InterviewJules Buckley

Jules Buckley gaf het Metropole Orkest status in de pop: ‘Ik wilde echt af van dat nostalgiecircus’

Na zeven jaar stopt Jules Buckley als chef-dirigent van het Metropole Orkest. Trots is hij vooral op de vele samenwerkingen waarmee hij zijn belangrijkste ambitie verwezenlijkte: het orkest meer aanzien geven in de popwereld. 

Jules Buckley: ‘Het viel me op dat er ­betuttelend naar het orkest gekeken werd. Als een soort versiering. Goh, gezellig, zo’n live-orkest op de achtergrond.’Beeld Valentina Vos

Hij deelde het podium met Quincy Jones, tilde met zijn orkest zanger Gregory Porter tot grote hoogte en maakte platen met onder meer Tori Amos en Caro Emerald. Maar na zeven jaar is het mooi geweest, vindt Jules Buckley (40), chef-dirigent van het Metropole Orkest. Nog één keer zal de Brit zaterdag in die hoedanigheid op televisie te zien zijn tijdens het eerder deze week voor de televisie opgenomen North Sea Jazz in Concert 2020.

Helemaal weg gaat hij niet. Net als zijn voorganger Vince Mendoza zal Buckley als ‘honorair dirigent’  aan het orkest verbonden blijven en nog geregeld het vijftig koppen tellende orkest dirigeren. Maar de eindverantwoordelijkheid voor de artistieke lijn geeft Buckley uit handen. 

Een raar moment, vindt Buckley zelf ook. Normaliter zou de chef-dirigent in deze tijd van het jaar volop bezig zijn met het North Sea Jazz Festival, waar het orkest al jaren een vaste naam op het affiche is. En al was het programma van de prestigieuze Londense Proms-concerten, waar het orkest sinds 2013 jaarlijks werd uitgenodigd, nog niet naar buiten gebracht, dat het Metropole Orkest in augustus weer zou mogen schitteren in de Londense Royal Albert Hall leek aannemelijk. ‘Sinds ik als chef ben aangesteld, heeft het Metropole daar ieder jaar mogen spelen’, zegt Buckley met trots over zijn bijdrage aan het belangrijkste orkest-evenement ter wereld. ‘Alleen een wereldwijde pandemie kon ons tegenhouden.’

Zijn besluit te stoppen stond al vast voordat het coronavirus opdook, aldus Buckley. De in Berlijn woonachtige dirigent ontvangt V in de tuin van zijn vaste logeeradres, in de Hilversumse villawijk vlak bij het Muziekcentrum van de Omroep, het onderkomen van wat nog even zijn orkest mag heten.

Grammy’s

‘Het voelde als een goed moment voor een nieuw hoofdstuk. Eigenlijk had ik altijd al het idee dit niet langer dan zeven jaar te doen.’ Hij heeft zijn doelstelling, het orkest nog meer op de internationale kaart te krijgen, ruimschoots verwezenlijkt, vindt hij. Er waren belangrijke prijzen, zoals twee Grammy’s (de belangrijkste Amerikaanse muziekprijzen, die het orkest won met het Amerikaanse jazzcollectief Snarky Puppy en de Britse zanger/multi-instrumentalist Jacob Collier) en plekken op toonaangevende festivals.

Voordat hij in 2013 voor zijn functie werd gevraagd, werkte Buckley al vijf jaar met het orkest, dat in het Nederlandse orkestenbestand uniek is omdat het alles speelt behalve klassieke muziek. ‘Maar waar het orkest in de jazzwereld een hoog aanzien had, viel er in de pop nog veel te winnen.’

Dat was misschien wel de grootste ambitie van Buckley: ervoor zorgen dat het Metropole Orkest ook in de popwereld serieus genomen zou worden. ‘Het viel me op dat er betuttelend naar het orkest gekeken werd. Als een soort versiering. Goh, gezellig, zo’n live-orkest op de achtergrond. Fuck that! Dit is een professioneel orkest met louter topmuzikanten.’ Die moet je volgens Buckley niet alleen inzetten voor grote meezingevenementen als Samen met het Metropole, een programma met ‘Hollandse hits’ met onder meer Willeke Alberti, Marianne Weber en Wolter Kroes. ‘De kwaliteiten van zo’n geweldig orkest moet je serieus nemen. Ik wilde echt af van dat gezellige nostalgiecircus.’

Zijn eerste belangrijke wapenfeit was het internationaal gelauwerde album dat hij met het orkest in 2014 opnam met de Britse zangeres Laura Mvula. ‘Dat was meteen best riskant, want ze had nog maar één plaat uit, Sing To The Moon uit 2013, maar die had me echt geraakt. Ze is een zangeres met een warm authentiek stemgeluid en orkestraal ingekleurde liedjes die zich goed naar grootsere arrangementen lieten vertalen.’

Nog succesvoller bleek de samenwerking met het New Yorkse jazzcollectief Snarky Puppy. ‘Het zou niet moeten werken, een twaalfkoppige jazzband samen met een groot orkest, en financieel was het een ramp met zoveel mensen samen onderweg, maar er was meteen een klik.’ Ze namen samen een plaat op, Sylva, in 2016 bekroond met een Grammy.

Quincy Jones

Daar is Buckley nog steeds apetrots op, net als op zijn samenwerking met Quincy Jones (87), met wie hij in 2016 in de Royal Albert Hall een bijzonder programma neerzette. ‘De Proms-organisatie vroeg wat ik met het Metropole Orkest het liefst zou willen doen. Ik kwam heel stoer met Quincy’s naam en benaderde zijn management. Ik dacht dat hij nooit toestemming zou geven aan zo’n Britse skinny guy als ik om zijn muziek uit te voeren.’

Dat deed Jones wel. Van de grote Thriller-hits van Michael Jackson die Jones produceerde, tot zijn filmmuziek, zoals In The Heat Of The Night, The Wiz en The Color Purple en bigbandjazznummers: de voorstelling trok onder het goedkeurend oog van de componist zelf voorbij als een geschiedenis van de zwarte muziek uit de vorige eeuw.

En zo waren er meer bijzondere samenwerkingen. Van de jonge Jacob Collier (25) tot de oude Jones, van zangers (Gregory Porter, Michael Kiwanuka) tot rappers (Stormzy) en van muzikanten uit de dance (Basement Jaxx, Squarepusher) tot jazzsolisten (trompettist Christian Scott aTunde Adjuah): hoe vernieuwend, dwars en ontregelend hun muziek ook mocht klinken, Buckley koppelde ze graag aan zijn orkest. Maar hoe blij waren de orkestleden met zijn wel erg eclectische keuzes?

Buckley grijnst veelbetekenend. ‘Er waren weleens fricties, wat logisch is als je orkestleden vraagt iets te spelen dat ze nog niet kennen. Maar er komt binnen een orkest dat zich verjongt ook steeds meer popkennis.’

Buckleys eigen muzikale kwaliteiten botvierde hij als 10-jarige al op de trompet. ‘Als tiener hield ik van een mix van jazz, grunge en metal.’ Kiezen voor één genre deed hij toen ook al niet en de veelheid aan voorkeuren behield hij toen hij in Londen klassiek componeren ging studeren. 

Arrangeerkunsten

Klassieke ensembles, maar ook bands als Arctic Monkeys, maakten daarna gebruik van zijn arrangeerkunsten voor strijkers en Buckley ontdekte dat hier en in het dirigeren van pop en jazz zijn grote passie lag.

Een liefde die hij bij het Metropole Orkest tot bloei kon laten komen. ‘Mijn ambitie was om het orkest meer aan actuele, vooruitstrevende popmuziek te koppelen en dat is denk ik gelukt. Het orkest lijkt sinds een paar jaar uit de directe financiële zorgen, dat maakt mijn vertrek ook makkelijker.’

Over de in de toekomst te varen koers wil Buckley zich niet uitlaten. ‘Dat is aan mijn opvolgers.’ Maar hij hoopt van harte dat alle meezingfestijnen achter hen liggen. En wanneer het Eurovisiesongfestival ter sprake komt,  zegt hij lachend maar resoluut ‘geen commentaar’. ‘Nee echt, waarom vinden jullie in Nederland dat songfestival zo leuk? Met goede popmuziek heeft dat toch niks te maken? Nederland heeft gewonnen, oké. Maar voor mij speelt die wedstrijd zich echt buiten de muziekwereld af.’

Een wereld waarin volgens Buckley veel mooie, spannende en innovatieve muziek wordt gemaakt. In Nederland maar ook daarbuiten. Die wilde Buckley graag met zijn orkest presenteren aan een groot publiek. En natuurlijk is het leuk dat er internationale erkenning is. ‘Grammy’s zijn cool, maar wat voor mij vooral telt, is dat ik iets bijzonders achterlaat. Dit orkest namelijk. Echt, het Metropole Orkest is killing it.’

North Sea Jazz 2020 in Concert. Zaterdag 23.15 uur, NPO 2.

De Chefs

Het Metropole Orkest heeft sinds de oprichting in 1945 slechts vijf chef-dirigenten gekend. Dolf van der Linden (1945-1980), Rogier van Otterloo (1980-1988), Dick Bakker (1991-2005), Vince Mendoza (2005-2013) en Jules Buckley (2013-2020). Vanaf augustus heeft het orkest geen chef-dirigent meer, maar kiest het voor drie vaste dirigenten. Huidig chef-dirigent Jules Buckley (40) blijft verbonden aan het orkest als honorair dirigent en wordt vergezeld door honorair dirigent Vince Mendoza (58) en vaste gastdirigent Miho Hazama (33).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden