Reis door de werkkamerKatinka Polderman

Katinka Polderman: ‘Hier op mijn zoldertje dwaal ik over markten en stranden, arm in arm met wie ik maar wil’

Cabaretier Katinka Polderman, thuis in Den Bosch.Beeld Ivo van der Bent

‘Een van de voordelen van een pen is wel dat er geen internet op zit’, aldus Katinka Polderman in dit vijfde deel van de serie Reis door mijn kamer, waarin schrijvers ons meenemen van hun kastje naar hun muur.

Sommige mensen zeggen dat je huis een afspiegeling is van je geest. Ik ben geneigd dat te geloven. Ik ben er nog niet uit wat mijn schrijfzoldertje precies over me zegt, misschien is het iets moois, misschien iets lelijks, maar ik ga me niet inhouden. Afgaand op mijn gevoel zijn we over een week of wat allemaal dood, dus waarom zou ik me nog schamen? Troost is op dit moment belangrijker. Dus loopt u mee? Past u op voor de spullen op de trap, die moeten nog mee naar boven, of naar beneden, of in de prullenbak.

Zoals u ziet is mijn zolder erg licht. Over de volle breedte strekt zich een raam uit. In het midden van de ruimte staat mijn schrijftafel, ik ruik het hout als ik er mijn neus tegenaan druk. Ja, doet u ook maar even, hoor. Lekker hè? Mijn opa maakte hem voor mijn tante en toen zij er allebei niet meer waren ging hij naar mij. Zo geven ze me een plek voor al mijn papier en helpen me daarmee een beetje bij het schrijven. Die gedachte troost me.

Op mijn tafel is een eilandje van leegte, afgebakend door wallen van spullen die ik in de afgelopen maanden kennelijk heb gebruikt. Een korte steekproef:

Een krantenknipsel dat ik van bijna helemaal onder op de stapel links van mij heb gevist: ‘Band Aid had veel voorgangers’. Het is een artikel over oude rampenliederen. Het komt uit de Volkskrant van 19 juni 2019. Toen is die stapel dus ongeveer ontstaan: in het Holoceen, anno domini 2019. Ik wilde een koddige benefietsingle voor een lang vergeten ramp schrijven, daarom ligt dat daar.

Boven op het knipsel: mappen, kladjes en half volgeschreven collegeblokken.

Erachter: een kistje met opschrijfboekjes. In een van de boekjes noteer ik ideeën voor mijn nieuwe voorstelling. Er is er een met opzetjes voor verhalen. Een met mooie woorden (reciproke interdependentie, boniment, dompteur, knuren, confabuleren) en eentje waarin ik taalspelletjes verzamel.

Een iets lagere stapel boeken en papieren rechts van mij (ontstaansdatum tot op heden niet vastgesteld).

Verder is mijn schrijftafel een eclectisch landschap van pennen, blikjes, een olifantje, boeken, een waxinelichthouder met magnetische Scrabble-lettertjes erin, een plastic miniatuurverkeersbord (pas op, hobbels in de weg) en post-its. En daar zou ik nog aan toe willen voegen: et cetera.

Eén ding staat meestal niet op mijn tafel: een computer. Ik schrijf alles met de hand. Aan mijn handschrift kan ik achteraf zien of ik er lekker in zat of niet. Ik kan strepen, pijlen zetten, toevoegingen doen in de kantlijn en zo dus dingen veranderen zonder mijn sporen te wissen. Het stelt het af-zijn van het geschrevene uit, er moet ruimte zijn zo lang mogelijk te dwalen langs alle onvermoede paadjes in mijn hoofd.

Laatst had ik het erover met twee schrijvers. De een vertelde dat hij alles schreef op zijn computer, de ander gebruikte een kroontjespen. Het was een week of twee geleden, bij een boekpresentatie, we stonden dicht opeengepakt in een café. ‘We’, daarmee bedoel ik heel veel mensen van wie er een nogal akelig hoestte zonder daar verder moeilijk over te doen. We gaven elkaar een omhelzing of hand ter begroeting en dat was geen probleem. Het lijkt eeuwen geleden, maar de bloem die ik er kreeg staat nog vrij fris in een vaasje op mijn schrijftafel. Het was wel een bloem uit een dure bloemenwinkel en de steel heb ik schuin afgesneden, dat scheelt natuurlijk.

We kwamen er niet uit wat beter was. Een van de voordelen van een pen is wel dat er geen internet op zit.

Door het raam kijk ik uit op de huurwoningen achter ons huis, bovenwoningen met balkons. Als u een beetje naast elkaar gaat staan kan iedereen het goed zien. Heel goed. Kijk: nu is het er rustig, maar op zomerse dagen is het fijn om de achterburen te observeren. Een van hen is een man die alleen naar buiten komt om te frituren. Daar heeft hij een speciaal tafeltje voor op zijn balkon gezet. Op sommige dagen komt hij naar buiten met zijn frituurpan, zet die op het tafeltje en begint te frituren. Ik weet niet wat hij frituurt. Om dat te kunnen zien zou ik een verrekijker moeten aanschaffen en zoals iedereen weet is een goede verrekijker erg duur. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik het geld niet héb, ik heb alleen urgentere wensen dan het bekijken van de frituurinhoud van mijn achterbuurman.

Als er tussen de achterburen en mij nou een kanaal of rivier liep, zou de aanschaf van een goede verrekijker het overwegen waard zijn, dan zou ik er ook mee naar voorbijvarende schepen kunnen kijken en en passant een blik in het mandje van ’s achterbuurmans frituurpan kunnen werpen.

Maar er is hier geen rivier, en dat is maar goed ook, want met al die stijgende zeespiegels zou ik absoluut niet in een koopwoning aan een rivier willen wonen.

Logeren in een huis aan een rivier is overigens wel heerlijk. Lang geleden huurde ik een vakantievilla aan de Maas, in België. Er was een veranda en een enorm gazon met een hekje, waarachter zich een wandelpad bevond dat langs de Maas slingerde. De hele zomer heb ik verbeten sudoku’s liggen maken op dat gazon. Sudoku’s en kakuro’s, in de bloei van mijn leven tijdens een prachtige zomer, bij nader inzien is het onbegrijpelijk. Nu en dan schoof achter het tuinhek een schip voorbij. Dan verlangde ik ernaar op die boot te zijn, zelf stil te zitten en toch te bewegen.

Het blijkt nu, in deze vreemde dagen, in mijn aard te zitten. Voor mij maakt het niet zo veel verschil wat me verboden wordt: ik blijf sowieso wel zitten waar ik zit en verroer me niet. De wereld beweegt en ik doe dat ook, alleen zie je het van de buitenkant niet. Ik kijk naar de achterbuurmannen en de wolken die boven hun daken voorbijglijden, een kinderstem waait om het huizenblok, ver weg knettert een brommertje. En ik schrijf.

Zo kom ik op een andere plek, zo beweeg ik. Het is ongewis wat de komende tijd gaat gebeuren, maar al mogen we straks niet meer naar buiten, hier op mijn zoldertje dwaal ik over markten en stranden, arm in arm met wie ik maar wil. Ja hoor, geeft u elkaar maar een kleine omhelzing, dat kan hier op mijn zolder. Hier kan alles.

Laat anderen de wereld maar bewegen, dan laat ik vanaf mijn zoldertje zien waar ik ben. En dan hoop ik dat er een paar mensen zijn die denken: verdomd, dat is net waar ik óók wilde zijn. En dat heet volgens mij troost.

Literaire omzwervingen

Als iemand weet hoe het is om de hele dag thuis te zitten, zijn het schrijvers wel. In deze serie nemen ze ons mee op hun (geestelijke) omzwervingen door de werkkamer, zoals Xavier de Maistre dat deed in 1794 in het boek Reis door mijn kamer. Paul Scheffer, Lieke Marsman, Nicolien Mizee en Arnon Grunberg gingen Katinka Polderman voor.

Katinka Polderman (38) is cabaretier (in 2005 won ze de jury- en de publieksprijs van het Leids Cabaret Festival), schrijver en columnist, en medewerker aan Ladies Night bij Net 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden