Interview

Kan een leven met een geamputeerd been wennen?

Journalist Max van Rooy verloor zijn been en schreef er in 2012 een boek over. Kan een leven met een geamputeerd been ooit wennen?

Beeld Stefanie Grätz

Max van Rooy (die vandaag 74 wordt) buigt zich bij het begin van het gesprek naar voren. 'Wat ik je nu ga vertellen, is heel gek. Maar toen jij me benaderde voor deze afspraak, en ik natuurlijk terugdacht aan vier jaar geleden, las ik op diezelfde dag een interview met schrijfster Esther Gerritsen over haar boekenweekgeschenk Broer waarin het ook over een beenamputatie gaat. En toen kreeg ik toch een last van mijn spookbeen! Ik had er al heel lang nauwelijks last van gehad, maar ineens was die fantoompijn er weer. En echt pijn hè, niet een beetje lullige kriebels, maar pijnen, stéken. Dat heeft twee dagen geduurd. Waanzinnig. Ik moest allemaal paracetamollen slikken. En mijn zonen deden weer wat ze toen ook deden, namelijk: roffelen op dat spookbeen. Ze begonnen meteen weer in de lucht te slaan.'

In 2011 werd bij journalist en voormalig adjunct- hoofdredacteur van NRC Handelsblad Max van Rooy een tumor gevonden in het bot in zijn rechterbeen. Zijn been werd geamputeerd, tot ruim halverwege het bovenbeen. In 2012 schreef hij daar een boek over, Leve het been, en op 26 september 2012 interviewden we hem daarover in V.

Hoe gaat het met u?

'Het gaat heel goed. Ik werk aan mijn biografie over Berlage (Van Rooys grootvader, red.). Ik ben in de fase van mijn boek beland dat Berlage wat ouder is en hij wordt steeds meer een romanfiguur. Daar zie ik de invloed van de nieuwe manier van schrijven die Leve het been me heeft opgeleverd, de vormen die ik gebruik, worden steeds persoonlijker en ik beschrijf ook emoties. Dat zie je niet gek vaak in een biografie. Ik werk elke dag aan het boek, maar desondanks gaat het langzaam. Ik ben geen snelle schrijver en ik gebruik ontzettend veel bronnen, die ik overigens bijna allemaal al had verzameld voor de operatie. Ik streef ernaar om in 2017 het manuscript af te hebben. Bij leven en welzijn, moet je er dan bij zeggen.'

En fysiek?

'Ik ben klaar met de longonderzoeken die ik sinds die tijd elk halfjaar had, omdat in de longen de eerste uitzaaiingen zouden kunnen komen van de botkanker. Maar dat is dus nooit gebeurd, gelukkig. Dat komt doordat het been is geamputeerd. Ik ben nooit bestraald, heb geen chemotherapie gehad. De kanker is helemaal weggehaald. De prothese had ik toen al meteen ingeleverd. Thuis beweeg ik me nu voort met de rollator. Dat is een soort kangoeroe-loop, waarbij je je per stap op moet drukken. Dat is zwaar. Ik heb een sterk linkerbeen en sterke armen. Buiten verplaats ik me in een rolstoel. Ik had een scootmobiel, maar dat vond ik zo'n rotding. Het is waanzinnig druk op het fietspad en bovendien (fluistert) vind ik het een onestetisch ding. Je gaat ook lijken op andere mensen die op een scootmobiel zitten. En mensen die op een scootmobiel zitten, gaan zelf op zo'n ding lijken. Die krijgen allemaal zo'n soort paddenvorm.

'Ik heb nu twee rolstoelen, eentje die ik zelf kan bedienen, en een andere die als trouvaille heeft dat je hem kunt ombouwen tot rollator. Die heb ik gekocht toen ik met mijn vrouw en zonen voor het eerst weer op reis ging. Ik heb iemand nodig om die rolstoel te bedienen, maar als ik op reis ga, heb ik toch altijd iemand bij me. Die stoel is overigens een ontwerp van de TU in Delft en ziet er mooi uit, dat is me heel veel waard.'

Bent u gewend aan het leven met één been?

'Die vraag had ik verwacht. Er zijn twee soorten van gewend zijn. De eerste is dat het gewoon geworden is. Maar dat is het niet, dat zal het ook nooit worden. Maar het is ook niet zo dat ik er voortdurend aan denk. Het is een onderdeel van mijn leven geworden. In die zin ben ik eraan gewend.

'We hadden het in 2012 ook over de esthetische kant. De walging die ik had, is wel afgenomen. Maar het is niet zo dat ik het dan in godsnaam maar ben gaan koesteren. Ik vind het nog steeds een onsmakelijk ding, net als het woord stomp, dat vind ik ook lelijk. Ik kijk er nog steeds niet graag naar, dat doe ik dan ook zelden.'

Uw zoons waren ten tijde van uw operatie 7 jaar. Ze vonden u een attractie.

'Ze zijn nu 11. Zij zijn er nou echt totaal aan gewend. Ze zeggen dat ze zich nog kunnen herinneren dat ik twee benen had, maar ze laten ook doorschemeren dat dat eigenlijk niet meer zo is. Ze helpen me en duwen ook wel mijn rolstoel. Maar ik ga niet alleen met ze met de rolstoel naar buiten. Dat vind ik een vervelend gezicht, en ook een beetje zielig, een jongen van 11 die mij duwt. Dan gaat mijn vrouw mee, of ik vraag onze huisvriend, die is ook inzetbaar.'

U vertelde ook over een mentale verandering.

'Dat beschreef ik ook in mijn boek, in een rolstoel word je naar de voorgrond gerold, of je nu wilt of niet. Dat is gebleven en daar stoor ik me ook niet aan. Ik ben brutaler geworden. Zo'n invalidekaart in de auto, dat heeft waanzinnige voordelen. We waren met de jongens in Parijs, een uitstapje, en er stonden echt rijen in de zeikregen voor het paleis in Versailles. Wij konden helemaal doorrijden, tot binnen, bij wijze van spreken, en hoefden ook niet te betalen. Heerlijk! Dat overkomt ons vaak. De jongens vinden dat geweldig.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden