Jos Brink is eindelijk eens op zijn best

Tekstdichter Jacques van Tol was verantwoordelijk voor vrijwel alle hits van Louis Davids, waaronder De Kleine Man. Een paar jaar na de dood van Davids in 1939 schreef Van Tol op dezelfde muziek een ronduit smerige antisemitische versie van dat nummer....

Dat is de simpele versie van het verhaal van Jacques van Tol, over wie nu de musical Als op het Leidseplein . . . te zien is. Hij is immers ook de man die de komiek Jan Hahn uit de Duitse gevangenis redde, onderduikers in huis haalde en een illegaal krantje in elkaar draaide. Nóg gecompliceerder wordt het als je bedenkt dat Heintje Davids, de zus van Louis, bij Van Tol om nieuwe teksten bedelde toen hij nog in de gevangenis zat. Ook revueproducent René Sleeswijk vond het maar wat handig dat het gevangenkamp van Van Tol min of meer aan zijn tuin grensde.

Henk van Gelder schreef een prachtig boek over deze geniale, maar ruggengraatloze tekstdichter, die eens gezegd heeft: ‘Als morgen de communisten aan de macht komen en om een paar liedjes over Stalin vragen, dan doe ik dat óók.’ Koen van Dijk en Dick van den Heuvel maakten van de beschikbare gegevens een soepel script. De titel verwijst naar het lied Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan. Van Tol schreef het in 1943 en het werd als een verzetslied beschouwd.

Het uitgangspunt is even simpel als effectief. Op zijn sterfdag krijgt Van Tol bezoek van een strenge dame die de afrekening komt regelen. Met geld heeft dit weinig te maken, ook al is de administratie van de man met tientallen pseudoniemen onoverzichtelijk en is hij wat auteursrechten betreft door klanten als Davids en Wim Sonneveld behoorlijk beetgenomen. Nee, deze bitse, calvinistisch geklede vrouw is de Engel der Wrake, die het leven van Van Tol doorspit en hem het vuur na aan de schenen legt. Op zijn laatste dag staat de veelschrijver, die alleen de mening van anderen heeft verkondigd, met lege handen. Het is een indrukwekkend beeld, door de enorme troosteloosheid. ‘Was mijn leven een tekst, ik schrapte de helft.’

De confrontaties in zijn hoofd met zijn vroegere opdrachtgevers zijn scherp en sterk. Vooral Jan Elbertse is geweldig in zijn dubbelrol als de handige Sleeswijk en de glibberige Max Blokzijl, die direct na de oorlog (nog vóór Mussert) wordt geëxecuteerd vanwege zijn sluwe NSB-radiopraatjes.

Heel ingenieus hebben de makers vertrouwd materiaal met nieuwe liedjes gemengd, waardoor de voorstelling een vriendelijk meezinggehalte krijgt zonder dat het 65-plus-amusement wordt.

Maar de grootste aantrekkingskracht gaat uit van de twee hoofdrolspelers, Trudy Labij en Jos Brink. Labij is een strenge en giftige grootinquisiteur, die volop haar kans grijpt als comédienne. We zien Jos Brink eindelijk eens op zijn allerbest. Hij houdt hoorbaar van het repertoire. Maar nog belangrijker is het dat regisseur Eddy Habbema hem binnen de lijntjes laat spelen. Daar blijkt nog meer dan genoeg ruimte te zijn. Goddank geen irritant geschmier waar Brink het patent op heeft, en geen vervelende ondeugende blikken als er iets pikants wordt gezegd. Alleen even als hij in de rol van juffrouw Snip (of Snap) zegt dat ‘zij’ alleen van mannen houdt. Verder is het strak en daardoor heel grappig en ontroerend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden