Media

Journalisten en Haagse woordvoerders: een stroef huwelijk. Wie heeft de macht?

Het groeiende leger voorlichters in Den Haag doet er alles aan om journalisten het werk onmogelijk te maken, is de veelgehoorde kritiek. Is daar iets van waar? De Volkskrant vraagt woordvoerders hoe zij zelf hun rol zien.

Hassan Bahara en Gijs Beukers
null Beeld Rob en Robin
Beeld Rob en Robin


In de zomer van 2020 was journalist Jan Kleinnijenhuis (Trouw) samen met collega Pieter Klein (RTL Nieuws) bezig met een onderzoek naar mogelijke misstanden bij de Belastingdienst. De fiscus zou – vaak op onterechte gronden – jagen op burgers die verdacht werden van fraude met hun inkomstenbelasting. Wat klopte daarvan?

‘We hebben daarover twee maanden lang vragen gesteld aan woordvoerders van het ministerie van Financiën’, zegt Kleinnijenhuis, die in 2019 met Klein werd verkozen tot Journalist van het jaar, vanwege onthullingen over wat nu de toeslagenaffaire wordt genoemd. ‘Maar we kregen geen enkele inhoudelijke reactie. Als we vroegen of we nog antwoord kregen, zeiden ze dat we maar moesten afwachten.’

Veelzeggend, vindt Kleinnijenhuis de weinig coöperatieve houding van de woordvoerders. ‘Het is onderdeel van hun werk geworden om het werk van journalisten te frustreren en onmogelijk te maken. Terwijl woordvoerders van ministeries onderdeel zijn van de overheid: wij betalen ze om eerlijk en transparant te werken, om gewoon te vertellen hoe het zit.’

null Beeld Rob en Robin
Beeld Rob en Robin

Journalisten en woordvoerders voor bestuurlijk Nederland, het lijkt geen gelukkig huwelijk. Werp een blik op sociale media, het vaste honk van veel journalisten, en je struikelt er over de klachten over woordvoerders die nooit terugbellen, sowieso met te veel zijn, je verzoeken om je vragen ‘op de mail’ te zetten (waarna een nietszeggende reactie volgt), of je bombarderen met gelikte persberichten die de werkelijkheid het nodige geweld aandoen.

Sommige woordvoerders, zo luidt de klacht onder journalisten, gedragen zich meer als ‘politiek assistenten’ – in dienst om departementen en bewindspersonen uit de wind te houden – dan als neutrale doorgeefluiken van informatie.

Verdedigingswal of neutrale schakel?

Voor het weerwoord op deze klacht gingen we te rade bij meerdere (oud-)woordvoerders in overheidsdienst. Wat behelst hun werk en wat vinden ze van de kritiek op hun functioneren? Zien ze zichzelf inderdaad als verdedigingswal rondom een bewindspersoon, of achten ze zichzelf een neutrale schakel tussen overheid en pers?

‘Dit is een discussie die ook bij ons vrij scherp speelt’, zegt Peter Mollema, communicatiedirecteur bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘Hoe ga je om met transparantie? Wanneer spreekt de minister als partijpoliticus en wanneer als minister? Dat onderscheid is niet altijd glashelder, maar wij maken dat zo goed mogelijk.’

Woordvoerders zijn volgens Mollema in elk geval geen politiek assistenten van ministers en ‘zeker geen spindoctors’. Ze zijn er in de eerste plaats om vragen van journalisten ‘zo zuiver mogelijk’ te beantwoorden.

Anne-Marie Stordiau, tussen 1995 en 2015 directeur communicatie op het ministerie van Justitie, denkt daar iets anders over. ‘Als ambtenaar ben je voor 100 procent loyaal aan je minister, totdat die opvatting in strijd komt met de waarheid uiteraard. Maar: objectieve voorlichting bestaat niet. Ik hoorde weleens dat ik er niet zat om de minister in het zadel te houden. Daar denk ik genuanceerder over, omdat niets zo erg is voor een ministerie als een bewindspersoon die moet aftreden.’

Voor Daphne Kerremans, woordvoerder van minister Hugo de Jonge (CDA) van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), is het wél een uitgemaakte zaak dat zij vooral een brugfunctie heeft tussen de bewindspersoon en pers en publiek. Enige loyaliteit aan een bewindspersoon is er volgens Kerremans zeker, maar die heeft een grens. ‘Je hebt ook woordvoerders bij politieke partijen. Die hebben een andere pet op. De woordvoerder van de PvdA wil de PvdA zo goed mogelijk uit de verf laten komen. Ik ben in dienst van de samenleving. Ik heb geen ander belang dan het dienen van de samenleving.’

Daphne Kerremans, woordvoerder van Hugo de Jonge: 'Ik ben in dienst van de samenleving. Ik heb geen ander belang dan het dienen van de samenleving.’ Beeld Aad Meijer
Daphne Kerremans, woordvoerder van Hugo de Jonge: 'Ik ben in dienst van de samenleving. Ik heb geen ander belang dan het dienen van de samenleving.’Beeld Aad Meijer

De kritiek op woordvoerders als ‘politiek assistenten’ is allesbehalve nieuw. Die viel al te beluisteren in 2009, het jaar waarin de commissie-Brinkman werd ingesteld. Deze commissie boog zich in opdracht van de regering over de toekomst van nieuws- en opinievoorziening in Nederland. Ze keek ook naar de relatie tussen overheid en pers en constateerde ‘dat de overheid op alle bestuursniveaus een steeds groter wordend leger van communicatiefunctionarissen op de been brengt om de toegang tot nieuwsbronnen te beheren’. Die ontwikkeling wilde de commissie graag ‘ter discussie stellen’ omdat het de journalistiek – ‘waakhonden van de democratie’, aldus de commissie – op termijn op ‘een onaanvaardbare achterstand’ zet.

Toch is het aantal communicatieprofessionals in Den Haag – woordvoerders, communicatieadviseurs, speechschrijvers en media-analisten – de afgelopen vier jaar alleen maar toegenomen. Actualiteitenprogramma EenVandaag berichtte begin dit jaar dat in het kabinet-Rutte III miljoenen extra zijn uitgegeven aan de inhuur van externe woordvoerders. Ook is in deze kabinetsperiode het aantal communicatiemedewerkers met een kwart toegenomen – van 633 naar 811. Het aantal woordvoerders steeg in dezelfde periode van 90 naar 110.

Social media

Deze groei aan communicatiepersoneel heeft een aantal oorzaken, schrijft de Rijksvoorlichtingsdienst op de eigen website. Er is onder Rutte-III een nieuw ministerie (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) bijgekomen met een eigen communicatieafdeling. En ministeries maken meer gebruik van sociale media en webcare.

‘Vroeger was het werk van woordvoerders eenvoudiger’, zegt communicatiedirecteur Peter Mollema, die al 25 jaar in het vak zit. ‘Ik had voldoende aan de telefoonnummers van de tien belangrijkste journalisten en de tien belangrijkste mensen op een departement. Nu zijn er veel meer media bijgekomen, waaronder social media. Daarvoor hebben we een heel team nodig, dat communicatieadvies geeft maar ook de beeld- en webredactie van Buitenlandse Zaken doet, en vragen van Nederlandse burgers beantwoordt.’

Maar of die groeiende communicatieteams leiden tot een betere informatievoorziening, is volgens sommige journalisten nog maar de vraag. ‘Terwijl het aantal woordvoerders toeneemt, wordt steeds meer informatie achtergehouden’, schreef Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Klok naar aanleiding van het EenVandaag-onderzoek.

Pieter Omtzigt

Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt – nauw betrokken bij het onthullen van de toeslagenaffaire – uitte begin oktober in de Tweede Kamer en in een opiniestuk in Trouw eveneens kritiek op ‘het leger’ aan overheidsvoorlichters en communicatieprofessionals. Volgens Omtzigt zouden zij vooral bezig zijn om overheidsbeleid zo voordelig mogelijk over het voetlicht te brengen bij pers en publiek. Omtzigts voorstel: geef vijftig van de achthonderd communicatiemedewerkers hun congé en besteed het vrijgekomen budget aan het versterken van kritische adviesraden die regering en parlement kunnen waarschuwen voor eventuele tegenstrijdigheden in beleid.

Communicatieprofessionals waren het oneens met de kritiek van Omtzigt. In Adformatie, een vakblad voor marketing en communicatie, werd Omtzigt verweten dat hij een karikatuur zou maken van het vak van voorlichters. Omtzigts aanklacht zou gebaseerd zijn op een ‘oud vooroordeel’ over overheidscommunicatie die zich vooral zou toeleggen op ‘recht praten wat krom is en bewindspersonen uit de wind houden’.

Taboe op liegen

Vraag je woordvoerders zelf wat zij van dat vooroordeel – recht praten wat krom is – vinden, dan antwoorden ze eensgezind dat liegen tegen journalisten uit den boze is. ‘Als je dat doet, ben je al je vertrouwen bij journalisten kwijt’, zegt Kerremans, de woordvoerder van minister Hugo de Jonge.

Dat taboe op liegen in woordvoerdersland staat ook opgetekend in Het Grote Woordvoerdersonderzoek uit 2018 van het marketingbureau Corner Stone. ‘Woordvoerders mogen nooit liegen’ was een van de stellingen die de respondenten – 2.270 woordvoerders – voorgelegd kregen. 94 procent was het daarmee eens.

Maar een woordvoerder kan de waarheid op veel verschillende manieren naar buiten brengen, zegt oud-woordvoerder Anne-Marie Stordiau. ‘Je kunt de waarheid natuurlijk in een frame zetten.’

Anne-Marie Stordiau:  ‘Als ambtenaar ben je voor 100 procent loyaal aan je minister, totdat die opvatting in strijd komt met de waarheid uiteraard’ Beeld An-Sofie Kesteleyn
Anne-Marie Stordiau: ‘Als ambtenaar ben je voor 100 procent loyaal aan je minister, totdat die opvatting in strijd komt met de waarheid uiteraard’Beeld An-Sofie Kesteleyn

Juichende conclusie

Zo’n voorbeeld van handige framing ging eind oktober rond onder journalisten op Twitter en betrof een persbericht van het ministerie van Economische Zaken. Daarin werd triomfantelijk melding gemaakt van de ‘flinke slag’ die het kabinet had gemaakt met de CO2-reductie.

Het persbericht baseerde zich op de Klimaatnota 2021, een jaarlijkse evaluatie van het klimaatbeleid van het kabinet. Ook de Raad van State, de belangrijkste adviseur van de regering over wetgeving en bestuur, boog zich over de Klimaatnota, maar kwam tot een minder juichende conclusie dan Economische Zaken. Ja, de CO2-uitstoot is verminderd, zag ook de Raad van State. Maar dat was dan ook een van de weinige lichtpuntjes. De belangrijkste conclusie, aldus de Raad van State, luidde: de klimaatdoelen raken steeds verder uit zicht. Extra maatregelen zijn nú noodzakelijk.

Het gekleurde persbericht van Economische Zaken ontlokte Nieuwsuur-presentator Jeroen Wollaars een cynische tweet: ‘Hey Siri, waar komt dat wantrouwen in woordvoerders – en in het verlengde hun opdrachtgevers – toch vandaan?’

‘Ererondje in de media’

Ander voorbeeld van framing: na de val van Kabul in augustus gaf de Nederlandse ambassadeur in Afghanistan, Caecilia Wijgers, interviews aan Op1 en het AD. Ze vertelde daarin hoe ze staand in een sloot duizenden Nederlanders hielp evacueren. ‘Een ererondje in de media’, aldus diplomatiedeskundige Robert van de Roer over Wijgers’ mediaoptredens in een nieuwsanalyse van de Volkskrant. ‘Voorbarig, ongeloofwaardig en ongepast, omdat er zoveel Afghanen die we wilden evacueren onder hachelijke omstandigheden zijn achtergebleven en de Nederlandse reddingsoperatie niet klaar is.’

‘Ze vertelde daar haar verhaal als ambtenaar en als mens. En dat deed ze prima’, zegt Peter Mollema, die namens het ministerie van Buitenlandse Zaken de media-optredens met Wijgers voorbereidde. ‘Een deel van het verhaal, zeker. Maar als departement proberen we ons eigen verhaal te vertellen. Dat dat verschilt van het verhaal dat de Volkskrant vertelt, is evident. Dat mag.’

Ook de Volkskrant had gevraagd om Wijgers te interviewen, maar dat ging niet door. Mollema: ‘Er moest gekozen worden uit vele verzoeken. Wij vonden haar verhaal als ambtenaar niet passen bij de Volkskrant, omdat die krant zich vooral richtte op de vraag hoe ruim de motie-Belhaj (motie om ook andere medewerkers van de Nederlandse overheid dan tolken te evacueren, red.) moest worden uitgelegd. Zo’n insteek is het domein van de politiek, niet van ambtenaren. Daar proberen we scherp op te letten.’

Niet opnemen

Journalisten verwijten woordvoerders behalve framing ook vertragingstactieken: ze nemen niet op, houden informatie achter, volstaan met nietszeggende citaten, of traineren de informatievoorziening met juridische haarkloverij.

null Beeld Rob en Robin
Beeld Rob en Robin

Daphne Kerremans, de woordvoerder van Hugo de Jonge, kent de beschuldigingen. Het afgelopen jaar werd VWS door journalisten ervan beticht Wob-verzoeken (Wet Openbaarheid Bestuur) te frustreren. Een Wob-verzoek is een manier voor journalisten om te achterhalen wat er allemaal speelt op ministeries. Normaal moet een bestuurlijk orgaan een Wob-verzoek afzonderlijk en binnen acht weken beoordelen. Vanwege coronadrukte besloot VWS hiervan af te wijken en om de zoveel tijd een bulk documenten openbaar te maken.

In een recente rechtszaak over deze werkwijze – aangespannen door Nieuwsuur – oordeelde de bestuursrechter dat de werkwijze van VWS niet in strijd is met de wet. Wel heeft VWS volgens de rechter de ernst van de gebrekkige informatievoorziening te laat ingezien en hiermee ‘onvoldoende rekening gehouden met het feit dat de coronapandemie voor burgers en ondernemingen tot ingrijpende maatregelen en hevige maatschappelijke discussies heeft geleid’.

‘Onze werkwijze is in hoger beroep goedgekeurd door de rechter’, zegt Kerremans. ‘We hebben honderd juristen extra aangenomen om Wob-verzoeken te behandelen. Honderd! Maar we krijgen nog steeds zo veel Wob-verzoeken binnen dat we die nu niet afzonderlijk kunnen behandelen. Niet alleen journalisten dienen ze in, ook burgers. Ik vind het jammer dat sommige journalisten dan schrijven: ze zullen wel wat te verbergen hebben. Het is niet zo dat we het niet willen. We kunnen het gewoon niet sneller.’

Poetins datsja

Hoe selectief de ‘brugfunctie’ die woordvoerders zichzelf toedichten soms kan zijn, ervoer de Volkskrant eind 2017. Bij het ministerie van Buitenlandse Zaken werd het verzoek ingediend om toenmalig minister Halbe Zijlstra vragen te stellen over zijn vermeende bezoek aan de datsja van de Russische president Vladimir Poetin. In de maanden daarop zei de woordvoerder dat de minister te druk was, op reis of ziek. Ondertussen gaf hij wel interviews aan andere media.

Pas toen de Volkskrant het verhaal dreigde te publiceren zonder weerwoord van de minister, kwam het van een gesprek. Dat was op 10 februari – drieënhalve maand na het eerste interviewverzoek.

In dat interview bekende Zijlstra dat hij heeft gelogen over zijn bezoek aan Poetins datsja. Drie dagen later trad hij af.

Voor een woordvoerder is dit een moeilijke situatie, zegt Peter Mollema, die na de gebeurtenissen met Zijlstra als communicatiedirecteur bij Buitenlandse Zaken begon. ‘Je kunt een minister niet dwingen tot een interview. Dat is zijn eigen afweging.’

‘Maar’, zegt Mollema, ‘de gang van zaken verdient niet de schoonheidsprijs. Ik had in zo’n situatie de minister geadviseerd: geef dat interview en maak schoon schip.’

Woordvoerders komen ook in een lastig parket als ze zelf onvolledig zijn geïnformeerd, zegt Anne-Marie Stordiau, oud-woordvoerder van Justitie. ‘In 2015 maakte De Telegraaf een foto van de moordenaar van Pim Fortuyn. Maar ik wist niet dat dat in samenwerking met de terreurcoördinator NCTV was gebeurd. Dat was allemaal geheim. Vervolgens lichtte ik – onbewust – de pers verkeerd in door te zeggen dat we bij het ministerie waren overvallen door de foto en raakte ik mijn geloofwaardigheid kwijt.’

Tactische timing

Soms brengen ministeries wel op eigen initiatief schadelijke informatie naar buiten, maar doen ze dat op een tactisch moment waardoor er weinig aandacht voor zal zijn – omdat de kranten net naar de drukker zijn, omdat er belangrijker nieuws is waar mensen zich druk om maken of omdat journalisten aan het kerstdiner zitten.

Oud-woordvoerder Anne-Marie Stordiau zegt dat je door zulke timing net iets meer ruimte hebt om een verdediging voor te bereiden. Maar, voegt ze daar aan toe, in dit internettijdperk lukt het niet meer om slecht nieuws ‘weg te werken’. Van vroeger herinnert Stordiau zich dat de woensdagavond voor Hemelvaart een ‘ideale dag’ was om iets naar buiten te brengen. ‘De volgende dag was er geen krant.’

null Beeld Rob en Robin
Beeld Rob en Robin

‘Ja, we kijken naar de timing’, zegt Mollema van Buitenlandse Zaken. ‘Dat is onderdeel van het spel. Bijvoorbeeld om goed gehoord te worden. Maar bewust ondersneeuwen doen we nooit. Dat werkt niet. Politici en journalisten worden vaak juist extra boos als ze de indruk krijgen dat informatie bewust op een laat moment naar buiten wordt gebracht.’

Staatssecretaris Alexandra van Huffelen (Financiën) kan daarover meepraten. Haar ministerie publiceerde eind september een rapport over de toeslagenaffaire (66 pagina’s), vlak voor een persconferentie over datzelfde rapport. ‘Ik had u graag betere vragen willen stellen over dit rapport, maar we hebben het pas een kwartier’, zei Nieuwsuur-journalist Jorn Jonker geïrriteerd. ‘Is dit nou de nieuwe bestuurscultuur, wat u betreft?’ Waarop Van Huffelen moest toezeggen dat Nieuwsuur haar een dag later opnieuw mocht interviewen.

‘Ik vond het goed dat Nieuwsuur dit zo expliciet uitsprak’, zegt Kleinnijenhuis. ‘Dit maak ik al jaren mee bij Financiën.’

Vijandige ambtenaren

Na de berichtgeving van hem en Pieter Klein over de toeslagenaffaire zette het ministerie een ‘fluistercampagne’ in gang, zegt Kleinnijenhuis, bedoeld om hun werk bij andere journalisten in diskrediet te brengen. Volkskrant-journalist Toine Heijmans beaamt dat. ‘Toen ik een stuk van Jan retweette, nam een woordvoerder van Financiën contact met mij op om te vertellen dat zijn verhaal niet deugde.’

Kleinnijenhuis: ‘Als er wat is met mijn stukken, kom dan naar mij. Maar het aantal rectificatieverzoeken dat ik heb gekregen, is nul.’

Als Kleinnijenhuis zelf contact had met het ministerie, trof hij naar eigen zeggen vijandige ambtenaren. Eind 2019 stuurde hij een lijst met vragen over de toeslagenaffaire, gericht aan de toenmalige staatssecretaris Menno Snel. Het ministerie verzocht Kleinnijenhuis daarop in een mail, die voor dit stuk is ingezien door de Volkskrant, ‘je conclusies/vermoedens/beschuldigingen’ alvast voor te leggen voor een reactie’. Kleinnijenhuis: ‘Ik moest maar alvast met beschuldigingen komen. Dat heeft toch niets met voorlichting te maken?’ (Later beantwoordde het ministerie de vragen alsnog.)

Ja, het kan soms flink clashen tussen journalisten en woordvoerders. Maar in de meeste gevallen wordt de soep niet zo heet gegeten. Dat blijkt ook uit Het Grote Woordvoerdersonderzoek van 2018. Tweederde van de 2.270 ondervraagde woordvoerders was het oneens met de stelling dat je een journalist niet meer hoeft te helpen als je een slechte ervaring met hem of haar hebt gehad.

null Beeld Rob en Robin
Beeld Rob en Robin

Oud-woordvoerder Anne-Marie Stordiau kan zich ook niet zoveel ruzies met journalisten heugen. ‘Soms was er een probleem, maar meestal kom je er wel uit. Journalisten en woordvoerders hebben allebei belang bij voortzetting van hun relatie.’

Geven en nemen

Het belang voor journalisten – toegang tot bewindspersonen en informatie – heeft ertoe geleid dat het inmiddels staande praktijk is geworden om journalistieke producties voor te leggen aan woordvoerders.

‘Ter controle op feitelijke onjuistheden’, wordt daar dan bij gezegd, maar vaak volgen vanuit woordvoerderskant ook verzoeken om formuleringen aan te passen omdat ze niet zó, of net iets anders bedoeld zijn. Bij de Volkskrant, aldus de hoofdredactie, beperken correcties in interviews met bewindvoerders zich tot feitelijke onjuistheden. Zijn er meningsverschillen over formuleringen, dan wordt de geluidsopname van het gesprek teruggeluisterd.

De gordel van Kaag

Doorgaans vindt dit spel van geven en nemen plaats achter de schermen, maar dankzij een Wob-verzoek kwam eerder dit jaar op straat te liggen hoe het ministerie van Buitenlandse Zaken en het campagneteam van D66 met de VPRO hebben gesteggeld over de inhoud van een documentaire over Sigrid Kaag.

Buitenlandse Zaken vroeg onder meer of de fragmenten waarin Kaag geen autogordel droeg konden worden ‘aangepast’. Ook vroegen ambtenaren een shot uit de film te halen waarin Kaag tijdens een werkbezoek door de regering van Niger met champagne wordt onthaald. Of de voice-over moest erbij zeggen: ‘Wat een contrast, in een van de armste landen ter wereld wordt de minister met champagne ontvangen.’

‘Wij hebben gediscussieerd over deze verzoeken, ons afgevraagd of we hiermee niet te ver zijn gegaan’, zegt Peter Mollema van Buitenlandse Zaken. ‘Maar ik vind dat je in een tijd van beeld iets over zo’n autogordel mag zeggen. Zoiets straalt af op haar functioneren als minister.’ Het is aan de media om te bepalen wat ze met zo’n verzoek doen, zegt Mollema. ‘De VPRO heeft het fragment gewoon gebruikt omdat zij dat nodig vonden voor het verhaal.’

Het beeld met de champagneglazen is wel aangepast. ‘Er staan in het totaalshot bubbelglaasjes op tafel, maar er wordt niets meer ingeschonken’, reageerde de VPRO op het verzoek van Buitenlandse Zaken, zo is te lezen in openbaar gemaakte correspondentie.

Journalisten publiceren een kleine selectie van hun materiaal en als woordvoerder mag je daar best over onderhandelen, zegt Mollema. ‘Jullie interviewen mij nu een uur en daarvan gebruiken jullie een paar citaten. Dan heb je best kans dat ik straks zeg: dat citaat heb ik niet zo bedoeld, of zou je dit er niet in zetten? Dit soort discussies hebben we altijd, met alle journalisten. Dat is niet raar.’

Voor de volledigheid: ook dit artikel is ter controle op feitelijke onjuistheden aan de geïnterviewden voorgelegd. Enkele woordvoerders wensten in eerste instantie off the record – wel citeren, maar zonder herleidbare bron – te spreken. Na lezing besloten ze dat de citaten met naam en achternaam aan ze toegeschreven mogen worden. Er zijn op verzoek meerdere citaten ter nuancering en verduidelijking aangepast.

Reactie ministerie van Financiën

De Volkskrant legde de kritiek van Trouw-journalist Jan Kleinnijenhuis voor aan de woordvoering van Financiën. In een algemene reactie laat de woordvoering weten dat het de afgelopen jaren ook tot hun frustratie ‘regelmatig lastig (is) gebleken om snel alle relevante informatie te vinden en verzamelen die nodig was voor beantwoording van mediavragen’. Wel zeggen de woordvoerders hun best te doen ‘zo feitelijk en open mogelijk te schetsen wat er bij het departement gebeurt of is gedaan’. Soms strookte hun weergave van de feiten niet met de berichtgeving in de media. Om dan rectificatie te eisen, beschouwden de woordvoerders als een ‘vergaande stap’. Veel liever zochten zij in zulke gevallen rechtstreeks contact met journalisten, onder wie Kleinnijenhuis en Pieter Klein, in de hoop dat zulke gesprekken meer begrip zouden kweken ‘voor elkaars professie en goede wil’.

Aanvullingen en verbeteringen

In een eerdere versie stond dat GeenStijl het Wob-verzoek indiende over de documentaire over Sigrid Kaag. Dat klopt niet en is hierboven aangepast.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden