Joods bezit verdween in zakken Amerikanen

Amerikaanse militairen hebben zich aan het einde van de Tweede Wereldoorlog vermoedelijk verrijkt aan goud, juwelen en bont dat door de Duitsers van Hongaarse joden was gestolen....

Een trein met het 'Hongaarse goud' werd in mei 1945 door Amerikaanse troepen onderschept, toen die op weg naar Duitsland was. De wagons zaten vol met juwelen, ringen, stofgoud, kostbare tapijten en schilderijen die de Hongaarse joden hadden moeten inleveren voor ze door de Duitsers op transport naar de vernietigingskampen werden gesteld. De meerderheid van de 750 duizend joden in Hongarije werd tijdens de oorlog uitgeroeid door de Duitsers.

Volgens een rapport van de presidentiële adviescommissie over geroofde bezittingen uit de holocaust-periode weigerde het Amerikaanse leger de geroofde schatten aan overlevende Hongaarse joden terug te geven omdat de herkomst 'niet na te gaan' viel.

De kostbare inhoud van de wagons - waarvan de waarde destijds al op ruim tweehonderd miljoen dollar werd geschat - werd opgeslagen door het Amerikaanse leger tot het onderzoek zou zijn afgerond. Maar een deel ervan, waaronder twee koffers met goudstof, verdween spoorloos.

Volgens het rapport zouden de plaatselijke commandant van de Amerikaanse troepen, generaal Harry Collins, en andere officieren hun villa's hebben laten inrichten met kostbare tapijten en zilveren kandelaars uit de opslag. De gewone soldaten profiteerden ook mee: het leger verkocht hun een deel van de in beslag genomen schatten. De rest van de kostbaarheden werd na de oorlog geveild; de opbrengst ervan ging naar een vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties.

Onderminister van Financiën Stuart Eizenstat, die een prominente rol speelt in de commissie, erkende tegenover de New York Times dat de bevindingen pijnlijk zijn voor de Verenigde Staten. Maar volgens hem is het van belang te laten zien dat de Verenigde Staten bereid zijn 'net zo hoge maatstaven voor zichzelf aan te leggen als voor andere landen'.

De vraag is in hoeverre de Amerikanen wisten dat het geroofde joodse bezittingen betrof. In sommige teruggevonden documenten wordt gesuggereerd dat het om Hongaarse staatseigendommen ging, maar uit andere blijkt dat bewakers van de trein de Amerikanen hadden verteld dat het kostbaarheden waren die de Hongaarse joden waren afgenomen.

Waar het om draait, is de pijnlijke vraag of de Amerikanen zich in de oorlog ook aan plunderingen hebben schuldig gemaakt, zoals het Rode Leger dat treinen vol geroofde kunstschatten naar Moskou liet brengen als oorlogsbuit.

De commissie heeft ook een lijst met elfhonderd schilderijen van Hongaarse joden teruggevonden die in de wagons zaten. Het gaat niet om bekende werken. Het Amerikaanse leger gaf de geroofde collectie later aan de Oostenrijkse regering. Wat ermee is gebeurd, is onduidelijk.

Volgens Oostenrijk is een deel van de schilderijen aan de eigenaars of hun erfgenamen teruggegeven, maar Hongaarse functionarissen ontkenden tegenover de New York Times dat zij ooit werken hebben teruggekregen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden