precies hoe ze heet - met zoveel kennis moet ze het doen.

Maar het gaat Petrowskaja er minder om de geschiedenis zo feitelijk en helder mogelijk te reconstrueren, dan om het háár geschiedenis te maken. Ze wil zich onderdeel voelen van de twintigste eeuw. Dat maakt Misschien Esther tot een onderzoek naar de kenbaarheid van het verleden. Kun je dat tot een verhaal maken, tot deel van jezelf? Het lukt niet, het verleden blijft zwijgen. De afwezigheid van een stamboom in het boek, die de lange lijst aan namen voor de lezer toegankelijker had kunnen maken, is veelzeggend: het schept valse orde.

Zelfconstructie

Op zoek naar informatie ('Google zei dank', heet de proloog luchtig) reist Petrowskaja langs voormalige werkkampen en gebombardeerde steden in Oostenrijk en de voormalige Sovjet-Unie. Op veel plekken staat pas sinds kort een gedenkteken, en ook die zijn moeilijk te vinden. In de Sovjet-Unie werd de Holocaust ontkend, niet het lijden van Joden, maar van de Rus stond centraal in de verwerking van de Tweede Wereldoorlog. Ook daarom overstijgt de exercitie in Misschien Esther het persoonlijke: het getuigt van de noodzakelijkheid van herinneren, het laat zien dat herinneren zelfconstructie is.

Taal speelt daarbij een cruciale rol. Met het verdwijnen van het Jiddisch verdwijnen ook herinneringen. In het Pools hebben woorden een andere lading dan in het Russisch of het Duits.

Petrowskaja kiest haar stijl dan ook treffend: ze schrijft associatief, waardoor er motieven ontstaan die de snippers alsnog verwantschap geven, en haar zinnen zijn vaak erg lang, alsof ze met haar taal de gaten wil toedekken.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden