Kan M.I.A. Lady Gaga van haar troon stoten? (En wil ze dat wel?)

Schreeuwlelijk en straatvechtertje. Maar ook: zangeres met een geweldige uitstraling, eigenwijze opvattingen en originele muziek. M.I.A., die na haar soundtrack voor Slumdog Millionaire als grote belofte geldt – heeft twee gezichten....

Toen in april 2009 het Amerikaanse tijdschrift Time zijn jaarlijkse lijst met ‘meest invloedrijke personen’ publiceerde, viel regisseur Spike Jonze de eer toe iets te schrijven over degene op nummer 42: zangeres M.I.A. Het leuke aan haar is, vindt hij, dat ze helemaal nooit een invloedrijk artieste wilde worden. ‘Ik ontmoette haar in 2005, vlak voordat ze haar eerste album uitbracht. Ze beweerde stellig geen echte muzikant te zijn, en tot op de dag van vandaag ziet ze zich ook niet als muzikant. Ze heeft veel talenten en onderging veel invloeden – ze is een Sri Lankaanse vluchteling die tot haar tiende geen woord Engels sprak, en opgroeide met Chuck D, de Pixies Fight Club en MySpace.’ Jonze bewondert in haar dat ze altijd partij kiest voor de zwakkere. ‘Hoe vaak ze ook nog te zien zal zijn tijdens Grammy-uitreikingen, ze zal zichzelf altijd blijven beschouwen als underdog.’

Jonze schreef deze woorden op een moment dat M.I.A. veel in het nieuws was geweest. De zangeres had een paar maanden eerder voor een miljoenenpubliek in hoogzwangere toestand gezongen tijdens de Grammy Awards, het grote Amerikaanse muziekprijzengala, en was als medecomponist betrokken bij de soundtrack van de film die dat jaar de meeste prijzen zou winnen: Slumdog Millionaire. Het liedje Paper Planes, afkomstig van haar tweede album, Kala uit 2007, was mede dankzij deze film wereldwijd een enorme hit geworden. M.I.A. stond in april 2009 op het punt om van typische indie darling een van de grotere popsterren te worden.

Ze had alles wat je van een grote ster verwacht: een geweldige uitstraling, eigenwijze, recalcitrante meningen die ze goedgebekt verwoordde en, het belangrijkste van alles, originele muziek die lands- en stijlgrenzen overschreed.

Toen Time in april van dit jaar echter zijn nieuwe lijst met de honderd meest invloedrijke personen publiceerde, ontbrak van M.I.A. (de afkorting staat voor Missing In Action) elk spoor.

De belofte leek niet ingelost. Maar nu het derde album van M.I.A., /\\/\\ /\\ Y /\\ (een typografische weergave van haar voornaam, ze heet Maya Arulpragasam), sinds deze week uit is, doemt de vraag op of M.I.A. weer aansluiting kan vinden bij de internationale jet.Kan ze Lady Gaga als popkoningin van haar troon te stoten? En misschien belangrijker: wil ze dat?

Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Allereerst omdat M.I.A. zelf niet altijd even duidelijk is. Wie zich in haar leven en werken verdiept, stuit op onduidelijkheden en tegenstellingen. Zo bleek pas toen in 2009 haar zoon Ikhyd geboren werd, dat ze een paar jaar ouder is dan ze altijd heeft gezegd. Zondag wordt ze 35.

Dan is er haar achtergrond als ‘dochter van een Tamil Tijger’, zoals ze vaak wordt omschreven. Haar vader was inderdaad op Sri Lanka actief in de (uiteindelijk verloren) onafhankelijkheidsstrijd van de christelijke en hindoeïstische Tamil-minderheid tegen de boeddhistische meerderheid. Maar hij was juist medeoprichter van een studentenbeweging die tegen geweld was. Toen de veel militantere Tamil Tijgers de overhand kregen in het verzet, trok hij zich terug. De ene keer spreekt de zangeres met trots over haar vader als vrijheidsstrijder, de volgende keer relativeert ze zijn rol juist tegenover journalisten.

Wel staat vast dat M.I.A. in Londen wordt geboren, en als baby van zes maanden naar Sri Lanka verhuist. Met haar broer, zus en moeder keert ze in 1983 als puber terug naar Londen. Daar groeit ze naar eigen zeggen op in een door rassenhaat en armoede geteisterde omgeving. Dat is mogelijk – al weet ze zich daar dan wel heel knap aan te ontworstelen. Want het lukt haar om begin jaren negentig met een beetje bluffen en vooral dreigen (‘Als jullie me niet aannemen ga ik de prostitutie in en aan de crack’) aangenomen te worden op de prestigieuze Londense kunstopleiding St. Martin’s College.

Het is een niet erg waarschijnlijk verhaal, dat de vraag oproept waarom ze haar verleden zo mystificeert. Het beeld van een sociaal zeer intelligente en vaardige vrouw, die van haar kwaliteiten gebruik maakt om het te gaan maken in de wereld van de kunsten, is haar blijkbaar niet genoeg. Het liefst profileert ze zich niet alleen als dochter van een vrijheidsstrijder die ondanks allerlei zware tegenslagen toch haar weg weet te volgen, vaak benadrukt ze bovendien dat ze doelbewust wordt tegengewerkt door hogere instanties

Zo wist ze zeker dat de visaproblemen die ze in 2007 in de VS kreeg, alles te maken hadden met haar kritiek op de Amerikaanse houding in het conflict op Sri Lanka. En is ze ervan overtuigd dat ze wordt afgeluisterd.

De wereld van de activiste die wordt gedwarsboomd door overheden met sinistere bedoelingen, staat ver af van het glamourland waarin Lady Gaga en Beyoncé zich begeven. Maar misschien wil M.I.A. wel helemaal niet tot die wereld toegang hebben.

Ze heeft nooit een duidelijk plan voor ogen gehad met haar muziekcarrière en lijkt zich thuis te voelen in de wereld van de indie rock, experimentele electronica en hiphop. Een wereld die ze leert kennen dankzij Justine Frischmann, midden jaren negentig als frontvrouw van Elastica het vrouwelijke boegbeeld van de Britpop. De twee raken bevriend en gaan op vakantie naar het Caribisch gebied. Het is tijdens deze vakantie dat M.I.A. in een verveelde bui met Frischmanns apparatuur aan de haal gaat en voor het eerst een liedje opneemt.

Ver van de mainstream ontwikkelt ze een eigen geluid. Galang blijkt een zeer opvallend nummer dat exotische zang verbindt aan elektronische stuitende ritmes. Ook nu weet de zangeres al dan niet bij toeval precies de juiste mensen op het juiste moment voor zich in te nemen. Zo komt ze in contact met dj/producer Diplo die belangrijk zou worden voor het geluid op haar eerste twee albums, Arular (2005, genoemd naar haar vader) en Kala (2007, genoemd naar haar moeder).

Ze komt onder contract bij de Britse maatschappij XL-Recordings die van haar het Britse antwoord op Amerikaanse hiphop wil maken. Dat lukt heel behoorlijk. Haar platen worden juichend ontvangen, vooral door de in indie-rock en –dance gespecialiseerde media. Haar door stuiterende beats en drukke zangpartijen gedomineerde muziek blijkt nog wat te moeilijk voor de mainstream media, totdat in 2008 het liedje Paper Planes wordt ontdekt door de filmindustrie.

Het nummer, gebouwd rond een sample van het liedje Straight To Hell van The Clash, krijgt een plek in de soundtrack van de kaskraker Slumdog Millionaire.

M.I.A lijkt een wereldster te worden. Maar het is maar de vraag of ze dat echt ambieert. Wat ze vooral wil is gehoord worden. En ze houdt ervan wild om zich heen te schoppen. In interviews verwijt ze artiesten als Bono hypocrisie (‘hij komt niet uit Afrika dus moet hij niet doen alsof’), en doet ze uitspraken als ‘Give peace a chance? Ik zeg liever: Give war a chance’. Ook reageert ze fel op het wat al te opzichtig etaleren van merkproducten in Lady Gaga’s videoclip bij Telephone.

Ze veroorzaakt veel rumoer met de clip die ze in april presenteert van het nummer Born Free. De expliciet gewelddadige clip van negen minuten, over een razzia en de moord op roodharige jongens en mannen door het Amerikaanse leger, leidt tot heftige discussies op het internet, en wordt door YouTube bijna per ommegaande verwijderd. Romain Gavras, de maker ervan, was al eerder in opspraak geraakt vanwege een even gewelddadige clip voor danceact Justice – dus M.I.A. wist wie ze in huis haalde.

Maar misschien provoceert ze wel om het provoceren. M.I.A. lijkt soms wel een puberaal schoolmeisje in plaats van de bijna 35-jarige moeder die ze is.

Haar felle reactie op een groot verhaal in het magazine van de New York Times eind mei, deed weinig volwassen aan. Voor haar woede valt wel iets te zeggen, want de auteur, Lynn Hirschberg, is er in het meer dan achtduizend woorden tellende interview op uit de bedoelingen van haar onderwerp in twijfel te trekken. Hirschbergs punt: M.I.A. veinst street credibility, terwijl ze samenwoont en binnenkort trouwt met een multimiljonair, Ben Bronfman. Echt doorprikken kan ze M.I.A.’s uitspraken niet, dus staat het artikel bol van de implicaties en insinuaties zoals deze: ‘‘Ik zou graag een soort outsider willen zijn’, zegt ze terwijl ze frites met truffelsmaak verorbert.’

M.I.A. zette opnamen die ze zelf van de interviews had gemaakt op het internet om te bewijzen dat Hirschberg verkeerd heeft geciteerd – die reactie kon nog net. Het leidde ertoe dat de krant een paar dagen later met een kleine aanpassing kwam. Maar dat ze via Twitter het telefoonnummer van de verslaggeefster prijsgaf, gaat te ver.

De commotie rond de clip en het krantenartikel hebben M.I.A. wel publiciteit gegeven, maar niet van het soort waar je als artiest op hoopt. Alle rumoer zou ze nu kunnen wegnemen door met een verbluffende plaat te komen, eentje waarop alle beloftes worden ingelost.

Maar dat is /\\/\\ /\\ Y /\\ allerminst. De hectisch ratelende beats, het drukke praatzingen en rappen van de zangeres zijn onmiskenbaar M.I.A.. Maar de songs zijn bijna zonder uitzondering slordig uitgewerkt, ze klinken alsof ze niet verder dan de demofase zijn gekomen. Een pakkend en grensoverschrijdend liedje als Paper Planes is in geen velden of wegen te bekennen. Born Free maakt gebruik van de snerpende synths uit Ghost Rider, een culthit van Suicide, op de manier waarop Diplo The Clash in Paper Planes verwerkte, maar de sound is rauw en er zit geen dynamiek in.

Het geluid is zo duister en gruizig, dat je je afvraagt of M.I.A. dit met opzet heeft gedaan, of dat ze haar producer Diplo node heeft gemist. Hij is wel verantwoordelijk voor twee nummers, (waaronder het nog enigszins geslaagde Tell Me Why en It Takes A Muscle, heel aardig gebouwd rond een sample van een net-niet hit uit 1982 van het Nederlandse Spectral Display), maar de persoonlijke verhoudingen tussen artiest, ex-vriend (Diplo) en huidige minnaar Bronfman stonden geen grotere bemoeienissen toe.

Wellicht wilde M.I.A. echt een compromisloos, meer aan indie- en punkrock gerelateerd album maken. Evident is dat ze geen aansluiting bij de mainstream wilde zoeken. De nauwelijks gepolijste muziek, en het ontbreken van sterke, meezingbare songs of refreintjes doen zelfs vermoeden dat ze met opzet geen hitalbum heeft gemaakt. Alsof ze wil roepen: laat me lekker in mijn eigen wereldje blijven.

Waarom ze de stap die begin 2009 zo klein leek niet heeft willen maken, ligt misschien besloten in de woorden die Hirschberg optekende: ‘Ik wil een outsider zijn.’ Of in de wens die Spike Jonze bij M.I.A. meende te bespeuren: ze wil in haar hart het liefst de underdog zijn.

Lady Gaga heeft nog niets te vrezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden