‘KAN HET NOG DIEPER?’

Op de universiteit, bij de volksuniversiteit, maar nu ook bij schouwburgen, concertgebouwen en musea: de cursus. Het publiek zoekt kennis om te kunnen kiezen uit een overweldigend aanbod....

Vanaf het eerste moment krassen de pennen ijverig over de opschrijfblokken, een fikse naslag-reader ligt binnen handbereik: twaalf cursisten, vooral vrouwen, vooral wat ouder, hebben zich woensdagavond op het Ajax-terras van de Stadsschouwburg in Amsterdam verzameld.

De stof is niet eenvoudig, maar deelname geschiedt geheel vrijwillig. Het is de laatste les van Theatergeschiedenis I, gegeven door dramaturg en theatercriticus Loek Zonneveld. Centraal staat de Franse toneeltheoreticus Artaud, volgens Zonneveld één van de vier pioniers van het 20ste eeuwse toneel.

De cursisten leggen na zes lessen moeiteloos verbanden: als Zonneveld bij filmfragmenten van een optreden van het Amerikaanse Living Theatre waarschuwt voor ‘het ongelooflijk hoge jaren zestig-gehalte’, weet een van de aanwezige cursisten: ‘Dus veel bloot weer? Net als zij daar’, en ze wijst naar de deur verderop die naar de grote zaal leidt: op hetzelfde moment van de cursus speelt namelijk op het podium Ivo van Hoves Scènes uit een huwelijk. Ook met naakt. Zonneveld knikt. Artaud is nu overal. ‘Zijn concepten waren gekmakend, maar hadden een enorme invloed.’

De Stadsschouwburg Amsterdam geeft nu sinds drie jaar theatercursussen. Het is begonnen omdat ‘we merkten dat het publiek om meer informatie over theater vroeg’, legt hoofd publiciteit Silvia van der Heiden uit. De Stadsschouwburg wilde het eerst ‘via de volksuniversiteit doen, maar die had al te veel op het programma’. Daarom begon de schouwburg voor zichzelf: eerst één cursus van Loek Zonneveld, en dit jaar tot vier uitgebouwd. In de komende jaren komen er nog een paar bij, ‘omdat het enorm loopt’, zegt Van der Heiden.

‘Enorme toeloop’, dat is bij cursussen meestal niet meer dan twintig personen per avond, maar als alle cursisten in Nederland per week worden opgeteld, komt daar nog een behoorlijk aantal uit. Schouwburgen, concertgebouwen en musea zijn begonnen cursussen voor hun bezoekers aan te bieden, waarin er ‘verdieping’ op hun eigen aanbod wordt gegeven. Een enkele instelling deed het al eerder, maar drie, vier jaar geleden begon het pas echt, en het aanbod nam het laatste jaar nog eens flink toe. Variërend van basiscursussen met titels als ‘leren kijken’ of ‘leren luisteren’, tot pittige verdiepingen in de kunst-, theater en muziekgeschiedenis. Als docenten worden, althans in de bekende hoofdstedelijke kunsttempels, vaak eerbiedwaardige kopstukken opgetrommeld, zoals oud-Theaterfestival-directeur Arthur Sonnen (in de Rotterdamse schouwburg), criticus Bert Vuijsje en politicus Hans Dijkstal (jazzcursus in het Concertgebouw Amsterdam).

Waarom volgen mensen een cursus bij een schouwburg? De cursisten aan tafel bij Loek Zonneveld zijn duidelijk geen beginners. Hun motivatie is echter helder: kennis. ‘Opfrissen van mijn eigen kennis’, zegt er één. ‘In een kader plaatsen van wat ik op het toneel zie’, zegt een ander. En: ‘Hier ben ik minder gebonden dan bijvoorbeeld op een universiteitscursus’.

Hoe divers de achtergronden ook, de vraag naar kennis is algemeen, denkt Van der Heiden. ‘Veel mensen krijgen via opvoeding en onderwijs niet meer vanzelf onderricht, en op een cursus wordt je bijgespijkerd zonder dat je enorme boekwerken hoeft door te nemen’.

De Rotterdamse schouwburg begon vier jaar geleden met zijn eerste cursus. Er waren al inleidingen en nagesprekken bij toneelstukken, vertelt Michiel van Zuijlen, die het aanbod coördineert, maar de vragen bleven: ‘Kan het nog dieper?’. En ook in Rotterdam is dit jaar het inleidingen- en cursusprogramma verder uitgebouwd. Nu zijn er operacursussen – met filmmateriaal, ‘geen droge kost dus’, belooft de folder – Basiscursus Theater voor de liefhebber, ‘van de Grieken tot nu’, Regisseurs in perspectief, inclusief gesprekken met levende regisseurs ‘omdat mensen de echte maker toch het spannendst vinden’; en verder nog cursussen dansgeschiedenis en muziektheater.

Michiel van Zuijlen denkt dat de reden voor een deel in de aard van de kunst zelf ligt: die is niet altijd meer even makkelijk te doorgronden. Niet voor niets, zegt hij, dat ‘de laatste tijd steeds meer gezelschappen hun eigen inleiders meebrengen’. Ook instellingen zien dat ze er baat bij hebben dat het publiek weet wat er in de voorstellingen bedoeld wordt. ‘Education permanente’, noem men bij de Rotterdamse Schouwburg het cursusprogramma. Kennis werkt, denkt Van Zuijlen. Zelf is hij inleider bij dansgroep Emio Greco. Geen makkelijke dans, zegt hij, waarvan niet alle kijkers direct weten wat er precies bedoeld wordt. Van Zuijlen geeft hen een ‘kijkwijzer’ mee, waardoor de beleving van de kijker dichter bij de voorstelling komt.

Het Van Abbemuseum in Eindhoven leidt zijn cursusprogramma in met dezelfde argumenten: ‘Hedendaagse beeldende kunst’, staat te lezen op de cursuswebsite, ‘is op het eerste gezicht vaak onbegrijpelijk’. Met de juiste cursus is dat op te lossen; ‘Door inzicht te krijgen in de achtergronden, krijgen mensen juist plezier in het ontdekken van de kunst van nu.’

Toch is het niet alleen de vraag van het publiek waardoor de instellingen met cursussen zijn begonnen. Er was ook een prikkel voor nodig, en die kwam drie, vier jaar geleden van de politiek, zegt docente Marjon de Groot van het Van Abbemuseum. Politici riepen om educatie, niet alleen voor jongeren. Instellingen op hun beurt begonnen zich meer en meer te richten op het publiek. De communicatie werd professioneler, het publiek werd actief opgezocht. ‘Musea werden minder een ivoren toren’, zegt Marjon de Groot. Zoals in het Van Abbemuseum bijvoorbeeld te zien is ‘sinds de komst van de nieuwe directeur Charles Essche’.

Daarbij toont zich volgens haar dat het publiek steeds meer vrije tijd heeft gekregen. In eerste instantie zijn het dan ook de ouderen, die de cursussen bevolken, vaak ruim voor het 65-ste jaar al gestopt met werken, op zoek naar verdere ontwikkeling. Maar het is niet alleen 60-plus, zegt een woordvoerder van schouwburg Musis Sacrum in Arnhem. ‘Bij ons begint het al rond de 40. Mensen moeten tegenwoordig zoveel keuzes maken. Het culturele aanbod is enorm. Om te kunnen kiezen wat bij hen past, hebben ze kennis nodig. En dus volgen ze een cursus.’

Een 25-jarige, mannelijke cursist vraagt op woensdagavond in de Stadsschouwburg Amsterdam hoe het nu precies zit met die ‘kunstmatigheid bij Bertold Brecht, zoals we dat vorige week hebben behandeld’. Loek Zonneveld schraapt zijn keel, brandt los, duikt de geschiedenis in, en komt weer terug bij het theater van nu. ‘Nou heb ik alweer een veel te lang antwoord gegeven’. De tijd loopt uit, het is bijna elf uur. De cursisten vinden het prachtig: ‘Wanneer begint ook alweer de vervolgcursus, Loek?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden