Jubilerende galerie Espace verlangt ook van klanten liefde voor de kunst Veertig jaar trouw, een beetje ontrouw

Voor Adriaan van Dis begon het met een theevisite bij Eva, earl grey weet hij nog, in een kopje zonder oortje....

ERIC VAN DEN BERG

Van onze verslaggever

Eric van den Berg

AMSTERDAM

Eva Bendien en Rutger Noordhoek Hegt leerden hem aandachtig naar beeldende kunst te kijken. Hij zag er muren vol Appel, Heyboer en Lucebert, Jan Cremer kwam er zelfs aan de deur, en zijn geliefde dichter Breyten Breytenbach bleek net als hij rode schoenen te dragen.

'Oh? Zegt Adriaan dat?', vraagt Bendien. 'Wat leuk dat hij dat van mij heeft. De manier van kijken. . . Als je samen met iemand naar een schilderij kijkt, ben je eigenlijk met z'n drieën. Hij, ik en het schilderij. Als de ander dat niet ziet, gebeurt er niets.'

'Adriaan' is voor de 76-jarige galeriehoudster vanzelfsprekend Adriaan van Dis, net zoals 'Karel' duidt op Karel Appel, 'Ton' op Anton Heyboer, en 'Kees' op wijlen Kees Groenendijk, de Lucebert-verzamelaar. Noem een naam uit de Cobra-groep, een vernieuwende Nederlandse schilder uit de jaren zestig, of een museumdirecteur - 'Eva' is waarschijnlijk met hem of haar 'bevriend'.

Veel vrienden duiken op in Galerie Espace, 40 jaar ruimte voor eigentijdse kunst, het boek dat is verschenen ter gelegenheid van het jubileum van de galerie. Een jaar te laat - de galerie ging in 1956 open - maar de Vleeshal van het Frans Halsmuseum in Haarlem herbergt nu een tentoonstelling met dezelfde titel. Haarlem is de stad waar Bendien en haar toenmalige compagnon Polly Chapon ooit klein begonnen. 41 Jaar later is Espace terug: geen enkele galerie heeft het zo lang volgehouden in Nederland, bijna alle grote musea hebben werk dat ooit bij Espace hing.

'Lieve Eva, zorg nog zo lang mogelijk voor me, want ik ben te klungelig om het zelf te doen', krabbelde Heyboer bij het 25-jarige jubileum in een boodschap aan Bendien. '25 Jaar trouw en beetje ontrouw', is zijn samenvatting. 'Een grillige pestkop is het', liefkoost Bendien hem nu. Heyboer, van wie ze al in 1957 etsen verkocht, had er een handje van zijn werk thuis zélf te verkopen, terwijl Espace dat voor hem had moeten doen.Hij kon zo meer verdienen, soms kreeg hij het vijfvoud van de prijs in de galerie.

Trouw en een beetje ontrouw. Veertig jaar liefde voor de kunst en (soms in mindere mate) liefde voor de kunstenaar. 'Alles ging vanzelf', zegt Bendien. 'We hadden geen plannen, we deden wat we leuk vonden. Het ging zoals het ging.'

Vanzelf of niet, eind jaren vijftig betekende dat: in de 2CV naar Parijs, 'waar ze toen allemaal zaten'. Polly Chapon, vrouw van de Haarlemse schilder Jules Chapon, was bevriend met de Cobra-kunstenaars die daar hun ateliers hadden. Met hun werk wilde ze een moderne, niet gezapige galerie beginnen in Haarlem. Om iets 'in stock' te hebben, kochten Chapon en Bendien grafiek van Appel, Corneille, Chagall, Miró en Picasso. 'Dat was nog de tijd dat de douane zo moeilijk deed', herinnert Bendien zich. 'Wat hebben jullie achter in de auto? O, alleen maar een paar appeltjes. Net niet gelogen.'

Espace heeft door de jaren heen affiniteit gehouden met de Cobra-kunst. Tijdens de Haarlemse jaren, maar ook in Amsterdam, waarnaar de galerie in 1960 verhuisde om dichterbij de grote musea en hun directeuren te vertoeven. Nadat Chapon in 1964 Espace had verlaten - ze wilde een eigen galerie in Brussel - kwam de nadruk iets minder te liggen op 'Parijs' en iets meer op jonge Nederlandse kunstenaars.

Bendien houdt niet van categorieën, maar de 'Nieuwe Figuratieven' kregen een prominente plek in Espace: Reinier Lucassen, Pieter Holstein, Breyten Breytenbach, Roger Raveel. 'Het eerste originele dat de galerie heeft gedaan, 't eerste dat ze werkelijk geïntroduceerd heeft', vertelde Rutger Noordhoek Hegt, inmiddels mede-galeriehouder, in 1976 tegen Vrij Nederland.

Espace toonde moed, zo bleek, want de eigentijdse schilderijen en plastieken vielen niet direct in de smaak. Kranten spraken van 'gemene kleuren, als het even kan met fluor', of van 'vies-smerende, afstotende' schilderijen. Lucassen, die in zijn vroege werk motieven ontleende aan populaire figuren als Kuifje en James Bond, zou kennelijk zijn weg nog niet hebben gevonden of zelfs geraden.

'We wilden niet modieus zijn', zegt Bendien. 'De kunst moest bij ons passen.' Zo was voor Cobra de brede belangstelling er pas weer in 1988, door de tentoonstelling Cobra, veertig jaar later in de Nieuwe Kerk in Amsterdam; bij Espace is Cobra nooit weggeweest.

Althans, nooit helemaal. 'Hadden we nu nog maar van die mooie dingen', verzucht Bendien als ze in de Vleeshal Moeder, kind en grote vogel van Karel aanschouwt. Het schilderij uit 1951 was een van de eerste Appels in de collectie van Espace. 'Gewoon prachtig.'

Vliegend vogeltje, een andere Appel uit 1951, ging in 1957 de deur uit voor tweehonderd gulden, zo is te lezen in het kasboek van de galerie. Vorig jaar is het werk geveild: 125 duizend gulden. Dat is evenzeer een verzuchting waard. 'We hadden niet zoveel moeten verkopen. Maar het kon niet anders.' Erger vindt Bendien dat het schilderij ('gekocht door een Brabantse Belg, geloof ik') nu is voorzien van een 'deftige' lijst. Die hoort daar niet omheen.

Financieel gaat het Espace 'soms goed, soms helemaal niet'. De kunstenaars die internationale roem hebben verworven zijn nu te duur voor de galerie die aan hun wieg stond. Het zijn de kunstenaars die in het jubileumboek wel hun eeuwige trouw en vriendschap dichten, tekenen en schilderen. Want Eva en Rutger zijn liefhebbers, 'in een huis aan de gracht/ waar de ruimte van het leven/ volledig wordt beleden' (Remco Campert).

Tjibbe Hooghiemstra, de laatste jonge kunstenaar met wie Espace in zee ging, schrijft dat hij met trots zijn eigen werk heeft opgehangen aan de spijker waaraan 25 jaar geleden een ets van Heyboer hing. En in 2022, wat hangt er dan, wie is er dan trots? Bendien trekt geen nieuwe kunstenaars meer aan: de jaren gaan tellen, dat kost te veel tijd en energie. Over opvolging heeft ze nog niet nagedacht, haar partner is immers ruim een decennium jonger.

Espace wil zich blijven onderscheiden van de kunsthandel om de hoek. Letterlijk, want in de Spiegelstraat 'heerst slechts de business, niet de liefde voor de kunst'.

Die liefde verlangt Bendien net zo goed van haar klanten. Tegen iemand die bij haar binnenloopt en op zoek is naar 'iets wat aanspreekt', zegt ze: 'Ga eens naar een museum.' Ze gaat niet de hele voorraad tevoorschijn halen voor iemand die geen enkele naam kent. 'Het is een zaterdagmiddag-gewoonte. Mensen die eerst winkelen in de Leidsestraat, en dan tegen elkaar zeggen: goh, wij moeten toch ook eens een schilderij kopen. Die hebben net gele gordijnen gekocht en willen nu een schilderij in een iets lichtere tint geel.'

Galerie Espace, 40 jaar ruimte voor eigentijdse kunst in de Vleeshal, Haarlem. Tot en met 19 oktober.

Een huis vol, overzichtstentoonstelling in Espace, Keizersgracht 548, Amsterdam. Tot en met 25 oktober.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden