REPORTAGE

Julidans opent met geestige en inspirerende ode aan het vak

Met dans over dans trapt Julidans dit jaar het festi-val af. Van tapdans tot disco en minimalistische swing. Ook de stervende zwaan ontbreekt niet.

le syndrome ian van choreograaf Christian Rizzo. Beeld Marc Coudrais

De dansvloer op de dansvloer. Dit was de inspirerende insteek van de openingsvoorstellingen van Julidans afgelopen donderdag. Het internationale festival, met als epicentrum de theaters rond het Leidseplein in Amsterdam, mag dit jaar dan niet bol staan van de grootste namen, de aftrap was er niet minder om.

In theater Bellevue brengt de Spanjaard Pere Faura, die zijn choreografiecarrière in Nederland begon, in No dance, no paradise in z'n eentje vier uiteenlopende facetten van de dans(geschiedenis) tot leven. Van de onbezorgde tapdans uit Singin' in the Rain en de sexy discodans uit Saturday Night Fever, tot het balletdrama van de stervende zwaan en de streng minimalistische swing van Anne Teresa De Keersmaeker. Faura belichaamt de essentie van die stijlen perfect en is daarom net zo geloofwaardig als Gene Kelly, John Travolta, Anna Pavlova of zo'n hedendaagse dansicoon in zwart jurkje.

Intussen babbelt hij er flink op los - beschrijvend, analyserend, becommentariërend - en vermengen zijn inspiratiebronnen zich geleidelijk tot een zeer persoonlijk idioom, dat hij uitleeft op allerlei versies van het liedje Dance me to the end of love. Het geheel is een grappige en bij vlagen ontroerende ode aan de dans, maar ook een subtiele bevraging van het auteurschap in dit vak: van wie is een beweging? De danser, de choreograaf, ons collectieve geheugen?

Om de hoek in de Stadsschouwburg speelt de Franse choreograaf Christian Rizzo, oorspronkelijk rockmuzikant en modeontwerper, in le syndrome ian eigenlijk met gelijksoortige vragen. Zijn referentiepunten: de relaxte, vloeiende discodans en de donkere, hoekige new-wavestijl van wijlen zanger Ian Curtis. Tegen drie grote lichtobjecten, een soort sterren, verbeelden negen performers een intense danstrip. Herkenbaar voor iedereen, nachtvlinder of niet.

De stapjes zijn eenvoudig en repetitief, opzij en terug, stap, tik, stap, tik. Aanvankelijk vooral op de plek en dicht op elkaar, geleidelijk vrijer door de ruimte heen, grootser bewegend en ieder meer voor zich. Er is een onschuld die steeds duisterder wordt, ook door de monsterlijke zwartharige figuren die met steeds meer komen toekijken, als demonen in ons hoofd wellicht. Pénélope Michel en Nicolas Devos componeerden een fantastische mix van klank, beat, galm en stem.

Wat meeslepend werkt, is de flow: dans en muziek zijn volledig doorgecomponeerd, zoals je in een club ook in een stroom van beweging en geluid terechtkomt. Een stroom die soms heftig komt aanrollen en dan weer wegebt. Het is een bewonderenswaardig compromisloze aanpak, met binnen die feitelijk monotone toestand mooie kleine ontmoetingen - een blik, een aai, passen die even door anderen worden overgenomen en zo samen een frase vormen.

Toch wordt het uiteindelijk saai. Rizzo had drastischer mogen ingrijpen en de deining meer naar eigen hand mogen zetten.

Julidans: t/m 10/7 in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden