Juli Zeh

De correspondentie tussen Juli Zeh en de Goethe Universiteit over een literatuurlezing vormt de basis voor het boek Briefroman. Daarin vindt de Duitse schrijfster een verrassende manier om een saai onderwerp razendsnel tot leven te brengen.

Juli Zeh in 2012.Beeld Steffen Roth / Focus

Met haar romandebuut Adelaars en engelen (2001) verwierf de Duitse schrijfster Juli Zeh (1974) direct internationale bekendheid. Haar faam is sindsdien alleen maar toegenomen, veel van haar romans en essaybundels zijn bekroond en inmiddels is ze een veelgevraagd spreker op radio, televisie en op universiteiten. Haar nieuwste boek, Briefroman, is voortgekomen uit een verzoek van een universiteit te komen vertellen over haar poëtica. Ze sloeg dit aanbod af want, zoals Volkskrant-criticus Arjan Peters het in zijn voorwoord samenvat: 'auteurs die precies weten wat ze doen, en daarover een theoretische boom kunnen opzetten in de vorm van bloedernstige Poetikvorlesungen, wekken haar wantrouwen op.'

In Briefroman volgen we de correspondentie die Zeh voerde omtrent het verzoek van de Goethe-Universiteit om een college over haar poëtica te komen geven. Mein Gott, een boek vol mails over het wel of niet geven van een literatuurcollege, denk je al gauw, hoe saai kan het worden. Maar Briefroman verveelt geen moment. Sterker nog, Zeh weet een spanningsboog in deze reeks brieven aan te brengen. Het boek begint met de verstuurde notitie waarin ze afzegt, met als reden dat ze het te druk zal hebben met schrijven. Maar de universiteit, haar uitgever, haar man, en bevriende auteurs proberen haar over te halen toch op dit voorstel in te gaan.

We lezen alleen de mails die van haar afkomstig zijn, toch wekt het boek de indruk dat er dialogen in worden weergegeven. Per adressant wisselt ze van toon en onderwerp en leer je tussen de regels door ook de standpunten en het karakter van die ander kennen. In haar brieven aan de 'Oude Zweed' roept Zeh twee personages in het leven, waarvan ze al schrijvend de karakters uitdiept. Zo schrijft ze bijvoorbeeld over het mannelijke personage: 'Zijn kapsel maakte hem jonger, zijn voornaam ouder, zodat hij er uiteindelijk precies even oud uitzag als hij was.' Op deze wijze vertelt Zeh toch iets over het ontstaan van een personage en een verhaal.

De mails waarin ze de karakters verder ontwikkelt, wisselt ze af met hilarische notities aan de gemeente, over het plaatsen van een papierbak. En mails aan haar accountant, waarin ze zich afvraagt waarom de kosten van het voer voor haar hond niet aan de belasting kunnen worden opgegeven en wél de kosten van haar auto. Terwijl haar hond van veel groter belang is voor haar literaire werk dan haar Nissan.

Zeh blijft lichtzinnig en vol zelfspot, ook als ze commentaar levert op de negatieve recensies, de gêne die ze voelt in het leven en tijdens het schrijven, of als ze vragen bespreekt die ze van journalisten en anderen op zich krijgt afgevuurd. 'Hoeveel autobiografie zit er in uw teksten?', is de meest gestelde en meest gehate vraag tijdens lezingen, schrijft ze. 'Dat is het mooie aan optreden voor scholieren of Aziaten: die vragen eerst hoeveel je verdient. Daar kun je tenminste een fatsoenlijk antwoord op geven.'

Zeh doet eigenlijk wat ze weigerde: over het schrijverschap schrijven, en wel op een buitengewoon oprechte en ontwapenende wijze. Het wordt nooit hoogdravend, ze wil de literatuur niet op een voetstuk plaatsen, dan wil ze haar nog liever eraf trekken. 'Goede literatuur en kunst is geen charitatieve, maar een narcistische daad', bekent ze.

In dit hybride boek, dat tussen essay en roman, beschouwing en verhaal laveert, toont Juli Zeh zich van haar meest gevatte, humoristische kant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden