Reportage

Jongste flamencogeneratie probeert te vernieuwen zonder te verwoesten

Reportage flamenco biënnale

Flamenco ouderwets? Niet buiten Spanje. De jonge generatie laat rauwe randjes en multimedia-invloeden zien op de Flamenco Biënnale die vandaag in Nederland begint.

Beeld Miguel Ángel González

Rond middernacht zingt ze met vol volume bijna het muurmozaïek aan scherven. De bekende zigeunerzangeres Esperanza Fernández (48) werkt crescendo naar een hoogtepunt van haar optreden in een van de tuinen van het beroemde paleizencomplex Real Alcázar in Sevilla. Maar voordat ze een staande ovatie van 2.000 toeschouwers in ontvangst neemt, geeft ze één keer kort het podium aan de jonge generatie die ze speciaal voor deze avond heeft uitgenodigd: flamencozangeres Rocío Márquez (29) en de sensueel dansende Ana Morales (31). Dit, zegt ze, zijn de beloften van de toekomst.

Fluweelzachte stem

Zo gaat dat tijdens La Bienal de Sevilla, het hoogst denkbare podium in de flamencokunst: jong talent krijgt alleen een kans wanneer bekende arrivés ze naar voren schuiven. Want deze beroemdste flamencobiënnale ter wereld beschermt hartstochtelijk de traditie, die volgens de overlevering is ontstaan in Sevilla in de westelijke wijk Triana aan de oever van de Guadalquivir. Zeker nu de Spaanse zang-, dans- en muziekkunst sinds 2010 op de immateriële werelderfgoedlijst van de UNESCO staat: voor de oude garde een bewijs dat de vaak van (groot)ouders op (klein)kinderen en van leermeesters op leerlingen doorgegeven kunstvorm om bescherming vraagt.

Márquez maakt van de uitnodiging gebruik de toeschouwers te laten horen hoe ze met haar fluweelzachte stem zo fraai moduleert dat zelfs de fanatieke olé-roeper stilvalt. Márquez durft een intieme draai te geven aan het traditionele repertoire van grote flamencozangers door andere modulaties te kiezen, een kleiner instrumentarium en sobere flamencoakkoorden. Eerder zong Márquez in het Marokkaanse Fez op een spiritueel festival naast Björk en Joan Baez. En in 2013 kreeg ze Paradiso aan het huilen met gezongen poëzie van Federico García Lorca.

Rijzende ster

Flamencodanseres Morales, geboren in Barcelona en op haar 16de in Sevilla begonnen aan een studie flamencodans, is minstens zo'n rijzende ster. Niet alleen is ze solist bij het populaire Ballet Flamenco de Andalucía, ook durft ze te experimenteren met opvallende voorstellingen van eigen hand; ze danst bijvoorbeeld in door kunststudenten gemaakte jurken van hergebruikte materialen zoals jute, wc-papier en gerecyclede zakdoekjes (deze ReciclArte toert volgend jaar door Nederland tijdens de Intermezzo Flamenco Biënnale Series).

Zo eigenzinnig gaat Morales deze avond niet te werk, tijdens haar gastoptreden in Real Alcázar. Voor dit behoudende publiek legt ze de nadruk op haar elegante, sensuele kant, maar niet zonder daar een rauw randje aan te geven met sterk gearticuleerde, abrupte wendingen en venijnig gespreide vingers. Die dualiteit - sensueel en een tikje venijnig - leverde haar al verschillende prijzen op.

Haar experimentele producties, waarin Morales haar lichaam nog meer beeldhouwt tot sterk fysieke poses en waarin ze een onverwachte robe en rekwisieten uitprobeert, creëert en presenteert ze vooral in het buitenland. Daar voelt ze zich mentaal vrijer om de flamencokunst verder te ontwikkelen, zegt ze zachtjes na afloop, wanneer ze haar roomwitte roesjesjurk heeft opgeborgen in een IKEA-tas. 'Spanje beperkt mij als hedendaags artiest. Overal voel ik de kritische censuur van de flamencotraditie en de betweterige blik van Spaanse recensenten. In Sevilla denkt iedereen alles te weten en alles te kennen. Vernieuwing wordt snel als 'belachelijk' neergesabeld. Ik heb het buitenland nodig om te kunnen experimenteren.' Al zal ze nooit verhuizen, want zoals veel Spanjaarden hecht Morales aan familie, de spil van het sociale leven.

Komende tijd treedt Morales meermalen op in Rotterdam en Amsterdam, tijdens de vijfde editie van de Flamenco Biënnale. Vandaag is ze op verzoek van het festival speciale gast tijdens de openingsavond Los Invitados van Compañia Belén Maya. Een week later vertolkt ze het robotica-experiment Bagatelles met de jonge Madrileense geluidskunstenaar Enrique Tomás: een voorstelling waarin Morales danst met een elektronische waaier op een interactieve vloer.

Hoewel beiden Spanjaard zijn, hadden ze de omweg via de biënnale-organisatie in Nederland nodig om met elkaar in contact te komen. Dit samenbrengen van kunstenaars uit onverwachte hoek typeert de Nederlandse Flamenco Biënnale - het lustrumthema is dan ook crossroads (tot ongenoegen van enkele hardliners die op internet aangeven de pure flamenco gedecimeerd te zien); internationaal staat het drie weken durende festival bekend als grootste en vooral avontuurlijkste van Europa. Artistiek directeur Ernestina van de Noort koppelt een hoog artistiek niveau aan eigentijdse vernieuwing en kiest naast bekende pioniers voor jong talent, zoals nu bijvoorbeeld Morales.

Nieuwe flamencogeneratie

De nieuwe flamencogeneratie, die extreem goed getraind is en technisch tot bijna alles in staat, staat veel opener tegenover samenwerking met musici, choreografen en kunstenaars uit andere genres zoals jazz, hiphop en audiovisueel design dan eerdere generaties. Ze vinden crossovers langzaam vanzelfsprekend. Hierin zijn ze schatplichtig aan de 'breekijzers' van het eerste uur: de durfals uit de generatie boven Márquez en Morales, die als eerste rebelleerden tegen de heersende, conservatieve opvattingen van beroemde familieleden en behoudende critici.

Grootheden als Israel Galván (41), Andrés Marín (45) en Belén Maya (48) behoren tot die recalcitrante tweede generatie. Alle drie stammen ze uit beroemde flamencogeslachten en moesten ze opboksen tegen bekende vaders en moeders, die het vaak maar niks vonden dat zij de grammatica van de flamenco veranderden door bijvoorbeeld tegenover het olé-gehalte stiltes in de muziek op te zoeken, poses te bevriezen of nieuwe ritmes uit te proberen. Ook integreerden ze elementen uit eigentijdse dans, door samen te werken met moderne choreografen als Jirí Kylián en Bill T. Jones. Deze vrijheidsstrijders van het eerste uur openden al eens eerdere edities van de Flamenco Biënnale en staan ook nu geprogrammeerd op deze eerste lustrumeditie. Het thema crossroads indachtig gaan Galván en Marín de dialoog aan door samen te werken met respectievelijk de wereldberoemde kathakdanser Akram Khan en de hiphop-expert Kader Attou (zie tips).

De jongste generatie, waartoe Morales behoort, zet zich minder radicaal af tegen de oudere (familie)generatie dan de breekijzers voor hen - ze voelen zich te zeer schatplichtig. Zij proberen te vernieuwen zonder te verwoesten, en onderscheiden zich vooral door technische perfectie in de beheersing van uiteenlopende dansstijlen en een vanzelfsprekende samenwerking met vooral multimediakunstenaars. Ze ontdekken de mogelijkheden van elektronica, ook op het gebied van muziek en design. Ze laveren collegiaal tussen gastoptredens bij beroemdheden en het avontuur van experimenten.

Zoals Morales. Zij verheugt zich erop om voor het eerst met Belén Maya samen op een podium te staan, vanavond tijdens de opening. Maya, 'de vrouw met vele gezichten', is voor haar een heldin. 'Ik heb haar nog nooit ontmoet', zegt ze. 'Ik durf haar nauwelijks de hand te schudden.'

Flamenco Biënnale, 16/1 t/m 3/2, in Rotterdam, Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.