Kaddisj voor een kut

De zelfgenoegzaamheid van Dimitri Verhulst begint irritant te worden

Het schuttingwoord in de titel is niet alleen gekozen omwille van de alliteratie: Dimitri Verhulst, de Vlaamse verschoppeling die met het geestige relaas van zijn droeve jeugd in de moderne klassieker De helaasheid der dingen (2006) furore maakte, noemt zijn tegendraadse gebed voor een 17-jarige zelfmoordenares Kaddisj voor een kut, omdat hij ook protest wil aantekenen. Van Gianna, een zwijgzame kappersschoolleerlinge die hij kende uit de instelling Home Zonnekind in Vuilemaerte voor verwaarloosde jongeren, heeft niemand de eenzaamheid begrepen.

Hij weet dat wel, hoe dat voelt, om in een tehuis te zitten vol afgedankte kleren en ontwakende hormonen, om af en toe in een shoppingcenter te gaan kijken naar hoe gelukkige gezinnen eruitzien, om door je familie weggedaan te zijn. Als de verteller naar de begrafenis van Gianna gaat, is hij zelf nog maar een paar maanden uit zo'n instelling ontslagen.

Moeilijk te raden is het niet, waar Verhulsts voorkeur voor stekelig schimpen vandaan komt. En zoals we weten kan hij fraaie zinnen smeden. Maar dat ieder ander er naast zit en de foute woorden bezigt, of het nu een schooldirecteur is of de pastoor, de Heer zelf of een forensisch psychiater, en de auteur als ervaringsdeskundige de aangewezene is om de dode de enig juiste eer te bewijzen, staat ernstig te bezien. Vanaf de litanie Godverdomse dagen op een godverdomse bol (2008) is er zelfgenoegzaamheid in Verhulsts stijl geslopen, een tevreden wentelen in het eigen bronzen stemgeluid, dat minstens zo irritant begint te worden als een pastoor die maar weer eens terugvalt op de psalmen 23 (want dat is 'De heer is mijn herder', en niet psalm 32, zoals Verhulst schrijft) en 118.

Een kaddisj hoort een dode te gedenken. Dat lukt Verhulst nauwelijks, omdat hij aan Gianna kennelijk weinig herinneringen heeft. Liever grauwt hij over zijn eigen wederwaardigheden, en zelfs dan moet hij de wals erbij halen om zijn tekst volume te geven. Als het waait, schrijft hij niet dat het waait, maar dat 'de wind een herfstige geldingsdrang in jouw nadeel' heeft. Als een klok het doet, tikt hij niet, maar 'weerlegt hij gans de middag glansrijk dat het leven niet meer zou zijn dan een flits'.

Hij noemt de aanhef van een psalm 'een weinig verkwikkende gebeurtenis in een mensenleven', maar het aanheffen (waar hij op doelt) kan een gebeurtenis zijn, niet de aanhef. Moeizaam zijn de verzekeringen die Verhulst in zijn tekst vlecht, armzalig in hun nodeloosheid: 'nooit meer maar dan werkelijk ook nooit meer', 'daar en nergens anders', 'ten tweeden male, en niet eerder': misschien bedoeld als parodie op de soms omzwachtelde kerktaal, maar het effect is eender: ongeduld bij het gehoor, in dit geval: de lezer.

Er komt nog een verhaal achter het kaddisj aan, 'De aankomst in de bleke morgen', over een Vlaams stel dat besluit zijn twee jonge kinderen om te brengen, om die te besparen wat het zelf heeft meegemaakt: een helse tijd in zo'n instelling. Verhulst laat de man en vrouw aan het woord, die simpel van geest zouden zijn, maar wel in ongeloofwaardige volzinnen praten zoals je soms ook in slechte films ziet. Zegt de vrouw tegen haar man: 'Zie je, ik heb naad & snit gestudeerd, en jij hebt tot jouw achttiende metaalbewerking gedaan.'

Als een stem uit het plafond, een voice-over, stelt iemand ze af en toe een vraag ('Hoe maak je een baby kapot?'), en dat zou goed de schrijver kunnen zijn, gezien zijn oordelen en eerder welluidende dan precieze taalgebruik ('zijn kinderlijke en daarom niet minder juiste intuïtie').

Een reportage over dit waargebeurde drama zou hebben kunnen werken. De ironie van Verhulst, die smalend en wrang lachend tussen het drama en de lezer gaat staan, doet dat niet.

Verhulst kan beter over zichzelf schrijven dan spelen dat hij interesse in anderen heeft. Laat Gerard Reve hem tot voorbeeld zijn. Dat zou dit schrijverschap toekomst geven. Want vreemd als het klinkt

, met zijn 41 jaar lijkt Dimitri Verhulst al over de datum.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden