Katinka Polderman, Coen Simon en Arthur van Amerongen lezen een liefdesboek

Dit staken ze ervan op

De liefde, dat is pas een goed onderwerp voor een boek. Cabaretière Katinka Polderman, filosoof Coen Simon en schrijver Arthur van Amerongen lazen er ieder een recent verschenen boek over en vertellen wat ze ervan hebben opgestoken.

Foto Martyn F. Overweel

Vitaminerijk opknapsapje

Toen de man met wie ik al jaren samenwoonde meldde dat hij met mijn beste vriendin, met wie hij 'zo goed kon praten', al maanden heel ándere dingen deed dan praten ben ik opgestaan, naar de slaapkamer gelopen en heb ik ons tweepersoonsmatras met blote handen doormidden gescheurd. Ik ging in mijn innerlijke kracht staan, zo noemen ze dat in spirituele kringen geloof ik.

Toen hij de deur uit was ben ik uit die innerlijke kracht gestrompeld, linea recta naar de bank met het dekentje, om daar, heel klassiek, twee weken te liggen huilen terwijl er af en toe iemand een pannetje soep bracht. In mijn herinnering heb ik dag en nacht op die bank gelegen, en dat zal wel kloppen want ik had immers geen bed meer.

Dat is nu een jaar of tien geleden. Toen de tranen op waren, raapte ik mezelf bij elkaar en ging ik verder waar ik was gebleven. Schouders eronder en gaan. En tóen had ik Hotel Hartzeer moeten lezen. Het helpt vers verlatenen door de eerste ellende heen maar probeert ze vooral een stevig fundament voor daarna te geven.

Foto Martyn F Overweel

De filosofie van Hotel Hartzeer is de volgende: Als je toch bezig bent, kun je het verwerkingsproces net zo goed benutten om andere mentale rommel aan te pakken. Zodat het je later, bijvoorbeeld in een nieuwe relatie, niet meer in de weg zit. Of, zoals de schrijvers en ervaringsdeskundigen Marion Pauw en Susan Smit het zeggen: 'Je ruimt niet alleen de kast op van je verbroken relatie, maar het hele huis van je leven tot nu toe. (...) Nu je aan het opruimen en schoonmaken geslagen bent, wordt die hele bliksemse bende zichtbaar. Het stof onder de bank waar de schoonmaakster nooit komt. De overvolle prullenbak. De oude spullen uit de kelder die in dozen stonden opgestapeld.'

Om dan mijn eigen metafoor er eens in te slingeren: het boek is een papieren equivalent van zo'n antiek secretaire met van die verborgen laatjes. Trek een laatje open en er verschijnt - speciaal voor in de eerste dagen na de breuk - een recept voor een vitaminerijk opknapsapje, morrel aan een pinnetje en daar klapt een schrijfopdracht naar boven. Druk op een knopje en er schiet een ademhalingsoefening tevoorschijn, of een idee voor een afscheidsritueel, of een voorbeeldzin voor als je geen behoefte hebt aan de zoveelste kennis te vertellen hoe de vork in de steel zit.

Niet op een pastelkleurige feelgoodmanier, maar eerlijk en nuchter. Meelevend doch kordaat wordt ons op het gebroken hart gedrukt dat het leven soms klote is 'en dat is oké'.

Had het mij geholpen? Vast. Met de checklijst 'wanneer is iets geen liefde?' - ter ondersteuning van de natuurlijke alarmbellen - had ik de ex die het best valt te omschrijven met de term 'psychopaat' in ieder geval stilletjes mijn huisje voorbij laten gaan.

En met alle denk- en schrijfoefeningen was ik mijn huidige relatie niet begonnen met de houding van een bulldozer die gromde 'ik ga mijn eigen gang en niemand houdt mij tegen'. Weliswaar had mijn geliefde me niet als onbeschreven blad in handen gekregen, maar in ieder geval ook niet als het verfrommelde vodje met onbegrijpelijke epistels en inktvlekken dat ik nu was.

Afijn, een topboek dus, voor verdrietige mensen die niet bang zijn voor een beetje zelfkennis. In de liefde hoeft niemand meer door schade en schande wijs te worden. Het kan nu ook door Smit en Pauw.

Katinka Polderman

Marion Pauw en Susan Smit: Hotel Hartzeer. Eerste hulp bij liefdesperikelen. Lebowski, euro 19,99

Vuur en vlam

Vorig jaar kwam er een einde aan twee dingen waaraan ik behoorlijk gehecht was geraakt. Eerst aan mijn huwelijk en daarna aan mijn rookverslaving. We weten allemaal uit onderzoek hoe slecht roken voor jou en je meerokende kroost is, maar de schade die een scheiding je kinderen kan aandoen liegt er ook niet om. 'Volgens het longitudinale onderzoek van Terman', lees ik in Het mysterie van de liefde van wetenschapsjournalist Jonah Lehrer, 'is een scheiding van de ouders in de kindertijd 'de sterkste sociale voorspeller voor een vroege dood''.

Waarom, kun je je afvragen, hou ik wel rekening met de gezondheid van mijn kinderen als het om roken gaat, maar niet als het gaat om de liefde? Zeker als de wetenschappelijke feiten voor zich spreken. Misschien omdat ik weet dat er ook wetenschappelijke feiten zijn die het tegendeel beweren. Sterker nog, ook die staan in Het mysterie van de liefde. Zo lees ik dat George Vaillant, een invloedrijk psychiater op het gebied van liefde en hechting (en zelf viermaal gescheiden) er aanvankelijk van uit gaat dat 'scheiding een serieuze indicatie was van een slechte gezondheid', maar vele jaren en onderzoeken later van mening is veranderd: 'In plaats van een mislukt huwelijk te beschouwen als een karakterfout, raakte hij ervan overtuigd dat het 'dikwijls een symptoom van iets anders' was, en dat het beëindigen van een huwelijk soms de enige manier was om een nieuw soort geluk te vinden.'

Foto Martyn F Overweel

Ik snap dat dit op cherrypicking lijkt. Ik selecteer de feiten die mijn verlangen vrijpleiten. En dat is dan misschien ook wel het beste antwoord op de vraag waarom ik het roken wel kan laten maar het scheiden niet. Hoe verslavend de sigaret ook mag zijn, het verlangen naar een nieuwe sigaret is toch echt van een andere orde dan het liefdesverlangen. De liefde lijkt mij in elk geval een stuk existentiëler.

Voor de schrijver van Het mysterie van de liefde is dit niet zo evident. Ook al wil Lehrer de liefde een mysterie laten lijken, zijn eigenlijke opvatting is zonneklaar: 'Liefde is zwaar werk. Zelfs voor goede seks moet gewerkt worden.'

Het boek van Lehrer is de zoveelste kritiek op de romantische liefde, de liefde voor de ware: 'Wij concentreren ons op hartstocht en gaan voorbij aan de gehechtheid.' Waardoor telkens als de verliefdheid voorbij is we weer op zoek moeten naar de nieuwe 'ware'. In zulke kritiek moet Shakespeare het altijd ontgelden, ook hier weer. Hij zou met zijn Romeo en Julia een pleidooi houden voor liefde op het eerste gezicht. Of zoals Romeo het zelf zegt:

'Zij is mijn hart, Ik ben zonder haar ontheemd.'

Maar Romeo en Julia, Tristan en Isolde en ook Orpheus en Euridyce gaan juist over de tragiek van het verlangen. Een pleidooi voor de romantische liefde is in hun verhalen niet terug te vinden. Zo zien we dat het reductionisme van de wetenschap niet alleen de werkelijkheid simplificeert, maar ook de literatuurgeschiedenis.

De liefde blijft bij Lehrer een mysterie, omdat zijn boek niet over liefde maar over het huwelijk gaat. De passage over uithuwelijken ('nog steeds 's werelds meest populaire koppelvorm') bracht onverwacht toch nog een klein inzicht. Het huwelijk, viel me ineens in, is eigenlijk een knap menselijk construct dat allerlei vormen van liefde in heel veel culturele contexten kan emanciperen, zoals de homoseksuele liefde. Het kan natuurlijk ook onderdrukking faciliteren. Of leiden tot de moeizame gewoonte die Lehrer propageert: 'Als een relatie standhoudt is dat niet omdat de vlam nooit dooft, maar omdat de vlam telkens weer wordt aangestoken.' Persoonlijk lijkt zo'n liefde mij te veel op roken.

Coen Simon

Jonah Lehrer: Het mysterie van de liefde. Atlas Contact, euro 24,99.

Op z'n hondjes

Ik zit in een spagaat. Omwille van een recensie heb ik de afgelopen week een essaybundel met de titel Liefdeslessen bestudeerd. Dat riekt naar een zelfhulpboek en even had ik het bruine vermoeden dat iemand op de boekenredactie van de Volkskrant mij een poets wilde bakken, temeer omdat Liefdeslessen als bijtitel heeft: 'Verleidingskunst en erotiek van schepping tot verlichting'.

In mijn reguliere column op maandag profileer ik mij graag als een grommende neanderthaler die vrouwtjes naar zijn Algarviaanse grot sleurt en ze na twee minuten op z'n hondjes de boel laat vegen. Nou heb ik van Boek en Plaat ooit eens een geïllustreerde Kamasutra gekregen, dus ik weet heus wel dat er meer in het leven is dan de coitus a tergo, ook al blijft dat een toppertje natuurlijk.

Liefdeslessen is echter helemaal geen vies boek vol circusstandjes die niemand kan uitvoeren zonder de rug te breken. Integendeel, de twaalf essays van gewichtige Leidse en Amsterdamse geleerden waren zelfs voor mij loodzware kost.

Foto Martyn F Overweel

De behandelde literaire werken in Liefdeslessen kennen een ruime geografische en historische diversiteit. Ik citeer Piet Gerbrandy, de geknevelde samensteller van de bundel en van dezelfde Mokumse alma mater als ik: 'We beginnen met Genesis, passeren Plato en Ovidius, reizen via Córdoba, India en Perzië naar Japan en China, om in het 18de-eeuwse Frankrijk te eindigen. Niettegenstaande deze verscheidenheid is dit boek natuurlijk verre van volledig. Babylonische, Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse traktaten, om enkele belangrijke cultuurgebieden te noemen, ontbreken in ons overzicht.'

Juffrouw Wekker zal niet blij zijn met die omissie, want de moderne wereldliteratuur is zoals wij allen weten gestoeld op de beroemde orale geitengedichten van de Peul-stammen in West-Afrika.

Een van de hoofdstukken van Liefdeslessen was voor mij gesneden koek, namelijk dat van prof. dr. Irene Zwiep. We studeerden beiden Semitische talen aan het Juda Palache Instituut te 020. Haar essay Bijslaap als bijzaak. Eros en liefde in de talmoed was voor mij een sentimental journey, want ik vond talmudica het leukste onderdeel van mijn studie. Zonder talmoed geen Bram Moszkowicz.

Ik citeer Irene Zwiep: 'Van de grote Rabbi Eliëzer (begin tweede eeuw) werd gezegd dat hij bij zijn Imma Sjalom een reeks bloedmooie kinderen had verwekt door altijd zo haastig en gekleed mogelijk de daad te verrichten. Omgekeerd kon ontuchtig gedrag (lees: alle handelingen die niet direct op de voortplanting gericht waren) resulteren in regelrechte misbaksels. Wie 'de tafel omverwierp' en de missionarishouding verliet, liep grote kans een kreupel kind op de wereld te zetten. Wie praatte tijdens de daad zou daarvoor met een doof kind gestraft worden. Als je als man 'die plaats' kuste, was een doofstom kind je loon, als je 'ernaar keek', kon je op een blinde boreling rekenen. En nageslacht verwekt bij lamplicht had ook pech: dat liep een verhoogd risico op vallende ziekte.'

Verder vond ik een essay over de Kamasutra geestig en ik ben ook nooit vies van scrabeuze teksten over de herenliefde in het oude Griekenland zolang het maar knapen boven de 16 betreft.

En dan kom ik nu bij mijn spagaat.

Ik schreef 'zelfs voor mij loodzware kost' en dat is dus een subtiele verwijzing naar mijn academische achtergrond. Met Arabisch en Hebreeuws kan je nog een broodje falafel of showarma bestellen maar wolla, met Aramees kom je niet ver in snackbar Jeruzalem te Zoetermeer, ook al sprak de Heere Jezus dat vloeiend. Het leed dat Ugaritisch en Akkadisch heet, wil ik de lezer besparen. Iemand heeft dat weleens orchideeëntaaltjes genoemd en daar wil ik het graag bij laten.

Ik snap al die teksten in Liefdeslessen dus heus wel, want ik heb aan de UvA ook nog eens semantiek gevolgd bij Hugo Brandt Corstius. Maar Liefdeslessen is best wel bloedeloos, zeg maar wat je krijgt als Anja Meulenbelt een vertoog over pornografie houdt. De wellust druipt er niet van af. De liefde wordt mij te academisch gepresenteerd. Ik kreeg er geen stijve piemel van.

Misschien dacht Gerbrandy daarom wel aan mij toen hij deze troostende woorden schreef: 'Liefhebben kun je leren. Dat vergt discipline, concentratie, geduld en de overtuiging dat meesterschap in deze kunst van onschatbare waarde is. Wie de liefde als een redeloze tiran ervaart, behoeft scholing en sturing. Beschaafde mensen laten zich niet meeslepen door onbeteugelde emoties.'

Arthur van Amerongen

Mark Heerink, Piet Gerbrandy en Casper de Jonge: Liefdeslessen. Verleidingskunst en erotiek, van schepping tot verlichting. Atlas Contact, euro 24,99