ProfielJosquin des Prez

Josquin was de grootste componist vóór Bach, maar u kent hem niet (goed genoeg)

null Beeld Madeleine Kuijper
Beeld Madeleine Kuijper

Vijfhonderd jaar geleden stierf de meester van de polyfone koormuziek, Josquin des Prez. En toch kennen veel mensen hem niet. Een schande. Hoog tijd dus voor een bijspijkersessie.

Een tip voor het zomerseizoen van de populaire tv-quiz De slimste mens. Laat een van de gefilmde BN’ers in de rubriek Open deur een kletspraatje houden over wat dan ook, om de deelnemers tot slot te overrompelen met de vraag: ‘Wat weet u eigenlijk van... Josquin des Prez?’

Tien tegen één schiet paniek in de ogen. ‘Franse voetballer? Canadese popster? Ik pas.’ Waarna presentator Philip Freriks vilein glimlachend de vier verlangde antwoorden prijsgeeft.

‘Josquin des Prez is... een componist uit de Renaissance, de beroemdste van zijn tijd, precies vijfhonderd jaar geleden gestorven, de grootste vóór Bach.’

(Hier schrikt de sidekick, historicus Maarten van Rossem, misschien even op uit zijn dommel. ‘Eh, wat dachten we van Monteverdi?’)

Maar laten we niet te bijdehand doen. Ook voor veel klassiekemuziekliefhebbers is Josquin des Prez een zwart gat. Wie heeft nou zijn baanbrekende Missa Hercules Dux Ferrarie paraat? En wie fluit spontaan de schuine deun El grillo mee?

De muziekwereld staat in de startblokken om Josquins jubeljaar te vieren. De eerste cd’s zijn al verschenen, ambitieuze concertseries komen er corona volente aan. Hoog tijd dus voor een bijspijkersessie. Wie was Josquin des Prez? Hoe klinkt zijn muziek? En waarom was hij een half millennium geleden de beste?

1. De man

Bijna alles is onzeker rondom Josquin, Jodocus, Joschino, d’n Zjos of hoe ze hem destijds ook noemden. Geboortejaar: ergens tussen 1450 en 1455. Plaats: Noord-Frankrijk, vermoedelijk ten oosten van Kamerijk (Cambrai). Zijn echte naam kennen we trouwens pas sinds kort. In 1998 kwam een document boven water waaruit bleek dat de componist was gedoopt als ‘Josquin Lebloitte, bijgenaamd des Prez’.

Naar zijn uiterlijk blijft het raden. Vaak duikt een houtsnede op die zou zijn gemaakt naar een geschilderd portret. De componist kijkt ons indringend aan van onder een soort tulband. Er zijn alleen twee problemen: het originele schilderij is kwijt en de houtsnede komt uit een boek waarin Josquins tijdgenoten Erasmus en Leonardo da Vinci in de verste verte niet lijken.

Tussen twee haakjes: Leonardo zou Josquin rond 1484 hebben geportretteerd in Milaan. Het klopt dat de twee er gelijktijdig aan hetzelfde hof rondliepen, maar kunsthistorici bakkeleien over de vraag of Portret van een musicus wel een echte Da Vinci is. En musicologen betwijfelen of de roodgemutste man met notenpapier werkelijk Josquin voorstelt.

Over zijn sterfdag bestaat geen twijfel. Op 27 augustus 1521 overlijdt Josquin in Condé-sur-l’Escaut, Condé aan de Schelde, een dorp op de grens van Frankrijk en België, waar hij uitgestrekte landerijen bezat. In zijn testament reserveert hij geld voor een processie die op feestdagen van de Heilige Maagd Maria langs zijn huis moet voeren. Ter plekke zingt men voor zijn zieleheil.

Luistertip

Ave Maria ... virgo serena

De mooiste, helderste, ontroerendste Mariagroet ooit gecomponeerd. Vier stemmen imiteren elkaar, schaduwen elkaar, trekken twee aan twee op. Aan het slot smeken ze eensgezind bij Maria om voorspraak.

De genres van Josquin

Mis: een volledige toonzetting van de meest gebruikte liturgische misdelen: Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus-Benedictus en Agnus Dei.

Motet: een meerstemmige religieuze compositie, vaak op tekst uit de Bijbel.

Chanson: een meerstemmig lied in het Frans, variërend van liefdesklacht tot straatrumoer tot in memoriam.

Frottola: een meerstemmig lied in het Italiaans, doorgaans luchtiger van toon dan een chanson.

2. De carrière

Misschien begon het zo: Josquin zingt als jongenssopraan in Kamerijk. Zijn stem valt op en een talentenjager lokt hem mee naar een kathedrale koorschool, een kweekinstituut voor zingende knapen. Wat volgt is een kruimelspoor van archiefstukken door Europa.

In 1475, als twintiger, zingt Josquin in de hofkapel van koning en kunstliefhebber René d’Anjou in Aix-en-Provence. In 1484 wordt hij gesignaleerd bij kardinaal Ascanio Sforza in Milaan. Vijf jaar later werkt hij voor de paus in Rome; hij kerft er zijn naam in een muur van de Sixtijnse Kapel. Josquin reist terug naar Frankrijk en neemt dienst bij koning Lodewijk XII.

En dan, in 1502, schrijft ene Gian de Artiganova een paar verbazingwekkend heldere zinnen. Hij is door hertog Ercole d’Este van Ferrara op pad gestuurd om een nieuwe maestro di cappella te vinden, een baas van de hofmuziek. Ercole kan maar het best de Brabander Hendrik Isaac nemen, luidt het advies. ‘Het is waar dat Josquin beter componeert, maar hij doet het alleen wanneer hij er zin in heeft. En hij verlangt 200 dukaten als salaris, terwijl Isaac het aanneemt voor 120.’

De hertog kiest Josquin. Verstandig, want nu kennen we tenminste zijn naam nog. Josquin heeft hem (in het Latijn) vereeuwigd in de titel van de Missa Hercules Dux Ferrarie. Uit de naam weekt hij bovendien de noten van een muzikaal thema los – een historische primeur.

Puzzel even mee. Josquin zet eerst de acht klinkers van ‘Hercules Dux Ferrarie’ op een rij: e-u-e-u-e-a-i-e. Dan koppelt hij er (toenmalige) notennamen aan met dezelfde klinker : re-ut-re-ut-re-fa-mi-re. In het moderne notenstelsel levert dat het volgende muziekje op: d-c-d-c-d-f-e-d. En daarmee gaat Josquin jongleren.

Luistertip

Missa Hercules Dux Ferrarie

Net als later Bach was Josquin een begaafd constructivist. Het thema waarop de mis is gebouwd, komt 47 keer voor. Aan het begin klinkt het in lange noten in de bovenstem.

3. Het vak

De traditie waarin Josquin werkt, is die van de singer-songwriter, herstel: zanger-componist. Zij zijn de mannetjesputters van het ambacht, de avant-garde die aan de lopende band vernieuwt. Kerkmuziek, in de Middeleeuwen begonnen als eenstemmig gregoriaans, bouwen ze uit tot complexe meerstemmigheid, ook bekend als polyfonie.

Tot Josquins legendarische voorgangers behoort de 14de-eeuwer Guillaume de Machaut, de vroegste componist van wie een volledig meerstemmige mis is overgeleverd, de Messe de Nostre Dame. En hij treedt in het spoor van Johannes Ockeghem, de schepper van het oudst bekende polyfone requiem, een oase van gonzende stemmen.

Een bekende afbeelding toont hoe dat ging, zingen in de kerk. Een groep mannen (nooit vrouwen) dromt samen rond een kanjer van een koorboek. Daarin leest elke zanger zijn partij, een van hen slaat de maat. De man met de rode koormantel op de prent is vermoedelijk Johannes Ockeghem (al zweren sommigen bij de man met de bril). Als hij in 1497 sterft, herdenkt Josquin de nestor van de polyfonisten in het sublieme chanson Nymphes des bois.

Luistertip

Nymphes des bois (La déploration de la mort de Johannes Ockeghem)

Symboliek: het vijfstemmige stuk staat genoteerd in zwarte noten. De tekstdichter, Jean Molinet, roept Josquin en beroemde vakgenoten op zich te hullen in rouw.

4. De roem

Josquin krijgt de Europese elite aan zijn voeten. Sterker, hij wordt de eerste muzikale merknaam uit de historie. Natuurlijk speelt zijn meesterschap een rol, maar techniek en commercie geven de doorslag. Rond 1500 vindt Ottaviano Petrucci in Venetië namelijk de muziekdruk uit. Hij legt een vel drie keer op de pers: eerst de notenbalk, dan de noten, dan de tekst. Monnikenwerk maakt plaats voor massaproductie.

In 1502 geeft Petrucci de eerste gedrukte bundel uit met werk van één componist: Josquin des Prez. Zijn ster klimt zo hoog, dat het algauw wemelt van roofdrukken en valse toeschrijvingen. Na zijn dood, grapt men in 16de eeuw, heeft Josquin meer gecomponeerd dan toen hij nog leefde.

De wetenschap houdt het aantal authentieke Josquins tegenwoordig op 18 missen, 62 motetten en omstreeks 70 niet-kerkelijke stukken. Want laten we niet vergeten dat de vrome Josquin ook uitblonk in aards vertier. Hij maakte het weliswaar niet zo bont als de collega van het lied Meisken, es u cutkin ru? (door Gerrit Komrij hertaald als ‘Meisje, is je kutje rauw?’). Maar qua dubbelzinnigheid mag El grillo er wezen.

Luistertip

El grillo

Lied over een krekel (grillo) die sneller zingt naarmate het warmer wordt. Laat grillo in de Italiaanse volkstaal nou ook een stijve pik zijn.

Zingen rond 1500

Nasaal, doorleefd of zijdezacht: niemand weet hoe rond 1500 een geschoolde zangstem heeft geklonken. Net zo vaag is het ideaal dat in de koorzang gold. Moesten de stemmen versmelten, of speelden zangers hun eigen timbre uit? Tot de details waarover de wetenschap kibbelt, behoort ook de uitspraak van het Kerklatijn. Neem het woord ‘Deus’, God. Zong men ‘dé-oes’ in Italië en ‘de-úús’ in Frankrijk? Of wisselde dat per periode en per stad?

5. Het geheim

Josquins geheim? Verklaar maar eens waarom Johan Cruijff de beste was. Net als de rest op het veld kon hij trappen, koppen, positioneren en passeren. Hij deed het alleen briljanter.

Als kenners toch een poging doen, spreken ze algauw vaktaal. Dan gaat het over ‘lucide textuur’ en ‘heldere declamatie’. Of over het feit dat Josquin – alweer als Bach – ‘constructief vermogen’ koppelt aan ‘expressieve muzikale kracht’.

Dat je de muziek van zo’n reus niet vaker hoort, komt vermoedelijk door onze verslaving aan emotie. In opera, uitgevonden rond 1600, gutsen het bloed en de hormonen over het toneel. Drie eeuwen later, in de Romantiek, hebben we geleerd wat sentimenteel zwelgen is.

Advies aan de Josquinluisteraar van nu: schakel terug. Krijg oor voor klanken die onnadrukkelijk opwellen uit een tekst. Scherp de antenne voor muziek met een kalm gemoed. Ga mee in de religieuze of spirituele boodschap. Of dompel je gewoon onder in pure pracht.

Vooruit, nog eentje dan. Een lied over de mens in crisis die snakt naar betere tijden: In te, Domine, speravi, op U, Heer, stel ik mijn hoop. Vertrouwen in een goede afloop: zo klinkt het.

Ensemble Clément Janequin, Josquin Desprez, Septiesme livre de chansons (Ricercar); Stile Antico, The Golden Renaissance: Josquin des Prez (Decca). Eind augustus zingt het Britse koor The Tallis Scholars Josquins achttien missen in Berlijn.

Meer over oude muziek

Of was die grootste componist vóór Bach dan toch Claudio Monteverdi? Dirigent John Eliot Gardiner maakte een podcast over hem.

Hoe klonk de Matthäus-Passion in Bachs eigen tijd, in zijn eigen kerk in Leipzig? Oud-scheikundeleraar Rens Bijma stortte zich na zijn pensioen volledig op het beantwoorden van die vraag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden