InterviewAmeline Ansu

‘Jongvolwassenen van wie een ouder sterft, weten door rouw beter wat belangrijk en wat bijzaak is’

Ameline Ansu in Rotterdam. Beeld Els Zweerink

Twintigers en dertigers die een ouder verliezen merken vaak dat ze door de rouw een achterstand oplopen in hun leven,  zegt Ameline Ansu. Ze bepleit in haar boek Van harte gecondoleerd meer aandacht voor de jongvolwassene van wie de vader of moeder overlijdt. 

Ameline Ansu (32), gedetacheerd adviseur bij de Rijksoverheid, was 23 jaar toen haar moeder overleed na een langdurige ziekte. Vanaf dat moment kwam ze tijdelijk terecht in wat ze noemt ‘een schemergebied’: te jong om het emotioneel zelf te rooien, maar volgens de wet volwassen genoeg om officiële verantwoordelijkheden te dragen. Aan boeken over rouw had ze weinig - die waren voornamelijk gericht op de partner van een overlevende of op zeer jonge kinderen met een overleden ouder. Gek, vond ze. Want de groep jongvolwassenen die een ouder heeft verloren is fors. ‘Voorzichtig geschat zijn er 100.000 jongeren in Nederland die opgroeien zonder vader of moeder door overlijden.’

Nu, bijna tien jaar na de dood van haar moeder, heeft Ameline Ansu zelf een boek geschreven over rouw bij twintigers en begin dertigers. In Van harte gecondoleerd spreekt Ansu lotgenoten die een ouder hebben verloren door (erfelijke) ziekte, plotseling overlijden of zelfdoding. Aan de hand van anekdotes bespreken ze verschillende thema's, van de veranderde gezinsdynamiek tot het gat op cv. In het boek, dat leest als een keukentafelgesprek, deelt Ansu bovendien haar eigen ervaringen met dood en rouw. ‘Als steun voor iedereen met vergelijkbaar verdriet en hun naasten’, zegt Ansu. ‘En om het taboe op de dood en rouw weg te nemen.’

Waarin verschilt de rouw van een jongvolwassene met die van andere leeftijdscategorieën?

‘Als kind groei je op met het idee dat de wereld steeds groter en mooier wordt na de middelbare school. Je gaat studeren, maakt carrière, gaat op verre reizen. In die levensfase is alles gericht op vooruitgang en verrijking. Maar als je rouwt staat alles stil, of je komt niet meer goed mee op hetzelfde tempo. Veel mensen die ik sprak voor het boek gaven aan dat ze een achterstand ervoeren na de dood van vader of moeder. Ook ik heb af en toe het gevoel dat ik nog steeds een achterstand van twee jaar moet inlopen, dat ik net iets harder moet hollen.

Maar over het algemeen merk ik dat er - ongeacht de leeftijd van de nabestaande - in Nederland een taboe rust op dood en rouwen. De benadering van rouwende nabestaanden is vaak terughoudend en krampachtig. Het lijkt soms alsof we niet weten hoe we ermee om moeten gaan.’

Maar voor vrienden en collega’s is het ook niet altijd even duidelijk waar de rouwende precies behoefte aan heeft.

‘Daarom geef ik nabestaanden mee dat het helpt als ze zelf helder proberen aan te geven waar ze behoefte aan hebben. Wat fijn is voor de een, is dat immers niet per se voor de ander. Als je weer aan het werk gaat, kun je bijvoorbeeld een mail sturen naar je team of leidinggevende waarin je aangeeft waar je wel of niet over wilt praten. Als je aangeeft dat werken vooral een welkome afleiding is, dan weten collega’s dat ze je alleen moeten condoleren en niet verder bevragen.

Andersom moeten sommige naasten af van het idee dat we moeten praten in oplossingen. Het komt natuurlijk uit een goed hart, maar er is niets wat je een nabestaande kunt vertellen wat het verdriet minder maakt. Over het algemeen verwachten rouwenden dat ook niet van hun omgeving.’

Wat kunnen naasten nog meer doen om de kloof met de rouwende te verkleinen?

‘Voor mij gaat praten over rouw niet alleen over pijn en verdriet. Rouwen is ook mooie herinneringen ophalen. Het hoeft allemaal niet zo zwaar van toon te zijn. Een voorbeeld: je kunt tijdens het koken een nabestaande vragen naar het lievelingseten van zijn of haar overleden dierbare. Zo kan een rouwende herinneringen aan de overledene ophalen, zonder dat het meteen over het verdriet of trauma gaat. Nabestaanden kunnen nu eenmaal geen nieuwe herinneringen meer maken met de overledene, ze moeten teren op oude verhalen.’

Vier jaar na de dood van Ansu’s moeder, overleed ook haar vader in Sierra Leone. Hij stierf plotseling door onbekende oorzaak, in een streek waar net een ebola-epidemie was uitgebroken. Toch vloog Ameline Ansu naar Sierra Leone om zijn uitvaart bij te kunnen wonen. Daar werd ze geconfronteerd met een flink cultuurverschil.

In je boek schrijf je dat mensen selfies maakten bij het lichaam van je vader.

‘Ik ben deels opgevoed in twee culturen. Acceptatie is mijn tweede natuur geworden. Zo heb ik al jong geleerd dat ik met de flow mee moet gaan wanneer ik in Sierra Leone ben. Aanvankelijk vond ik het schokkend toen ik zag dat mensen selfies maakten bij mijn overleden vader, maar omdat niemand anders daar gek van op keek, realiseerde ik me dat het daar dus kennelijk normaal is. De uitvaart was daar ook veel groter en uitbundiger. De kerk was overvol, er zong een groot koor, zijn kist werd met loeiende sirenes in een rouwstoet opgehaald. En ik zag daar taferelen die ik nooit in Nederland heb gezien: moslims en christenen die naast elkaar en volgens hun eigen religieuze manier bij zijn kist gingen bidden. Dat was prachtig om te zien en dat had ik niet willen missen.’

Heerst in Sierra Leone ook een zekere mate van taboe op de dood en rouwen?

‘Daar is dood veel meer een onderdeel van het leven. Mijn neven die net als ik begin dertigers zijn, groeiden op tijdens de bloedige burgeroorlog. En anders kent iedereen wel iemand die is verongelukt. ’

Wat is de grootste impact van een overleden ouder op het leven van een jongvolwassene?

‘Dat je al jong geconfronteerd wordt met het gegeven dat het leven niet oneindig is en dat je niet alles in eigen handen hebt. Ik denk ook dat wij niet zo snel een midlifecrisis krijgen, omdat we al op jonge leeftijd zijn achtergekomen wat belangrijk of bijzaak is in je persoonlijke leven. Voor het boek sprak ook veel mensen die op jonge leeftijd een ouder hebben verloren en nu zelf vader of moeder zijn. Ze vertelden me hoe belangrijk zij het vinden om een dag minder te werken zodat ze tijd kunnen doorbrengen met hun kinderen. Een van hen vertelde dat sommige vrienden hem beschreven als ambitieloos. Maar hij had wel degelijk ambities, zei hij. Hij had alleen andere prioriteiten dan zijn vrienden.’

Je schrijft in je boek ook over jonge nabestaanden die juist ambitieuzer zijn geworden sinds de dood van hun vader of moeder.

‘Omdat ze altijd het gevoel willen hebben dat hun moeder of vader trots zou zijn geweest. Je hoort weleens het credo dat wat jou niet doodt, jou sterker maakt. Het is verleidelijk om daar in mee te gaan, maar eigenlijk is het geen gezonde instelling in een wereld waarin jongvolwassenen al de lat voor zichzelf hoog leggen en een burn-out op de loer ligt.’

In Van harte gecondoleerd wijdt Ameline Ansu ook een hoofdstuk aan partners van nabestaanden. Daarvoor sprak ze enkele partners om hun eigen beleving van de rouwperiode te delen. Eén van hen is de ex-partner van Ansu met wie ze zes jaar samen was.

Uit het verhaal van je ex-partner blijkt dat hij zich erg eenzaam en machteloos voelde in die tijd. Je sloot je af en kreeg na de dood van je vader een depressie. Wist je dat hij het zo beleefd had?

‘We hebben het er nooit over gehad. Maar ik vind het dapper dat hij heeft meegewerkt. Dat hoofdstuk heb ik deels geschreven als een ode aan hem en alle andere worstelende partners van rouwenden. Als partner zet je je eigen leven vaak tijdelijk in de wacht zonder goed te weten waar je in stapt. Partners hebben vaak ook te lijden onder de rouwperiode, zeker als hun dierbare in een depressie raakt. Daar mag best eens erkenning voor zijn.’

Hij schreef ook dat hij zich soms kon storen aan hoe je je vader ophemelde na zijn dood, omdat je bij leven geen goede band met hem had.

‘Ik was vooral trots op wat mijn vader bereikt had in Sierra Leone. Daar had ik tot zijn dood geen weet van. Ik wist bijvoorbeeld niet dat hij een stuk grond had gekocht aan een baai om daar een bed & breakfast te beginnen. Hij zat niet stil en wilde vooruitgang boeken. Zijn uitvaart werd enorm druk bezocht, kwam ik achter, omdat hij veel deed voor de kerkelijke gemeenschap. Dat vond ik heel fijn om te zien.’

Wat is je advies aan partners van een jonge nabestaanden?

‘Dat je je mening over de overledene tijdens het rouwproces beter voor je kunt houden, of je nou partner of een kennis van een nabestaande bent. Een van de jonge nabestaanden die ik sprak voor het boek verloor zijn vader door zelfdoding. Iemand condoleerde hem met de toevoeging dat hij écht niet snapte hoe zijn vader zoiets kon doen. Daar zit een nabestaande helemaal niet op te wachten. Zo’n opmerking klinkt als een verkapt oordeel over zijn overleden vader. Dat is onnodig en vooral heel pijnlijk.

Ik ben blij dat Ruben nu pas eerlijk heeft verteld dat hij het lastig vond om te zien hoe ik tegen mijn vader opkeek. Destijds hield hij het voor zich, dus heeft hij mij niet kunnen kwetsen. Vaak is het al moeilijk genoeg als je een ouder verliest met wie je geen goede band had - dat je dan ook nog eens moet accepteren dat je die beschadigde band niet meer kunt herstellen.’

Na elk hoofdstuk geef je een paar tips en adviezen mee. Zo adviseer je jongeren om, als dat mogelijk is, een opname van de uitvaart te laten maken.

‘Dat wordt al steeds normaler. Maar een uitvaartondernemer legde het goed uit. Hij zei: je legt alle belangrijke dagen in je leven vast, zoals een huwelijk of een diploma-uitreiking. Waarom zou een uitvaart daar dan niet bij passen? En een uitvaart is nou juist een ceremonie die je het minst bewust meemaakt. Je hoeft er niet meteen naar die opnames te kijken of te luisteren, maar mocht je daar in de toekomst wel behoefte aan hebben, dan is het fijn als je weet dat dat usb-stickje er ergens ligt. Of stel dat je zestien bent als je moeder overlijdt en tien jaar later iemand ontmoet met wie je wilt settelen: dan kan je partner via die beelden of audio weten hoe die dag ongeveer was, wat er zoal over je moeder werd verteld door haar naasten.’

Het is nu vijf jaar geleden sinds je wees bent. Huil je nog wel eens?

‘Jazeker. Dinsdag zal ik spreken in De Balie over dit onderwerp. Ik kijk er heel erg naar uit, maar tegelijkertijd vind ik het heftig dat mijn ouders daar niet bij aanwezig zullen zijn. Ze zouden trots op me zijn geweest: ik heb een boek geschreven en geef nu lezingen over de grote impact van rouw op het leven van jongeren. Het is best gek dat we het er nooit echt over hebben. Dat is begrijpelijk, want het is geen fijn onderwerp. Maar het vergroot ook de drempel voor rouwenden om erover te praten met hun naasten. Een rouwtherapeut gaf daarvoor een goede tip: je kunt met de rouwende een codewoord afspreken, bijvoorbeeld het woord ‘pizza’. Als de rouwende het weer even moeilijk heeft, kan diegene een naaste bellen om te zeggen dat het weer tijd is voor een pizza. Zo weet de naaste dat de rouwende behoefte heeft aan een gesprek, zonder dat het meteen zo heftig voelt.’

Van harte gecondoleerd - jong en verder zonder ouder(s), uitgegeven door Het Spectrum, 176 bladzijdes, 17,99 euro.

Rouwverwerking

Op dinsdag 18 februari  organiseert debatcentrum De Balie een programma over rouwverwerking bij mensen die op jonge leeftijd een ouder hebben verloren. Ameline Ansu zal er ook spreken, samen met jongerenrouwcoach Remco Groenewegen en journalist Gijs van der Sanden.

Meer over rouw

Hoe hervind je je identiteit na het rouwen? Neem een voorbeeld aan Nick Cave. Diens grote verdienste, betoogt Oscar van Gelderen, is dat hij met zijn Conversations-tournee een rouwdialoog aangaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden