Julien Green luisterde naar zijn personages

'Ik ben geen katholieke schrijver', zei Julien Green (98) altijd. 'Ik ben katholiek, profondément katholiek.' Green overleed donderdag. Hij is intussen, overeenkomstig zijn wens, in alle stilte ergens buiten Frankrijk begraven....

PAUL DEPONDT

WAT GA JE DOEN als je eenmaal in het paradijs bent, vroeg zijn zuster Anne aan Julien Green. Hij antwoordde: harp leren spelen. Er is, schreef Green reeds in 1942 in zijn dagboek, 'een dag van het jaar die voor ieder van ons de donkere poort zal zijn, reeds is, ja altijd geweest is, waardoor hij voor eeuwig naar God zal gaan. Hoe kunnen wij zo vaak nietsvermoedend langs die poort lopen?'

Green is donderdag overleden maar - omdat hij zo'n hekel had aan overbodige confidenties of rumoerig eerbetoon - is het nieuws pas maandagavond door zijn levensgezel en aangenomen zoon Jean-Eric Green bekendgemaakt. Green is intussen in alle stilte ergens buiten Frankrijk begraven, overeenkomstig zijn wens.

'Ik? Ik ben niks, ik ben schrijver.' Green gaf nauwelijks iets van zichzelf prijs. Hij was, naar zijn zeggen, 'geen heroïsche katholiek zoals Paul Claudel dat wel was'. Gevoelens worden bij Green gesuggereerd, nooit echt getoond.

Begin 1945 schreef hij in zijn journaal, dat hij sinds zijn negentiende bijhield: 'Dit is mijn portret. Het is van La Bruyère: Phaedo is afwezig, dromerig. Hij vergeet te zeggen wat hij weet, en als hij dat af en toe toch doet, gaat het hem slecht af, hij denkt dat de mensen het vervelend vinden naar hem te luisteren.'

De titel van het zeventiende deel van zijn memoriaal, dat in 1996 verscheen, luidt: Pourquoi suis-je moi? 'Waarom ben ik, ik?' Naar aanleiding van zijn beroemde toneelstuk Sud citeerde Green in een ander dagboekdeel, L'expatrié (1990), de schrijver Stendhal: Hélas pourquoi suis-je moi? 'Waarom ben ik helaas wie ik ben?'

In Greens boeken spelen zulke vragen een belangrijke rol. Green werd protestants opgevoed, bekeerde zich zoals Claudel tot het katholicisme, wendde zich daar weer van af, omarmde vervolgens het boeddhisme maar werd in 1939 opnieuw - zoals hij zei - 'profondément katholiek'.

Julien Green werd op 6 september 1900 in Parijs geboren als zoon van een Amerikaanse handelsagent van de Southern Cotton Oil Company die zich vijf jaar eerder in Frankrijk had gevestigd. Na zijn schooltijd in Parijs reisde Green in 1919 naar de Verenigde Staten, waar hij filosofie studeerde aan de universiteit van Virginia. Drie jaar later keerde hij terug.

In Dixie, in de boeken Les pays lointains en Les étoiles du Sud, riep hij de geboortestreek van zijn ouders op, het land van Margaret Mitchell's Gone with the wind. Het zuiden van de Verenigde Staten - 'mon Sud', zei hij altijd - was voor de verfranste Amerikaan Green een metafoor, 'une nostalgie d'autre chose'. Het Zuiden was een ander woord voor 'vroeger'.

Hij schreef vertellingen op die zijn moeder, die in 1914 is gestorven, over het zuiden van de Verenigde Staten vertelde. Zijn boeken zijn 'herinneringen aan de Burgeroorlog', aan de puriteinse sfeer waarin hij is opgegroeid en aan het eerste besef van zijn homoseksualiteit. Hij werd streng opgevoed. Zijn moeder was een protestantse 'die hem zelfs verbood om ook maar naar de onderkant van zijn lichaam te kijken'.

Veel van Greens personages lijden onder een streng-gelovige omgeving. In Sud is een Poolse jonge luitenant Ian Wiczewski verliefd op de zoon van een planter, maar probeert zijn verliefdheid te ontwijken door de dochter ten huwelijk te vragen. Noch de dochter Angelina noch haar vader geloven dat Ian van haar houdt. Wanneer de luitenant zijn passie voor de jonge Erik probeert duidelijk te maken, faalt hij. In een duel, dat hij zelf heeft uitgelokt, wordt hij gedood.

Het stuk, dat in 1990 door Het Zuidelijk Toneel in Eindhoven is gespeeld, is ondanks de fictie van het toneelwerk misschien autobiografischer of op zijn minst openhartiger dan zijn dagboeken.

Van breedsprakerigheid hield hij niet. Green, die van 1971 tot eind 1996 lid was van de Académie française, verliet 'de tempel van de Franse taal' omdat ze 'de Franse taal laten verloederen'. Hij vermeed barokke en opgesmukte frasen. Green was, ook in het schrijven, zeer terughoudend.

Maar hij hield van stijl. Hij woonde in een 'in dromen verzonken' appartement in de Parijse rue Vaneau, tegenover het Hotel Matignon: een duister en stil interieur, stijl dix-neuvième, zware rode gordijnen, meubilair uit gepolitoerd hout, Victoriaanse stoelen, schilderijen aan de wanden, en in de gangen vele rijen in leer gebonden boeken. Wie hem interviewde, werd met steeds hetzelfde ritueel ontvangen, een van zijn vele huiselijke geplogenheden waarmee de schrijver zijn leven meubileerde: het obligate glaasje port, dat zuinig alleen voor zijn levensgezel Eric en voor de verslaggevers werd geschonken.

Het probleem van de identiteit is, naast de herinnering aan 'mon Sud', misschien wel hét thema van Greens werk. Pourquoi suis-je moi? Het was niet hij die schreef, maar iemand anders, zijn personages. Hij wilde schrijvend ontdekken wat er in zijn boeken gebeurde. 'Soms weet ik niet hoe ik ze moet tegenhouden', zei Green. 'Ik luister naar mijn personages.'

'Ik ben geen katholieke schrijver', antwoordde hij toen ik hem dat vroeg. 'Er is geen enkel boek in mijn werk dat zich afspeelt in katholieke kringen. Daarbij, ik ben geen personage.' Zo iemand als Cocteau, dat was een personage, 'een groot amuseur'. Ook Sartre was een personage. 'Hij was wat hij als filosoof vertegenwoordigde. Wat vertegenwoordig ik? Ik ben maar een schrijver.'

Paul Depondt

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden