Jongste generatie Zuid-Afrikaanse kunstenaars is het zat vast te zitten in het verleden

De apartheid is afgeschaft, maar Tell Freedom laat zien hoe weinig er na Mandela is veranderd.

Beeld Mawande Ka Zenzile

Gedrevenheid en een wil om zich kenbaar te maken. Om iets aan de kaak te stellen. Mogelijk iets te veranderen. Nee, er zit een behoorlijk portie peper in de jonge generatie Zuid-Afrikaanse kunstenaars die vanaf vandaag in Kunsthal Kade in Amersfoort hun werk laten zien.

Met ons valt niet te spotten. Hoezo is de apartheid afgeschaft? Hoezo is er veel veranderd sinds de vrijlating van Nelson Mandela, op 11 februari 1990? Zijn The Powers That Be, en dan vooral de blanke powers, niet overal nog steeds aan de macht? Of gaan juist wij de toekomst bepalen? Is het nu aan ons om de 'regenboognatie' echt vorm te geven?

Beelden van apartheid

Afgaande op wat er in Amersfoort is te zien, kun je daarover even optimistisch als pessimistisch zijn. Duidelijk is wel: de perioden van apartheid en post-apartheid lijken meer op elkaar dan gehoopt. Of zoals een van de samenstellers, tentoonstellingsmaker en kunstenaar Nkule Mabaso, het formuleert: 'Het heden zit gevangen in het verleden.'

Samen met kunsthistoricus Manon Braat selecteerde Mabaso vijftien kunstenaars die grotendeels na de afschaffing van de apartheid zijn opgegroeid. Ze hebben niets tot weinig van de apartheid zelf meegemaakt, maar ze kennen de gevolgen. En ze kennen de beelden.

Wat voor beelden dat zijn? Een blik op het lugubere werk van Kemang Wa Lehulere maakt al veel duidelijk. De autobanden voorzien van houten krukken verwijzen zowel naar het bizarre speelgoed waarmee kinderen op straat spelen, als naar executiemateriaal. Wie kent de beelden niet van zwarten, het lijf geklemd in een met benzine gevulde autoband die daarna in de fik wordt gestoken, omdat het slachtoffer collaboreerde met de witten? Huiveringwekkend.

Samensteller, tentoonstellingsmaker en kunstenaar Nkule Mabaso: 'Het heden zit gevangen in het verleden.'

Contemporain hoofdstuk

Afrikaanse kunst staat in het middelpunt van de belangstelling. Op de biënnales en documenta's van deze wereld is het echelon Afrikaanse en Zuid-Afrikaanse kunstenaars goed vertegenwoordigd. Er is algehele aandacht voor zwarte kunstenaars en de roots van hun schilderijen, beelden en foto's.

In Nederland was er vorig jaar de tentoonstelling Goede Hoop - Zuid-Afrika en Nederland vanaf 1600 in het Rijksmuseum, over de speciale band tussen de twee landen - met dank aan de slavenhandel, de introductie van de Nederlandse taal, de specerijenhandel met andere continenten, en zo nog een handvol positieve, maar vooral negatieve erfenissen.

Mooi hoe Tell Freedom, zoals de tentoonstelling in Amersfoort heet, daaraan een contemporain hoofdstuk toegevoegt, ditmaal volledig vanuit het Afrikaanse perspectief.

Zeker, de werken op de tentoonstelling zijn niet altijd even sterk. En wie een liefhebber is van gestileerde kunstuitingen en andersoortige esthetiek, zal niet altijd aan zijn trekken komen. De erfenis van veel Westerse moderne kunst is wel degelijk aanwezig - het is algemene lesstof op de Zuid-Afrikaanse kunstacademies - maar soms ver op de achtergrond.

Manon Braat.

'Vanaf het vliegveld naar Kaapstad reden we door straten met namen van Nederlandse kolonialisten, zoals Van Riebeeck', herinnert Manon Braat zich van haar eerste bezoek aldaar. 'Vreemd, voor een land waarin de apartheid was afgeschaft.'

Braat, kunsthistoricus en initiatiefnemer van Tell Freedom, reist al tien jaar naar Zuid-Afrika. Drieënhalf jaar geleden ontstond het idee voor de tentoonstelling die ze nu samen met haar Zuid-Afrikaanse collega Nkule Mabaso heeft samengesteld voor Kunsthal Kade in Amersfoort.

Veranderde verschrikkingen

Het is wellicht een gebrek, maar een gebrek dat ruimschoots wordt gecompenseerd door een surplus aan noodzaak om te laten zien hoe Zuid-Afrika er nu voorstaat. Dat het euforische optimisme bij de vrijlating van Mandela naadloos is overgegaan in de jaren waarin weinig tot niets is veranderd. En dat de hoeveelheid verschrikkingen niet voorbij is, maar slechts veranderd van samenstelling.

Neem Johannesburg, dat economisch een booming city is geworden, maar geterroriseerd wordt door geweld. Neem de nieuwe townships, niet langer alleen bevolkt door zwarten, maar door blanken die hun vroegere bezittingen en beroepen zijn kwijtgeraakt. Neem de straten in Kaapstad die zijn vernoemd naar de 17de-eeuwers Jan van Riebeeck en Simon van der Stel, terwijl het Europese verleden elders zoveel mogelijk is weggegumd.

Het heden mag dan in het verleden vastzitten, in Amersfoort blijkt ook maar weer eens dat de jongste generatie daarmee geen genoegen neemt. Manon Braat: 'Ze zijn het zat.'

Lees verder onder de foto.

Sabelo Mlangeni - Amersfoort Shell Filling Station (2011)Beeld Sabelo Mlangeni

Sabelo Mlangeni: Amersfoort Shell Filling Station, 2011

Ghost Towns, het fenomeen van uitgestorven dorpen en streken, is geen exclusief fenomeen van het Amerikaanse platteland. Ook Zuid-Afrika kent ze. Als gevolg van een bevolking die op drift is geraakt, of zoals je dat officieel noemt, van toenemende segregatie. Sabelo Mlangeni (1980), geboren in Driefontein in de buurt van Wakkerstroom, heeft oog voor dit soort ingrijpende verplaatsingen.

Zoals hij ook heeft vastgelegd waar een deel van de bevolking, veelal blank, noodgedwongen zijn domicilie heeft gevonden: in nieuwe townships, zoals Bertrams, vlakbij Johannesburg. Waar Mlangeni het leven fotografeerde van de 'nieuwe armen'. Op hun veranda, niet binnen, want over de drempel mocht hij niet komen.

Francois Knoetze: Plastic, 2014

'Afvalwezens' noemt Francois Knoetze (1989) ze. Haast meelijwekkend zijn ze, de pakken van plastic, lege flessen en andersoortige 'consumententroep'. Carnavalskostuums waarin hij zelf ook rondloopt, op straat of langs de kust, veelal tot verbijstering van buurtbewoners en passanten. Wat krijgen we nu?

De ecologische vingerwijzingen zijn een inkopper. Minder voor de hand liggend: de kritiek op de voortvarende manier waarop Nelson Mandela over de toekomst van zijn land sprak, als 'een regenboognatie die vrede heeft met zichzelf en met de wereld'. Kijk naar het spectrum van kleuren dat Knoetze in de plastic pop heeft verwerkt, en je krijgt een glimp van zijn irritatie over wat Mandela aan optimisme aan de horizon zag opdoemen.

Lees verder onder de foto.

Francois Knoetze - Plastic (2014)
Neo Matloga - Dinako tse kgutsoanyane (2017).

Neo Matloga: Dinako tse kgutsoanyane, 2017

De herinnering aan de pre-apartheidtijd kan ook zoet zijn. Als een tijd van verbroedering. Waarin velen, al dan niet gedwongen door een gemeenschappelijke, blanke vijand, een grote mate van gemeenschapzin kenden.

Neo Image Matloga (1993), nu deelnemer op De Ateliers in Amsterdam, geeft dat alleen al aan door het formaat van zijn werk: grote tekeningen en schilderijen waarop allerlei figuren te zien zijn, meestal in huiselijke sfeer of in danslokalen: in Zuid-Afrika beroemde schrijvers, muzikanten, kunstenaars en politici, als een nostalgisch verlangen naar een betere tijd, toen iedereen nog met elkaar sprak en mogelijk danste, en armoede- en aidsproblemen voor korte tijd naar de achtergrond leken te zijn gedrukt.

Buhlebezwe Siwani: Batsho bancama, 2017

Het ziet er misschien niet uit, maar iedere Zuid-Afrikaan schijnt het te kennen: zeep die zo groen is als aangekoekt zeewier. Je kunt er de was mee doen, de vaat en jezelf schoon schrobben. In Amersfoort geurt het een hele zaal vol.

Buhlebezwe Siwani (1987) heeft de gifgroene substantie gebruikt om er niet alleen wasteilen mee te maken, maar ook een beeltenis van zichzelf, verwijzend naar een vernederend ritueel dat ze eens heeft ondergaan. Om jezelf geheel uit te moeten kleden en te wassen - met die zeep dus - in aanwezigheid van je hele familie en anderen. Omdat dat past in de overgangsritus van meisje naar vrouw.

Op zich mooi, maar verdomd paternalistisch gedacht, in haar optiek. De tentoonstelling in Amersfoort mag dan Tell Freedom heten, Siwani vraagt zich begrijpelijkerwijze af: welke vrijheid?

Buhlebezwe Siwani - Batsho bancama (2017)Beeld Mette van der Linden

Haroon Gunn-Salie en Aline Xavier: Return of the Amersfoort, 2017-2018

Je zou het in eerste instantie niet verwachten: dat de plaatsnaam Amersfoort naadloos kan samenvallen met het koloniale verleden in Zuid-Afrika. En dat je daar weer een Zuid-Afrikaanse kunstenaarduo voor nodig hebt om dat verleden op te roepen. Namelijk, hoe de Amersfoort, een slavenschip van de VOC, in 1658 een Portugees schip enterde en de helft van de vijfhonderd daarop vervoerde slaven kidnapte, en aan land bracht bij de Tafelbaai, waarmee Zuid-Afrika vanaf dat moment een doorvoerland werd van slaven.

Voor alle duidelijkheid: geen staaltje van heroïek, maar van mensenhandel. Reden waarom Haroon Gunn-Salie (1989) en Aline Xavier (1984) op het dak van Kunsthal Kade in Amersfoort een Nederlandse vlag met VOC-symbool hebben gehesen - halfstok, zult u begrijpen.

Gunn-Salie en Xavier - Return of the Amersfoort (2017-2018)Beeld Mette van der Linden
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden