JOSEPH BEUYS

Ruim vierduizend kunstwerken van Joseph Beuys (1921-1986) zijn vanaf zondag te bezichtigen in een kasteel bij Kleef, dat zich heeft ontfermd over de immense Beuys-verzameling van de gebroeders Van der Grinten....

ONDER ZIJN ENE voet heeft de man een korte, koperen ski gebonden, onder zijn andere schoen kleeft een lap vilt. Zijn gezicht is ingesmeerd met honing, waarop zich een laagje goudstof heeft vastgezet. In zijn armen houdt hij een dode haas, die hij liefdevol toespreekt. Drie uur lang. Hij loopt met het kadaver langs kunstwerken, om zich uiteindelijk op een krukje te laten zakken en door te murmelen. Joseph Beuys laat zien Hoe men de dode haas de schilderijen verklaart. Van zijn gemurmel tegen het beest dat-niet-meer-is, verstaat het publiek niets.

Het is een van Beuys' beroemdere Aktionen; ze stamt uit 1965 en werd vastgelegd op een video. En het ziet er al met al een beetje luguber uit. Beuys-vorsers hebben het later aldus uitgelegd: de verintellectualiseerde mens was niet meer - of nog niet - in staat de tekst van Beuys te begrijpen. Dit in tegenstelling tot de haas, want die beschikt over het geheim van het oorspronkelijke leven.

De haas heeft deel aan het onherkenbare, zonder op te houden de mens vertrouwd te zijn. Als dode (haas) symboliseert hij de wedergeboorte door de aarde, wier taal de meester spreekt, een oorspronkelijke taal, een aardgefluister, die denken en handelen op organische wijze verbindt.

Het is niet zo eenvoudig om het werk van Beuys te verklaren. Maar dat hoeft ook helemaal niet, zegt zijn oud-leerling Waldo Bien. Je kunt er naar kijken zonder dat je op dat moment weet wat er aan ten grondslag ligt. 'Dat wisten wij destijds soms ook niet. Ik heb wel gehad dat bepaalde aspecten van zijn werk veel later tot me doordrongen. Dat gaf niks. Daarom kon je het nog wel mooi vinden, of indrukwekkend.' Of angstaanjagend?

Verontwaardigd: 'Ja, maar dat komt doordat je de metafoor voor de dode haas niet kent.' Bien, die sinds de jaren zeventig tot aan de dood van Beuys in 1986 contact had met de kunstenaar, heeft meerdere tips. Een ervan is: lees Rudolf Steiner. Diens antroposofische leer is van grote invloed geweest op het denken van Beuys.

Bien heeft overigens een enigszins andere kijk op de haas, een terugkerend beeld in Beuys werk. De haas staat voor intuïtie ('heb je wel eens een haas een hond te snel af zien zijn? Die haas weet intuïtief wat er achter hem gebeurt') en de intuïtie van de mens in de huidige maatschappij is dood.

Tot zover de haas. En dan zijn de andere 'arme' materialen nog buiten beschouwing gebleven: de honing, het vet, het vilt, het koper, bloed, beenderen, zwavel. Allemaal spul dat totdat Beuys er mee begon te werken, in de kunst voor inferieur werd gehouden. Beuys verlegde grenzen, in die zin dat hij materiaal gebruikte dat nooit eerder was gebruikt. En in die zin dat hij zich opwierp tegelijk als sociaal en politiek geëngageerd kunstenaar, leermeester, goeroe, sjamaan. En charlatan, zouden ook velen eraan toe willen voegen. Beuys is omstreden, maar op zijn invloed op de na-oorlogse kunst lijkt weinig af te dingen.

Beuys was al bij leven een legende. Die legende is veranderbaar en niet (geheel) bewijsbaar en gaat ongeveer als volgt:

Er was eens een Joseph, die geboren werd in Kleef, op 12 mei 1921. Het kind werd streng christelijk opgevoed; hieraan hield het een grote dierenliefde over en een neiging tot herderschap. Als jonge man was hij vast van plan medicijnen te gaan studeren, maar die droom zou nooit werkelijkheid worden. In 1941 werd hij bij de Luftwaffe ingedeeld, een jaar later werd zijn toestel uit de lucht geschoten. Joseph kwam neer in een land van sneeuw, de Krim. Halfbevroren werd hij gevonden door Tataren, die zijn wonden verbonden en die het slachtoffer, om hem warm te houden, insmeerden met dierlijk vet en in een vilten deken rolden. Na zijn terugkeer naar Duitsland trok Joseph zich terug op een boerenhoeve, waar hij een diepe mentale crisis doormaakte die hem uiteindelijk in staat stelde de grondslag voor zijn werk te leggen. Nieuwe materialen gebruikte hij, waaronder vilt en vet, 'kenmerken der sjamanistische initiatie'.

Joseph zou zich geheel overgeven aan het verkondigen van zijn leer, en in dat licht doceerde hij beeldhouwkunst aan de kunstacademie in Düsseldorf. In '72 werd hij ontslagen, omdat hij studenten onder zijn hoede nam die wegens een numerus-claususregeling niet werden toegelaten.

Als voorvechter van vrijheid en creativiteit richtte hij de Organisatie voor Directe Democratie op en daarna, samen met Heinrich Böll, de Vrije Internationale Universiteit. Zijn Aktionen brachten hem faam in zijn land, dat hem afvaardigde voor de Biënnale van Venetië en Sao Paolo. In New York werd hij gekroond tot 'grootste levende Europese kunstenaar'.

Maar Joseph had een zwak hart, en al was het hem gelukt meermalen op miraculeuze wijze de dood te ontsnappen, zijn einde naderde; op 23 januari 1986 blies hij zijn laatste adem uit.

Het zal nog generaties duren, zegt Bien, eer we de betekenis van Beuys' werk volledig in kaart hebben gebracht. 'Pas laatst heb ik me gerealiseerd dat wat hij toen de dode haas toevoegde, radiogeluiden waren, je weet wel, wat je hoort in een cockpit, morseseinen enzo.'

De esthetiek van de drek, zo betitelde Jean Leering het werk van Beuys na een eerste kennismaking eind jaren zestig. 'Een klont vet in een knieholte, ik was er niet van onder de indruk.' Toch zou hij, toenmalig directeur van het Van Abbe Museum, de eerste zijn die het werk naar Nederland haalde; een tentoonstelling in Mönchengladbach had de ommekeer gebracht. Drie zalen kreeg Beuys in Eindhoven, die hij weer heel anders inrichtte dan hij in Mönchengladbach had gedaan, maar het resultaat beviel.

'Opvallend was dat als je in die zalen door het raam naar buiten keek, de natuur een geheel leek te vormen met de kunst. De eenheid met de natuur was van groot belang voor Beuys en zijn werk.'

In 1971 was Beuys terug in Brabant, en terwijl het museum bezig was met de inrichting van Voglio vedere i miei montagne, een 'environment' dat Leering had aangekocht, trok de kunstenaar naar de Peel voor de Aktion im Moor, waarin hij tot zijn liezen door de prut in het veen waadde.

Voglio vedere i miei montagne, ofwel 'ik wil naar mijn hoogtepunten kijken' noemt Leerings voorganger Edy de Wilde als het werk dat op hem persoonlijk 'grote, misschien wel de meeste, indruk heeft gemaakt'. Het toont de kast, waarnaast Beuys ter wereld kwam, een geweer 'dat verwijst naar de tijd waarin hij neerstortte', en het bed waarin hij sliep toen hij zich terugtrok op de boerenhoeve van de gebroeders Hans en Franz Joseph van der Grinten, die later grote Beuys-verzamelaars zouden worden.

En opnieuw komt de persoon Beuys ter sprake. 'De intensiteit die van de man afstraalde - ik herinner me dat ik hem zag tijdens een receptie met Andy Warhol in New York. Intensiteit en bescheidenheid, hij had iets wat je in toneeltermen ''présence'' zou noemen.'

Maar de man die zo onlosmakelijk met zijn werk verbonden was, wiens bestaan je een conditio sine qua non zou kunnen noemen voor het voortleven van zijn kunst, is niet meer. Veel van zijn sculpturen zijn aan bederf onderhevig.

'Over twintig jaar is niemand meer in Beuys', vermoedt Diederik Kraaijpoel, oud-Minervadocent en kunstcriticus. 'Wie kijkt er dan nog naar die video's. Dat vet en die lappen en dode hazen - ik denk niet dat het van blijvende invloed zal zijn. Het spul is natuurlijk duur aangekocht, en de musea zullen het niet direct aan de straat zetten, maar als Beuys er niet meer bij staat met zijn schoolborden om uitleg te verschaffen, dan wordt het waardeloos. Het werk kan niet zonder de profeet. Denk ik.'

Als je studenten van nu vraagt een voor hen belangrijke naam te noemen, dan komt Joseph Beuys niet direct bovendrijven. Eerder die van Bruce Nauman, zegt Jos Houwelingen, hoofd van het Sandberg Instituut. 'Misschien dat zijn opvattingen over het kunstonderwijs een beetje als verouderd worden beschouwd, maar inmiddels zitten wij met puntensystemen en bezuinigingen, en dat is nu wel precies de andere kant van de wereld van Beuys.'

In de tijd dat Joep van Lieshout (33) de kunstacademie in Rotterdam bezocht, was Beuys 'de ongekroonde koning'. 'Ik vind zijn werk nog steeds goed, al moet ik zeggen dat het nu een beetje gedateerd over komt, het lijkt wel een beetje op elkaar allemaal. Het was het idee van de totaalkunst dat me aansprak.

'Neem nu mijn nieuwste beeld, de Survivalcar, de autocraat, de zelfheerser. 't Is een woonwagen of eerder een aanhanger van een vrachtwagen in een groene kleur, zo'n schutkleur. Er zit een keuken van hout in, en een bed. Het idee is dat je er geheel zelfvoorzienend in kunt leven: het heeft ook een buitenkeuken, die je kunt uitklappen voor het grotere werk, want je moet natuurlijk ook beesten slachten. Ik heb geprobeerd zoveel mogelijk van het beeld zelf te maken, tot de scharnieren toe.' Ergens komt dan de associatie met Das Rudel van Beuys boven, 'die ambulance' grinnikt Van Lieshout.

Beuys' werk was niet onveranderbaar of definitief, alles is 'im Zustand der Veränderung', zei hij. De ideeën zijn belangrijk, mogen belangrijker zijn dan de uitwerking. 'Jeder Mensch ist ein Künstler.'

Beuys ging ervan uit dat zijn werk kon worden voortgezet. In zekere zin gebeurt dat ook wel, volgens Martin Visser. Hij wijst op Britse kunstenaars als Damian Hirst en Susan Singer, van wie het Boijmans onlangs werk aankocht: 'Gewoon Beuys wat je ziet. En dan Georg Herold natuurlijk. Maar zij hebben niet het moralisme van Beuys, het zijn ontgoochelde figuren. Sommigen combineren het met humor, en dat ontbrak weer bij Beuys.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden