Joods leven rond 1900 in Amsterdam

'Geen sjoel in onze Amstelstad, of Japie ken je 'r vinden. En 's middags in het 'lehren-uurtje' in het Beis-Hamidrosj kun je Japie over de balustrade zien hangen, z'n middagdutje doen....

Han van Gessel

Zomaar een fragment uit een anoniem joods verhaal over Amsterdamse straattypen rond 1900. Het is opgenomen in de bundel Ochenebbisj - Verhalen en geintjes over het Amsterdamse getto, 1870-1925 (Bas Lubberhuizen; ¿ 54,50). In de bundel, die werd samengesteld door Maurits Verhoeff en Thijs Wierema, staan verhalen en gedichten van bekende en onbekende auteurs, die bij elkaar een kleurrijk beeld geven van de verdwenen wereld van de Amsterdamse jodenbuurt rond de eeuwwisseling.

'Ochenebbisj' is Jiddisch voor 'och arme'. En dat is precies de sfeer die de verhalen (van onder anderen Herman Heijermans, Is. Querido, Jacob Israël de Haan, A. van Collem, Multatuli) kenmerkt. Rond de eeuwwisseling was de buurt rond de Jodenbreestraat het domein van arme joden, die woonden in bouwvallige woningen en voor een groot deel werkzaam waren in de diamantindustrie. Ondanks de armoedige omstandigheden was er een bruisend sociaal leven. In de jodenbuurt lagen de wortels van de Nederlandse vakbeweging (Henri Polak).

'Het socialisme bereikte de echte armen niet en hield zich niet met hen bezig, maar had vooral aanhang onder hen die er iets beter aan toe waren', schrijft de historica Selma Leydesdorff in een Woord vooraf. 'Voor de armen en voor de vele mensen met een kar of een ventersmand bestond een uitgebreid net van joodse sociale instituties. Deze probeerden meestal tegelijk met daadwerkelijke hulp het homogene karakter van de joodse cultuur te bevorderen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden