Jubelen als Bach, grommen als Rachmaninov en mediteren als Pärt

null Beeld -
Beeld -

Hij kan jubelen als Bach, grommen als Rachmaninov en mediteren als Pärt. Toch leidt de koormuziek van Johannes Brahms in de concertzalen van ons land een schemerbestaan. Dat is merkwaardig als je bedenkt dat Nederland honderdduizenden koorzangers telt. En dat de 19de-eeuwse componist Brahms zijn noten bij uitstek schreef voor het opkomende amateurkoorwezen van zijn tijd. Hij dirigeerde het werk nota bene zelf, in Detmold, Hamburg en Wenen.

Misschien is Brahms naar onze smaak te fladderend-romantisch. Te lastig ook: een beetje Brahms vreet concentratie. Hij flirtte met volksmuziek, schilderde weidse landschappen, maar greep in zijn religieuze muziek juist terug op de strenge technieken van meesters als Gabrieli en Bach.

Twee visies


Hoe klinkt een goede a-cappella-Brahms? Alsof de duvel ermee speelt, leveren de beste twee koordirigenten van Nederland gelijktijdig hun visie. Daniel Reuss (1961) voert al bijna 25 jaar de rebellenclub aan die Cappella Amsterdam heet. Ook topkoren in Estland en Berlijn wisten hem te vinden. Het talent van Peter Dijkstra (1978) voerde naar eredivisiekoren in München en Stockholm. Zomer 2015 begint hij als chef van het Nederlands Kamerkoor.

Hoe Dijkstra Brahms het liefst hoort, beschrijft hij in het boekje van zijn cd-opname met het Zweeds Radiokoor. Hij streeft naar 'een levendige en persoonlijke koorklank', die minder strak staat dan in de koorwereld gebruikelijk is. Zo wil Dijkstra voorkomen dat de zangers hun individuele expressie offeren aan ultieme menging.

Dat ideaal heerst inderdaad meer bij Daniel Reuss. Hij laat Cappella Amsterdam geconcentreerd, transparant en evenwichtig zingen van frase naar frase. Het Zweeds Radiokoor staat vaker stil bij de intimiteit van een woord. Dat betekent uitdaging en risico inéén: het elastiek in de zinnen rekt op tot het bijna breekt.

Reuss - Dijkstra: 1-1

Toch zijn de verschillen tussen Reuss en Dijkstra gradueel. Bij allebei proef je de heldere, Noord-Europese koorlucht die Brahms zo goed bekomt. De onderlinge competitie schuilt vooral in details die al dan niet verrassend worden uitgelicht.

Allebei openen ze met Warum ist das Licht gegeben, Brahms' beroemdste motet. In het breed uitgesponnen 'warum' resoneert bij Reuss het plechtige raadsel. Dijkstra zet de afgemeten tweede lettergreep juist in als het ritmische kontje waarmee de sopranen hun weg vervolgen. In de Fest- und Gedenksprüche strijkt Reuss met de eer. Wanneer in nummer twee de kordate stemming omslaat, verschiet Cappella Amsterdam geraffineerd van kleur.

Reuss - Dijkstra: 1 - 1. Tenzij je de wereldse koorliederen met pianobegeleiding de doorslag laat geven, waarin Cappella Amsterdam z'n smeuïgste keel opzet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden