BoekrecensieNacht in Caracas

Karina Sainz Borgo debuteert groots met een roman over haar verdwenen Venezuela ★★★★★

Beeld Jeosm

In het romandebuut van Karina Sainz Borgo is de taalschoonheid even uitzonderlijk als de rauwheid van het beschreven bestaan. In flonkerende scènes roept ze haar verdwenen Venezuela terug.

Een twee-eenheid, dochter en moeder Falcón in Caracas, al was het maar omdat ze beiden Adelaida heten. De vader is er niet, nooit geweest ook in het leven van zijn dochter, want er in zijn studententijd al vandoor gegaan, toen hij merkte dat zijn vriendin zwanger was. De dochter en de alleenstaande moeder waren ‘een soort vetplant van het type dat overal kan groeien, gemaakt om te overleven’, zoals de eerste opmerkt.

Dat overleven is in Venezuela geen sinecure, blijkt uit Nacht in Caracas, het romandebuut van Karina Sainz Borgo (1982), die daar werd geboren en in 2006 naar Madrid emigreerde. Er is een militaire machthebber, corruptie en plunderingen zijn aan de orde van de dag, inflatie, motorbendes en traangasregens maken het leven tot een uitputtingsslag.

Beeld Meulenhoff

Als de zachtmoedige moeder Adelaida aan kanker is gestorven en haar 38-jarige dochter bij de spaanplaten kist de wake houdt, komt er een vrouw uit de buurt langs. Niet om te rouwen, maar om te vragen wat de dochter met het appartement gaat doen – dat is immers te groot voor een vrouw alleen, wil ze niet een kamer verhuren, zij weet nog wel iemand, een verre nicht, handig toch? ‘Iets in haar knaagdieroogjes probeerde voortdurend te ontdekken welk slaatje ze uit mijn situatie kon slaan of op zijn minst te achterhalen hoe ze háár situatie kon verbeteren via de mijne. Zo leefden we toen allemaal: een steelse blik werpend in de boodschappentas van de ander en speurend of de buurman iets bij zich had wat schaars was om vervolgens uit te zoeken waar je het kon krijgen.’

Met dit soort bijna aforistische observaties, in een voortreffelijke stijl vervat, verbindt Sainz Borgo de praktijk van alledag met de staat van het land: als de chaos regeert, wordt iedereen achterdochtig, en solidariteit omgezet in plundering. Venezuela, altijd al ‘genereus in schoonheid en geweld’, ziet de schoonheid vertrapt worden door de kracht van het geweld en het morele verval dat daarmee gepaard gaat. Wie meer wil begrijpen van het recente verzet en de woelingen in veel Zuid-Amerikaanse landen, moet zich deze roman niet laten ontgaan, waarvan de taalschoonheid even uitzonderlijk is als de rauwheid van het beschreven bestaan.

Flonkerende scènes

De belezen taalkundige Adelaida heeft geen moeder meer, geen geld meer en ook geen land meer. Haar eigen appartement wordt ingepikt door een vrouwelijke roversbende, zij verschanst zich muisstil in het huis van de buurvrouw Aurora Peralto, die ze dood op de vloer heeft aangetroffen. In de spannende dagen die volgen, denkt ze bij vlagen terug aan het leven met haar moeder. Dat levert, midden in de wanorde en angst, flonkerende scènes op. Niets is er meer over van die wereld, waarin ze samen schoenen gingen kopen bij de galante Italiaanse immigrant wie de kleine Adelaida toevertrouwde dat ze van Rome hield (‘omdat het aan de overkant van de zee ligt en ik daar nog nooit ben geweest’), of waarin ze na een museumbezoek over een boulevard wandelden en de 12-jarige dochter geraakt is door het doek De jonge moeder (1889) van Arturo Michelena: ‘Ik was niet moedig, maar wilde het wel zijn. Ik was niet knap, maar verlangde vurig naar die gladde vruchtbare huid van de vrouw die ik nu voor me zag.’

Ongeschonden herinneringen, die evenwel steken in het besef van de voltooid verleden tijd waarnaar ze verwijzen. En intussen moet Adelaida, om te overleven, afstand doen van haar identiteit: ze gaat er zelfs toe over het lijk van buurvrouw Aurora Peralto in brand te steken, haar post te bekijken, mailtjes te beantwoorden en haar kleren aan te trekken, al zijn die drie maten te groot. Terwijl buiten de granaten fluiten en ze niet meer bij haar spullen kan, rijpt het plan om met het paspoort van de buurvrouw (en het geld van haar rekening) naar Madrid te vluchten. Ze moet Aurora Peralto worden, een ontevreden kokkin van 47 jaar (‘was ze als kind al een vaag wezen, als volwassene wist ze daar nauwelijks eigenschappen aan toe te voegen’) om ‘aan de overkant van de zee’ te geraken.

Nergens laat Karina Sainz Borgo, die vóór haar debuut al twintig jaar als journalist werkzaam was, de namen Chávez of Maduro vallen, de presidenten van Venezuela sinds 1998. In haar verhaal is de vijand hoegenaamd gezichtsloos. Dat maakt de onmacht van de slachtoffers alleen maar groter; net als de zeggingskracht van deze grootse roman, die zowel gaat over een gestorven moeder en een verdwenen land, als over taal die herinneringen kan bewaren, als in een schatkamer.

Karina Sainz Borgo: Nacht in Caracas 

Uit het Spaans vertaald door Arie van der Wal. Meulenhoff; 239 pagina’s; € 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden