Interview

Joost Nijsen: 'Een boek uitgeven is hogere kunst'

Hoe staat het ervoor in de gekrompen boekenmarkt? Joost Nijsen van Podium ziet van alles schuiven. Redacteuren beginnen voor zichzelf en auteurs gaan zichzelf uitgeven. Maar titels en omslagen, dat kunnen ze niet, waarschuwt hij.

Joost Nijsen van uitgeverij Podium Beeld Bianca Pilet

Vroeger wilde hij pianist worden, later schrijver, zegt Joost Nijsen (57) van uitgeverij Podium aan het einde van het gesprek - de deur staat al op een kier. 'Er zitten zeker twee romans in mijn hoofd. Schrijven is het mooiste wat er is.' Maar voorlopig gaat hij door met uitgeven. Hij doet het nu 35 jaar en beschouwt ook dat vak als hogere kunst: 'Tenminste, als je het zo idioot serieus neemt als ik. Uitgever zijn is geen beroep maar een roeping.'

Is een uitgever een idealist?

'Ik vind dat hij dat moet zijn. De ideale uitgever is iemand die voor eigen rekening en risico winst probeert te maken met boeken die cultureel en maatschappelijk waardevol zijn. Die winst loodst je door jaren zonder bestseller heen en stelt je in staat dingen te doen die niet per se veel geld opleveren. Wij hebben in december het pamflet Broederschap van Frans Timmermans uitgegeven, bedoeld als kerstboodschap aan een bang en boos land. Er zijn al 20 duizend exemplaren verkocht; de winst van mijn enige echte bestseller van 2015 gaat helemaal naar Vluchtelingenwerk. En we hebben net Hollands Maandblad onderdak geboden.'

Niet dat hij alleen maar nobele dingen doet waaraan hij niets overhoudt. Nijsen is de uitgever van Kluun, wiens Komt een vrouw bij de dokter hem een paar miljoen euro winst heeft opgeleverd: 'Kluun was mijn cashcow in het begin van dit millennium, dat waren echt obscene jaren, met ook de doorbraak van Joris Luyendijk.'

Verder heeft hij auteurs als Renate Dorrestein en Ronald Giphart in zijn fonds, die voor een solide omzet zorgen - zij het minder dan vroeger. 'Ze horen tot de gouden generatie schrijvers die vroeger honderdduizenden boeken verkochten en dat hebben zien teruglopen naar tienduizenden, terwijl hun boeken alleen maar beter worden. Maar van de uitgever worden intussen dezelfde inspanningen verwacht.'

CV Joost Nijsen

Joost Nijsen (1958, Eindhoven) begon in 1980 als eindexamenproject van de Frederik Muller Akademie een kleine uitgeverij (uitgeverij Joost Nijsen, 1980-1887). Daar verschenen tientallen boekuitgaven en een literair tijdschrift (Optima). Na zijn studie moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en een driejarig hoofdredacteurschap van Boekblad, was hij uitgever bij Nijgh & Van Ditmar (1990-1994) en Balans (1994-1997). In 1997 richtte hij uitgeverij Podium op, waar vooral hedendaagse Nederlandse en vertaalde literatuur en literaire non-fictie verschijnen.

Is het vak nu minder leuk?

'Nee, want het is een interessante tijd. Er is van alles aan het schuiven.'

In april verschijnt het nieuwe boek van Paulien Cornelisse, De verwarde cavia. Niet bij een uitgeverij, zoals haar eerdere werk; dit boek geeft ze zelf uit.

'Dat is een van de ontwikkelingen waarover ik teleurgesteld ben. Niks ten nadele van Paulien Cornelisse, maar ze zal erachter komen dat, als je het net zo goed wilt doen als een uitgever, je in feite een uitgever wórdt. Je moet een redacteur vinden en aansturen - Paulien heeft een ex-redacteur van mij ingehuurd, Harminke Medendorp. Dan moet je iets soortgelijks doen met promotie. Je moet zorgen dat je boek in de goede boekhandels ligt. Je moet een verkoper hebben die verstand heeft van contracten met boekhandels en met bol.com. Je moet verstand hebben van vormgeving en van publiciteit. Nu zijn er altijd wel schrijvers die van veel markten thuis zijn, maar je hebt zelden verstand van ál die dingen. Een auteur kan bijvoorbeeld zijn eigen omslag nooit goed beoordelen. Titels en omslagen, dat kunnen ze niet.'

Een van je schrijvers, Wilfried de Jong, heeft voor zijn nieuwe boek diezelfde Harminke Medendorp als redacteur in de arm genomen. Is de redactie van een boek niet de kerntaak van een uitgever?

'Dat is dus een van die dingen die aan het schuiven zijn. Een jaar of vier geleden, toen de markt begon in te storten en het bij mij ook moeilijk ging - de omzet was gehalveerd, ik zat in een duur pand aan het Vondelpark met elf mensen - moest ik uitvinden hoe ik het leniger zou kunnen doen. We hebben nu minder mensen in dienst en de uitgeverij is verhuisd naar industrieterrein Overamstel. Harminke wilde overigens zelf freelancer worden - ik huur haar in voor enkele topauteurs die haar soms zelf betalen, waarna ik dan de auteur weer meer betaal. Maar de meeste auteurs worden gewoon door onze vaste redactie gedaan.'

En als een schrijver niet een jou bekende redacteur heeft ingehuurd om zijn boek te redigeren, maar zijn buurmeisje dat Nederlands studeert?

'Dat moet ie dan maar vooral doen; je zou ook cynisch kunnen zeggen dat die auteur kennelijk iemand nodig heeft om tot een voldragen manuscript te komen. Dat is op zichzelf natuurlijk niet mijn verantwoordelijkheid.

'Eigenlijk is de manier waarop uitgevers nu met auteurs omgaan nog een uitvloeisel van de jaren tachtig en negentig waarin er met boeken verschrikkelijk veel geld te verdienen was. Toen is er jacht gemaakt op goeie auteurs, er werd echt gevochten om de gunsten van schrijvers, om de a-merken: Saskia Noort, Kluun, Adri van der Heijden - ik geloof dat Sander Blom, toen nog redacteur bij Querido, elke ochtend met verse croissantjes naar het huis van Van der Heijden ging, destijds ook nog bij Querido.

'Als we dan teruggaan naar dat redacteurschap, is het interessante dat uitgeverijen zich ontwikkeld hebben tot machines met heel goeie redacteuren; er wordt veel geld in schrijvers gestopt en ontzettend veel tijd. In een gekrompen markt. Eigenlijk is dat idioot. Als je het zakelijk bekijkt, is de transactie dit: een schrijver schrijft een boek; dat levert hij persklaar in - dus persklaar, hè - en de uitgever zorgt voor de rest. Vroeger ging dat ook zo. Hermans, Mulisch, Vestdijk: aan hun manuscripten werd echt niet veel meer gedaan. Het redacteurschap bij een uitgeverij is een jong vak. Mensen zeggen dat vroeger alles beter was; maar die redactie van uitgeverijen is tegenwoordig echt veel beter.'

Of de schrijvers zijn nu slechter, als ze kennelijk zoveel redactie nodig hebben; zijn schrijvers gemakzuchtiger geworden?

'Je kunt het ze bijna niet kwalijk nemen; de nieuwe generatie is opgegroeid in een tijd waarin schrijvers werden gepamperd. Het is goed dat ze zich geen onfeilbare god meer wanen, maar het is ook bizar dat moderne auteurs zo sterk leunen op hun uitgeverij. De taakopvatting van auteurs is in die zin geërodeerd.'

Maar als je zegt dat een echt goeie schrijver nauwelijks redactie nodig heeft, wat is dan de kerntaak van een uitgever?

'Gezegd hebbende dat een auteur eigenlijk volledig zijn verantwoordelijkheid moet nemen om een boek onberispelijk in te leveren, leert de ervaring dat een auteur zeer gebaat is bij hulp van zijn uitgever. Die kijkt eigenlijk permanent in de keuken van de schrijver. Als een auteur aarzelt tussen een trilogie of een vederlichte korte roman tussendoor, dan ben ik zijn klankbord. Een goede uitgever behartigt in alle opzichten de belangen van zijn auteur. Hij helpt hem zijn boek inhoudelijk goed te krijgen, zorgt dat het goed in de winkels ligt, let op de oeuvre-ontwikkeling op langere termijn en zorgt dat de media onophoudelijk van die schrijver vervuld zijn.

'En vervolgens moet ik zoeken naar wat ik kan uitbesteden en wat niet. Ik geef Elvis Peeters uit, Harminke Medendorp deed de redactie. Toen zij extern ging werken en toch Peeters wilde blijven doen, dacht ik: nu moet ik wel dicht op de bal blijven. Als een auteur zoiets met een freelance-redacteur gaat doen, verandert die bijna in een agent. In Engeland en Amerika gaat dat zo, de grote literair agenten hebben daar een beetje de taak die ik bij mij vind horen. Ik voel me niet alleen de uitgever, maar ook de agent van de schrijvers.'

Die opvatting deel je dus met Oscar van Gelderen van Lebowksi, die zei dat auteurs een percentage van hun neveninkomsten aan de uitgever moeten betalen.

'Hij piekte misschien iets te vroeg maar hij heeft wel gelijk: het is natuurlijk raar dat je investeert in een schrijver, hem ontwikkelt tot een merk, een product; en dat die schrijver vervolgens nevenactiviteiten ontwikkelt waar de uitgever niks aan verdient. Er heerst sinds een jaar of tien een beetje een stemming als zouden uitgevers baatzuchtige luilakken zijn. Misschien hebben uitgevers ook wel nagelaten goed uit te leggen wat ze precies toevoegen. Je moet echt glashelder zijn, ook over wat er met de opbrengst van een boek gebeurt.'

Waar ben je het meest trots op?

'Ik ben trots dat ik vroeg het talent van Ronald Giphart heb herkend en dat hij nooit bij me is weggegaan. Henk van Woerden is altijd heel belangrijk voor me geweest, Antjie Krog ook, Inge Schilperoord - ach, ik kan niet kiezen. Ik ben heel trots op het ontdekken van Joris Luyendijk en ben nog steeds ongelooflijk verdrietig en verbaasd dat hij is weggegaan. Als je me vraagt wat de grote teleurstelling is van mijn uitgeverschap, kan ik wel kiezen: dat is het vertrek van Joris Luyendijk. Voor mij is een relatie met een auteur een relatie till death do us part.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden