Kan het internet kapot?

Dat we kunnen internetten wanneer we willen, voelt net zo vanzelfsprekend als dat de zon opkomt. Maar is dat wel zo? Kan het wereldwijde web stuk? Internetminnaar Alexander Klöpping in gesprek met zichzelf, eerst maar eens over de basis.

Geen internet in Islamabad, Pakistan in 2005, na een defect aan een onderzeese internetkabel. Beeld AFP

Kan het internet kapot?
Waarom wil je dat weten?

Internet is essentieel voor m'n werk, voor het contact met m'n vrienden, voor het terugkijken van Sterren Springen Op Zaterdag, om nieuwe muziek te ontdekken, om het nieuws te lezen, om een onzinnige gadget te kopen, en ervoor te betalen. Ik kan niet meer zonder. Maar ik heb geen idee hoe het werkt, en hoe kwetsbaar het is. Dat is raar. Dus vandaar de vraag: Is er iemand die het internet kan slopen?
Jazeker, als bedrijven en overheden samenwerken kunnen ze delen van het internet uitschakelen.

Maar dat gaan ze nooit doen - toch?
Nou, het is niet helemaal uitgesloten. De regering-Obama liet twee jaar geleden weten dat ze de mogelijkheid van een soort uitknop voor het internet onderzoekt. Die zouden ze willen gebruiken in het geval van cyberaanvallen.

Dus als Obama in het Witte Huis dan per ongeluk tegen een grote rode knop aan stoot, dan zit ik zonder mail, zonder Twitter, zonder Spotify, zonder Facebook, zonder boeken, zonder YouTube, zonder...
Rustig, rustig. Er is geen centraal punt waar alle kabels samenkomen, en waar je de boel dus kunt uitschakelen.

Waarom begin je er dan over?
Omdat dat centrale punt er ooit wel zou kunnen komen. En omdat sommige delen van het internet wél nu al uitgeschakeld kunnen worden. 'Het internet' is een heel fysiek systeem. Het bestaat uit duizenden loodsen over de hele wereld, die vol staan met platte computers die rij na rij opgestapeld zijn in kasten. Die loodsen zijn met elkaar verbonden via kabels. Als je in de stad bepaalde putdeksels opentrekt tref je een buis aan met bundels kabels in allerlei kleuren. Langs sporen en hoogspanningsmasten liggen kilometers glasvezel. En in de zee liggen honderden bundels met kabels die landen en continenten aan elkaar verbinden.

Kortom: even de juiste kabel doorsnijden en ik zit opeens zonder mail, zon...
Blijf ademhalen. Het gebeurt vrij vaak dat onderzeese glasvezelkabels breken, zo'n drie keer per week, en dan kun jij nog gewoon mailen. Er liggen meestal meerdere kabels naast elkaar. En als een kabel breekt, nemen de andere het over. Heel soms maar gaat het maar mis. Op Tweede Kerstdag 2006 braken door een aardbeving in Taiwan zeven van de negen kabels die voor verbinding met het vasteland zorgen. Hong Kong, Taiwan, China en grote delen van Zuid-Azië hadden daardoor geen verbinding meer met het wereldwijde internet. Nog een voorbeeld? En eind 2008 trok een schip in het Suezkanaal met het anker een paar glasvezelkabels doormidden - kabels die Europa verbinden met het Midden Oosten, Noord Afrika en India. Alleen al in Pakistan zaten daardoor 12 miljoen mensen zonder mail, Twitter, Spotify en de rest van die primaire levensbehoeften van je.

Mensonterend. Maar dat waren ongelukken. Wat als iemand die kabels bewust kapot wil krijgen?
Dat komt wel eens voor. Zo waren er in 2007 wat piraten voor de kust van Vietnam dolgelukkig (zwarte markt!) toen ze een 11 kilometer lange internetkabel ontdekten. Op het moment dat de rovers de kabel doorsneden, stortte het internet in Vietnam in.

En wie zorgt er dan voor dat die arme schapen zo snel mogelijk weer kunnen twitteren?
De eigenaren van de kabels, meestal conglomeraten van telecombedrijven. Als een kabel breekt, sturen zij een van de 25 gespecialiseerde schepen om de kabel te repareren.

Waar komen die kabels eigenlijk aan land?
In speciale gebouwtjes te herkennen aan het gebrek aan bordjes en ramen.

Een glasfiberkabel wordt aan land gehaald in Mombassa, Kenia, 2009. Beeld AFP
Oud-revolutieleider Ramiro Valdez (rechts) opent in Havana een computerbeurs in 2011, ter gelegenheid van de aansluiting van het land op sneller internet dankzij het bevriende regime in Venezuelea. Beeld EPA

Ahá! Dus één goeie bom daarop en ik zit opeens...
In 2007 ontrafelde Scotland Yard een plan van Al Qaeda om het Londense Telehouse, een bedrijf dat strategisch belangrijke infrastructuur voor het internet in Engeland heeft, op te blazen - van binnenuit. Daarom is de beveiliging op dat soort plekken ook zo streng.

Hoe zit het in Nederland?
In Nederland komen de belangrijkste kabels binnen bij Katwijk, Beverwijk, Alkmaar en bij Groningen. Als iemand die kabels zou doorknippen zou de verbinding met Amerika vertragen. Sommige websites zouden tijdelijk onbereikbaar worden. Maar dat is het wel.

Ook belangrijk zijn de knooppunten, die netwerken aan elkaar koppelen. De Amsterdam Internet Exchange is, na Frankfurt, het grootste internetknooppunt ter wereld. Essentieel voor het Nederlandse wereldwijde internet. Dat krijg je echter niet makkelijk onderuit. De exchange is verdeeld over acht locaties en heeft allerlei backupsystemen. Ik zou er niet aan beginnen als ik het internet kapot zou willen krijgen.

Maar Hosni Mubarak zette in Egypte het internet toch gewoon uit?
Hij had schoon genoeg van al die vervelende protesten op Twitter en Facebook. Het schokte wetenschappers dat het hele land van de digitale kaart verdween. Maar de uitvoering was vrij simpel. Het grootste deel van de infrastructuur is namelijk eigendom van de staat, en controle over de rest was wettelijk geregeld. Elk van de grote providers kreeg een belletje, waarop lokale technici een regel code invoerden in een computer. Met een druk op enter lag het internet eruit. In tien minuten was het gepiept.

Dan kan onze premier dat toch ook?
De overheid in Egypte was onder het Mubarak-regime wat 'centraler' georganiseerd dan hier, zullen we maar zeggen. Daarnaast was het aantal internetleveranciers klein, en ligt er maar weinig glasvezel. Het zou hier veel tijd kosten. We hebben veel meer providers en toegangswegen. En betere wetten.

Wat moet je dan doen om het internet plat te leggen?
Een digitale aanval bijvoorbeeld. Cybercriminelen halen voor een paar tientjes een website uit de lucht halen. De meest gebruikte methode is de Distributed Denial of Service (DDoS) Attack. Voor zo'n aanval spreken honderden tot duizenden mensen af op hetzelfde moment een website zo vaak mogelijk te openen. De servers kunnen de toestroom meestal niet aan, waardoor de site onbereikbaar wordt. In Estland werd in 2007 de nationale veiligheid bedreigd door computercriminelen. Vanuit het niets werden tegelijkertijd alle belangrijke ministeries, commerciële banken, telefoon- en mediabedrijven aangevallen. Kritieke infrastructuur ging plat, de aanvallen duurden twee weken. Aangenomen wordt dat Rusland erachter zat.

Het platleggen van delen van het internet behoort tegenwoordig ook tot het wapenarsenaal van legers. Zo overwoog Obama vorig jaar om tijdens de operatie in Libië Gadaffi's militaire computernetwerk te saboteren met een cyberaanval.

Ah, daar is Obama weer. De Amerikanen zijn toch de baas van het internet?
Ongeveer. De Amerikaanse non-profit ICANN is de baas over het zogenaamde Domain Name System (DNS). Dat moet je zien als het adresboek voor het internet. Elke website heeft een nummer, en je browser weet welk nummer bij Volkskrant.nl hoort door het op te zoeken in dat adresboek. Als je in staat bent om dat adresboek te slopen of manipuleren, maak je het internet kapot. Toch is het vrij lastig om het systeem omver te werpen, aangezien het DNS-systeem in feite bestaat uit honderden computers wereldwijd die elkaar continu spiegelen. Als er op één computer in het adresboek een wijziging wordt doorgevoerd, druppelt dat door naar alle andere computers. Als één DNS-server faalt, neemt de rest het probleemloos over. Maar hier zit wel een technisch zwaktepunt van het internet.

Het internet kan dus op talloze manieren gesloopt worden. Fijn.
Klopt, delen ervan kunnen kapot. Maar de kans dat het wereldwijde internet wordt uitgezet is zeer klein. Internet wordt uiteindelijk gerund door bedrijven die verdienen aan een goede werking van het net. Overheden zouden kunnen ingrijpen, maar dan moeten ze massaal gaan samenwerken. Zie ik niet gebeuren. En áls het gebeurt, ontstaan er vanzelf alternatieven. Want het idee achter het internet, kan niemand meer slopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.