Jürgen Habermas ziet in zijn ver voor Jinek en DWDD geschreven debuut het publieke gesprek al een consumptieartikel worden

Beeld © Leemage/Corbis

Niet echt sexy, die titel. En ook andere boektitels van de Duitse filosoof Jürgen Habermas (1929) zijn in beton gegoten. Alsof hij het erom doet, denk je na lezing van De structuurverandering van het publieke domein, zijn officiële debuut uit 1962. Want hierin betoogt Habermas hoezeer de publieke meningsvorming door commercialisering en marktdenken bedreigd wordt. Een boek moet in de eerste plaats verkocht worden. Net als een krant, als een tv-programma en andere informatie en opinie. Dan zijn die titels een regelrechte provocatie.

Koffiehuizen

Habermas is de belangrijkste nog levende filosoof van Europa. Hij ontving talloze eerbewijzen, waaronder de Erasmusprijs in 2013. In Duitsland is hij in menig publiek debat aanwezig. Zijn werk gaat vaak over de vraag hoe democratie mogelijk blijft onder invloed van markt en internationaal kapitaal en in een steeds complexer wereld. Dan moet je nadenken over de rol van de publieke opinie. We beseffen te weinig hoe onmisbaar die is voor het functioneren van de politiek en voor ons sociale leven.

Volgens Habermas ontstaat het publieke domein in de 18de eeuw. In Engeland zie je dat aan de plotselinge opkomst van het koffiehuis, waar figuren uit verschillende klassen met elkaar over politiek en zaken beginnen te spreken. Begin 18de eeuw kent Londen wel drieduizend van zulke koffiehuizen.

Tijdens de Franse Verlichting bloeien vooral de salons op. Hier komen aristocraten, schrijvers en bourgeoisie samen om te roddelen en om over kunst, literatuur en politiek te discussiëren. Anders dan in de Engelse koffiehuizen zijn er ook vrouwen van de partij. In Duitsland ontstaat het publieke debat in de tafelgezelschappen, uiteenlopend van leesclubs tot geheime genootschappen of loges.

Literatuur en journalistiek

In dezelfde jaren wordt er meer en meer gelezen en gedrukt. Boeken, tijdschriften en kranten nemen het publieke debat over. Literatuur en journalistiek zijn in deze kraamtijd van de journalistiek nog niet altijd helder te scheiden. Daniel Defoe schreef niet alleen Robinson Crusoe en Jonathan Swift niet alleen Gulliver's Travels: ze waren tegelijkertijd journalist.

De in 1962 sterk door het marxisme geïnspireerde Habermas ziet al in de 19de eeuw verval optreden in dat prachtige ideaal van een publiek podium voor maatschappijkritische discussie. Nadat hij de opvattingen van de filosofen Kant en Hegel over het ideaal van openbaarheid heeft besproken, komt de jonge Marx aan het woord. Die diskwalificeert de publieke opinie als 'vals bewustzijn', al is hij zelf journalist en schrijver. Volgens Marx moet je niet over de werkelijkheid praten en schrijven, maar haar veranderen.

Schrikbarend actueel

Ook liberale denkers als John Stuart Mill en Tocqueville waarschuwen voor de publieke opinie en voor de macht van de massa, die lang niet altijd de juiste keuzes maakt. Habermas zelf schetst de teloorgang van het ideaal in de context van de modernisering. Het bedrijfsleven geeft steeds meer vorm aan zowel het private leven als aan de publieke sfeer, en de bureaucratie van de overheid verliest haar openbare karakter door zich als een groot bedrijf te gedragen.

Zulke woorden lijken sinds het oprukken van de markt in de jaren negentig weer actueel. Televisie en kranten kraken onder het juk van de commercie, onder reclame en amusement. Volgens Habermas manifesteert het publieke debat zich steeds meer als een vorm van consumptie. De media moeten geld verdienen met hun informatie, en discussie vindt plaats op een podium waar entertainment de toon aangeeft in een decor van advertenties.

Het publiek redeneert niet meer over cultuur, aldus Habermas, het consumeert cultuur. Het publieke gesprek zelf is business geworden. Het leespubliek van weleer is massapubliek, dat bediend wordt met sport, cartoons en human interest. Let wel, dit schreef hij niet over Jinek en DWDD of over de krant van vandaag, maar over de situatie in 1962. Hoe gedateerd zijn voorbeelden en zijn filosofisch jargon soms mogen zijn, de inzet van het boek blijft schrikbarend actueel.

Belangrijkste filosoof

Jürgen Habermas (1929) is de belangrijkste nog levende filosoof van Europa. Hij ontving talloze eerbewijzen, waaronder de Erasmusprijs in 2013. In zijn geboorteland Duitsland is hij in menig publiek debat aanwezig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.