Kaartenhuis gebouwd op vertrouwen

Ger Thijs volgde zeven jaar geleden Hans Croiset op bij het Nationale Toneel. Sinds 1992 voert hij samen met Johan Doesburg het artistieke bewind in Den Haag....

DE ZIJKANT VAN de schouwburg lijkt nog een bouwput. Wie tussen de betonplaten en cementmolens door laveert, kan zich niet voorstellen dat hier over een week premièrebezoekers lopen. Daarboven, op de eerste verdieping, houdt artistiek leider Ger Thijs kantoor. Hij maakt een grimas: 'Of het op tijd klaar is? Als melancholieke Limburger verplicht ik mezelf tot optimisme.'

Als hij in zijn donkere pak tussen het werkvolk door loopt, lijkt hij een figuur uit een andere wereld. In de zaal kijkt hij tevreden rond: 'Hier en daar is wat pluche verdwenen, daardoor is de akoestiek harder en droger. Maar de intimiteit is gebleven. Wat zal ik blij zijn als het straks klaar is. Ik ben hier tenslotte voor deze schouwburg gekomen.'

'Dit is jouw zaal', zei Hans Croiset zeven jaar geleden, toen hij hem vroeg zijn opvolger te worden bij het Nationale Toneel. Thijs aarzelde. De Koninklijke Schouwburgzaal, waar hardop denken al verstaanbaar is, gaf de doorslag. Hij houdt van de toneellijst. En zijn grote, panoramische ensceneringen van klassieke stukken als Het wijde land, Professor Bernhardi mogen er niet alleen zijn, ze zijn hier op hun plaats. Mensen uit de coulissen zien opkomen, dat is voor Thijs de crux van toneel. Aan hem dus de eer de verbouwde schouwburg in te wijden met zijn regie van Oude Mensen, Willem Jan Ottens toneelbewerking van Couperus' roman Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan.

'Couperus is een schrijver die geen Genootschap nodig heeft', zegt hij. 'Je kunt hem gewoon lezen. Zijn werk is spannend en niet zo onaantastbaar dat je er als bewerker niet aan durft te komen. Willem Jan Otten heeft er veel eigen materiaal in verwerkt, maar het blijven de figuren uit de roman. Die twee schrijvers geven elkaar lucht. Couperus maakt Otten lichtvoetiger en omgekeerd wordt Couperus wat ernstiger.'

Het succes van Kleine Zielen dat Thijs destijds zelf bewerkte - 'ik kreeg de floppy's van de uitgeverij en haalde de dialogen eruit' - wilde hij niet herhalen. Dit verhaal is toneelmatiger, de plot heeft veel weg van Ibsen. Het draait om een moord, zestig jaar geleden in Indië gepleegd. De daders van toen, nu oude mensen, delen dat geheim, een 'gruwelijk ding', dat ze het liefst zouden meenemen in hun graf. Maar de dood waar ze zo naar verlangen laat op zich wachten. En de vloek sijpelt door in de levens van hun kinderen.

Net als in het boek wonen de oude mensen hier op de eerste verdieping. In het wijdse decor voert een riante houten trap met een bocht naar drie majestueuze zetels. 'De middelste is voor Elisabeth Andersen', zegt Thijs. 'De grand old lady staat voor het eerst sinds jaren weer op het toneel. Ik had haar gevraagd, maar uiteindelijk zei ze nee in een briefje. Ze wilde haar vakantie niet opofferen. Toen Elisabeth Hoijtink uitviel, heeft ze alsnog toegezegd. Andersen is bijna 80 en ze zegt steeds: dit is mijn laatste rol. Dat laat ik niet gebeuren, als het zover is, bedenk ik een list.'

Joop Doderer is 78, Ton Kuyl wordt dat binnenkort. 'Het is bijzonder met zulke oude mensen te werken. Ze hebben het goed voor elkaar. Hun wereld is klein, ze kunnen niet te lang repeteren, moeten op tijd naar huis, boodschappen doen, koken. Met tekst hebben ze geen probleem, alleen hun vermogen om veranderingen bij te houden neemt af, dat is soms lastig. Het is een fantastische cast, de jongste acteur is 22. De rest zit daar tussenin. Meestal negeert het huidige toneel leeftijd als criterium voor een rol. Hier staan vier generaties, iedereen is ongeveer net zo oud als de figuur die hij of zij speelt. Waar zie je dat nog?'

Mooi toneel voor de schouwburgzaal waar iedereen 'gewoon naar kan kijken', dat is zijn ideaal. Helder, intelligent, een tikkeltje chic, passend bij Den Haag. Licht van toon, geen bombast en vooral geen malle experimenten. Daarmee wil hij de komende tijd het publiek in de schouwburg terugwinnen. Haags publiek, misschien een beetje grijs, dat gesteld is op traditie, herkenbaarheid.

Past dat wel bij de ideeën van Van der Ploeg? Hij haalt zijn schouders op. 'Gezelschappen moeten nu 3 procent van hun budget besteden om jongeren en allochtonen te bedienen. Maar dat is in de Tweede Kamer al onder vuur genomen.' Woedend was hij dit voorjaar: 'Een politicus die over cultuur gaat, moet iets vinden van kunst. Wat hij over allochtonen en jongeren roept is geen visie, dat is een doelgroep. Zulk populisme trekt de boel uit zijn voegen.

'Hij is trouwens zelf een allochtoon, als hoogste vertegenwoordiger van mijn beroepsgroep kan hij de naam van de discipline niet eens uitspreken: hij heeft het consequent over tunneil. Hebben ze op het departement geen logopedist?'

DE OVERHEID is hem te dirigistisch, dat zaait angst. 'Iedereen is bang voor zijn positie. Alles moet snel, je bent zo goed als je laatste productie. Voor je het weet is alle solidariteit verdwenen.' Een groot bedrijf als dit is moeilijk beheersbaar. Hij verwijst naar Komedie van Liefde begin vorig seizoen, een mislukte voorstelling waar de pers unaniem overheen viel. 'Dan kan zo'n hele spelersploeg zich tegen je keren. Plots sta je tegenover een meute en je voelt: ze willen mijn hoofd. Zo'n nachtmerrie heb ik nog nooit meegemaakt. De repetitieperiode was prima, maar tijdens de try-outs stortte alles voor mijn ogen in. Het zelfvertrouwen van de hele troep zag ik zo verdwijnen. Het was niet tegen te houden. Dan zie je hoe fragiel het allemaal is. Een kaartenhuis, gebouwd op vertrouwen.'

Gelukkig sprong zijn mede-artistiek leider, Johan Doesburg, voor hem in de bres. 'Daar zal ik hem mijn hele leven dankbaar voor blijven.'

Doesburg is sinds deze zomer met ziekteverlof. Voor De Kersentuin moest een andere regisseur worden gezocht. 'Agaath Witteman heeft de regie overgenomen, ze is al bezig. Johan is gewoon een tijdje uit de roulatie, hij neemt even gas terug na een periode van tien jaar onafgebroken werken met vaak drie regies per seizoen. Mag hij? Ik hoop dat hij er de tweede helft van het seizoen weer is, dan regisseert hij De Meiden. En volgend seizoen staat hij alweer gepland voor een grote productie. 'Ik zeg het voorzichtig, we mogen hem niet lastigvallen en ik wil niet dat hij dingen in de krant leest, die hij niet weet.'

Doesburg, de straatvechter, de brutale hond die geruchtmakende stukken op het repertoire zet en Thijs als zijn keurige tegenvoeter. Samen zouden ze het klaren toen ze begonnen in 1992. De afspraak was dat ieder kon doen wat hij wilde. Dat het gezelschap daardoor een januskop kreeg, was te voorzien. 'Echt Den Haag', zegt Thijs nu, 'twee stations, twee soorten mensen, die van het veen en van het zand. Op die manier spraken we wel twee soorten publiek aan, maar willen we de schouwburg weer veroveren, dus onze voorstellingen zo'n twintig avonden spelen met een zaalbezetting van 80 procent, dan moeten onze neuzen meer dezelfde kant op gaan staan.'

Daar moet Evert de Jager bij gaan helpen. De Jager, tot voor kort directeur van het Noord Nederlands Toneel, maakt per 1 oktober deel uit van de leiding in Den Haag. Zakelijk en artistiek. Is dat niet een beetje veel, drie artistiek leiders? 'Evert heeft de opdracht de tweespalt tussen Johan en mij te verkleinen. Ik kreeg de laatste jaren steeds vaker de vraag waar ons gezelschap nou eigenlijk voor staat. Deze constructie hebben we met z'n drieën gemaakt. Maar je weet natuurlijk nooit hoe zo'n plan uitpakt.'

Maar moet Doesburg dan op Ger Thijs gaan lijken? 'Welnee, hij moet vooral doorgaan op dat spoor van die Shakespeares, Troilus en Cressida, Titus Andronicus, Hamlet. Hij is de enige van zijn generatie die uit de voeten kan met die grote zaal. Het eenduidige beeld van het gezelschap geldt vooral voor de schouwburg. Daar willen we meer helderheid laten zien.' En riskantere stukken zoals Blasted van Sarah Kane? 'Die kunnen in Theater a/h Spui of in De Regentes. Hij voelt zich thuis in dat zwembad, ik heb daar niks mee.'

Buiten het werk kan Thijs weinig met acteurs. Al zijn vriendschappen lopen via het werk. 'Ik heb ook nauwelijks een kennissenkring.'

Als kind voelde hij zich al een buitenstaander in zijn eigen familie. Geboren in een Limburgs dorp, bracht hij als tweejarige lange tijd in het ziekenhuis door. 'Daar leerde ik Nederlands. Thuis konden ze me daarna niet meer verstaan, ik hoorde er niet meer bij. Op de een of andere manier voelde ik me in die anonieme omgeving van dat ziekenhuis erg thuis. Als mijn moeder op bezoek kwam, dat arme mens had een uur in de bus gezeten, dan verheugde ik me vooral op het moment waarop ik kon zeggen dat ze weer weg moest.'

'Nog altijd hou ik mensen op afstand. Ik weet wel waarom, mijn vader was politieagent, als hij het niet meer aan kon ging hij slaan. Ik weet nog goed, als ik iets had misdaan en ik vertelde dat aan mijn moeder, vroeg ik haar niets aan mijn vader te zeggen. Dat deed ze dan toch. En hij sloeg. Daar komt vermoedelijk dat afstandelijke vandaan, dan loop je minder de kans teleurgesteld te worden.

'HET WAS EEN hele stap om mij aan dit gezelschap te binden, mijn vrouw en ik zijn al 25 jaar bij elkaar en nog altijd niet getrouwd. De enige die echt dichtbij komt is mijn kindje. Nu mijn ouders er niet meer zijn, heeft zij die weke plek ingenomen. Zeven is ze en ze vindt dat haar vader veel te vaak weg is. Zij is mijn lust en mijn leven. Daar lig ik wel eens van wakker: als haar maar niets overkomt. Die momenten zijn zo sterk dat je af en toe denkt: had ik het misschien niet moeten doen, dan had ik deze angst niet gehad.'

Kunstenaar wilde hij worden, schrijver vooral. Om te beginnen moest hij weg uit het zuiden. In Amsterdam waren de jaren zestig in volle gang. Hij ging er psychologie studeren, maar na een half jaar keerde hij terug en werd aangenomen op de Toneelschool in Maastricht. Niet omdat hij bezeten was van toneel, het was vooral om ergens onderdak te zijn.

Twee jaar later werd hij gevraagd bij Toneelgroep Theater in Arnhem. Om te spelen en te regisseren. 'Ik speelde vier rollen per jaar. Nooit zal ik vergeten hoe ik als nieuwbakken acteur met mijn collega's in de bus zat. Ik dacht: dit moet ik niet doen, dit gaat helemaal niet over kunst.'

Hij overwon zijn teleurstelling door zich in teksten te verdiepen en via het regisseren kwam hij toch weer uit bij het toneel. 'In Arnhem hadden ze destijds 30, 35 acteurs in vaste dienst. Soms schoten er een paar over, dat was mijn kans. We deden Strindberg in de kleine zaal of een zelfgemaakt stuk met Eric van der Donck.' Spottend: 'Ik kon weer wonderkindje spelen. Hoe jong ik ook was, ik kon toch tegen die acteurs zeggen: volgens mij moet het zo.' Zijn liefde voor toneel loopt nog steeds via de stukken. 'Regisseren is het blootleggen van het wonder in een tekst. Het is een geheim: de ene zin krijgt door de mise-en-scène, door de beweging een enorme rijkdom, terwijl een andere, net zo fraaie zin helemaal niet blijkt te werken.'

Naast het regisseren heeft hij altijd geschreven: stukken, een paar romans en af en toe een filmscenario. Zoals Een vrouw van het Noorden van Frans Weisz, naar een novelle van Couperus . Bovendien is hij regelmatig te zien als acteur. Zoals in De Doden van James Joyce. Ingehouden, schijnbaar moeiteloos liet hij de tekst het werk doen. Hij heeft het ideale uiterlijk voor de eerbare burger, de intellectueel, de salonheld, het tegendeel van de macho. Spelen is voor hem ontsnappen. Over zichzelf zegt hij: 'Deze volwassen man, die zoveel autoriteit kreeg opgedrongen en in wie dat verwende ventje zit, wil soms onverantwoordelijk zijn.'

Acteren is stilstaan en praten. 'Als mensen dat goed kunnen, blijf je net even boven het stuk zweven. Op die manier kun je de meest realistische tekst stileren, Claus, Couperus, zelfs van Heijermans maak je dan Racine.'

Oude Mensen is zijn enige grote zaal-regie dit seizoen. Doet hij stilletjes een stap terug? Hij lacht, zijn uitgever vroeg hem ook al wanneer hij er nou eens mee ophield, hij schreef helemaal geen romans meer. 'Ik ben pas 51, ik ga nog minstens één Kunstenplan-periode door. Waar kan ik anders maken wat ik wil?' Natuurlijk, hij wil ooit nog 'een paar goeie bladzijden schrijven', maar eerst een paar mooie stukken doen en 'een beetje spelen'. In een stuk van Noel Coward of Somerset Maugham, of in een nieuwe Willem Jan Otten. Het gezelschap heeft net de rechten verworven van Birthday Letters van Ted Hughes. 'Een gedichtencyclus over zijn liefde voor Sylvia Plath, die zelfmoord pleegde. Prachtig, dat wil ik spelen.'

Kunstenaar voelt hij zich vooral 's nachts, als hij een regie voorbereidt, of als hij tijdens het regisseren de goeie dingen zegt tegen een acteur. Maar het is een zwaar vak, hij moet uitkijken niet te verdrinken.

'Jaren geleden was ík het enfant terrible, naast Croiset. Ik was de lastige pestkop die alles op zijn eigen manier wilde doen. Croiset werd soms wanhopig, we hadden veel ruzie, wat het werk wel ten goede kwam. Toen ik de baas werd, schoof Johan moeiteloos in mijn oude rol. Hij werd degene die riep: als dat niet gebeurt, ga ik weg. En ik hoorde het mezelf zeggen: oké, doe jij het dan maar. Je wordt vanzelf een Hans Croiset, zonder dat je het wilt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden