BoekrecensieDe code van creativiteit

Kan een computer kunst maken? Deze wiskundige is er – gelukkig – nog niet uit ★★★★☆

Kunnen computers kunst maken? Is het een kwestie van de juiste code kraken? Wiskundige Marcus du Sautoy geeft allerlei boeiende voorbeelden en komt er – gelukkig – nog niet uit.

null Beeld Uitgeverij Nieuwezijds
Beeld Uitgeverij Nieuwezijds

De aanwezigen in de zaal van de universiteit van Oregon zijn getuigen van een bijzonder concert. Ze krijgen drie stukken te horen: een onbekend werk van Johann Sebastian Bach, een door muziekwetenschapper Steve Larson gecomponeerd stuk in de stijl van de grote componist en een compositie die door een computer is gemaakt, ook in Bach-stijl. Alle stukken worden uitgevoerd door dezelfde pianist.

Na afloop moet het publiek raden wat de echte Bach was, wat de menselijke imitatie en wat die van de computer. Larson is ontdaan als blijkt dat het publiek denkt dat zijn tweestemmige inventio het werk is van een zielloze computer. Maar dat is nog niets vergeleken bij de schok van het publiek, als duidelijk wordt dat het de compositie van de computer heeft aangezien voor de echte Bach. Op zijn beurt werd Bach afgedaan als een armzalige imitatie.

De Britse wiskundige, mediapersoonlijkheid en auteur Marcus du Sautoy haalt het voorbeeld (uit 1997 al!) aan in zijn nieuwe boek De code van creativiteit. De muzikale computer heet Emmy en is gemaakt door de Amerikaanse componist David Cope, die al sinds de jaren tachtig is gefascineerd door de vraag of algoritmen in staat zijn tot het maken van kunst. Om daar antwoord op te krijgen bedenkt Cope een muzikale Turing-test. Als het publiek het werk van een computer er niet uit kan vissen, is de computer voor de test geslaagd. Emmy slaagde met vlag en wimpel.

Maar daarmee zijn we er natuurlijk niet. Douglas Hofstadter, van de bestseller Gödel, Escher, Bach, is destijds bij het experiment betrokken. Ook hij staat perplex. ‘De enige troost die ik op dit moment vindt, is dat Emmy niet zelf een stijl kan genereren. Het algoritme is afhankelijk van eerdere componisten die het kan nabootsen’, aldus de auteur. Bij een ander stuk van Emmy, in de stijl van Chopin, is hij opnieuw van slag: hoe kan emotionele muziek worden voortgebracht door een programma dat nooit heeft geleefd en nooit enige emotie heeft gekend?

Meer vragen dan antwoorden

De Dan Brown-achtige titel van het boek van Du Sautoy kan de lezer eenvoudig op het verkeerde been zetten. Ook de auteur suggereert op de eerste pagina’s dat er sprake is van een soort menselijke code die gekraakt kan worden via een omweg: door te kijken naar wat kunstmatige intelligentie (AI) kan voortbrengen. Die belofte maakt hij – gelukkig – niet waar. Het boek stelt meer vragen dan dat het antwoorden geeft. Dat is prettig. Daarnaast is het een reis langs esthetica, wiskunde en een lange rij voorbeelden van door AI voortgebrachte ‘kunst’. Dit laatste tussen aanhalingstekens, want de voortbrengselen zijn onder kunstkenners niet onomstreden.

Zo laat de auteur fijntjes zien hoe de waardering als een blad aan de boom kan omslaan op het moment dat iemand te horen krijgt dat een schilderij, gedicht of compositie niet door een mens, maar door een machine is bedacht. Misschien wel omdat kunst het laatste terrein is waar de mens zich nog superieur waant aan AI. Dat computers beter zijn in rekenen, daarbij hebben we ons neergelegd. Maar creativiteit? Dat is heel iets anders.

Neem het project The Next Rembrandt in 2016, waarbij de computer op basis van 346 oude Rembrandt-schilderijen een nieuw portret maakte, in de stijl van de oude meester. ‘Wat een afschuwelijke, smakeloze, gevoelloze en zielloze karikatuur van alles wat creatief is’, zo schreef een Britse kunstcriticus in The Guardian over het portret. Zou hij net zo hebben gereageerd als hij niet vooraf had geweten dat het schilderij door een computer was gemaakt, vraagt Du Sautoy zich af. Kan de ‘nieuwe Rembrandt’ nog worden afgedaan als een imitatie, dat geldt niet voor de werken die in hetzelfde jaar werden getoond op een toonaangevende beurs voor moderne kunst in Basel. De bezoekers vonden de door AI voortgebrachte kunst bijzonder inspirerend.

Grote vraag

De grote vraag blijft: zijn de algoritmen in staat méér te genereren dan wat de mens erin stopt? Of blijft het een optimalisatietrucje en leven we straks in een wereld waarin Spotify ons niet alleen ideale playlists voorschotelt van bestaande nummers, maar de computer ook nummers bedenkt die zijn toegesneden op onze smaak? Is een computer in staat tot iets écht nieuws?

In een poging die vraag te beantwoorden, staat de auteur uitgebreid stil bij het Chinese denkspel go. Dit gold lang als onneembare vesting voor de computer, omdat alles draait om intuïtie. Totdat het (door Google overgenomen) AI-bedrijf DeepMind zich ermee gaat bemoeien. Zijn programma AlphaGo speelt in 2016 een match met de Koreaanse wereldkampioen Lee Sedol.

Lee Sedol begint vol zelfvertrouwen: onmogelijk dat hij van een computer verliest. Het loopt anders. Tot zijn ontzetting (en die van miljoenen kijkers) heeft hij geen schijn van kans en verliest vier van de vijf wedstrijden. In de tweede partij doet de computer de inmiddels legendarische zet 37, die iedereen perplex doet staan. Die blijkt dodelijk. ‘Dit is geen menselijke zet’, verwoordt de scheidsrechter later de stemming. ‘Wat prachtig. Prachtig. Prachtig.’

Doorbraak

Du Sautoy schrijft hierover: ‘Het was deze doorbraak die mijn recente existentiële crisis veroorzaakte.’ Voor de wiskundige is hiermee immers bewezen dat een computer een wezenlijke verandering zelfstandig in gang kan zetten, iets wat hij nooit had verwacht.

Heeft de computer daarmee de menselijke code gekraakt? Natuurlijk niet. Waar de Koreaanse go-speler totaal van streek was en zichtbaar leed, toonde AlphaGo na zijn overwinning geen enkele emotie. ‘Dit gebrek aan een reactie geeft de mensheid hoop’, schrijft Du Sautoy. De wiskundige eindigt met de nog hoopvollere verwachting dat de door computers gemaakte schilderijen, muziek en romans ons kunnen laten voelen ‘wat het betekent om een machine te zijn’.

Marcus du Sautoy: De code van creativiteit. Uit het Engels vertaald door D&K Translations. Uitgeverij Nieuwezijds; 318 pagina’s; € 24,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden