Jongeren lezen minder, is de video de toekomst?

Nieuwsmedia worstelen met video

Video is, vooral onder jongeren, bezig aan een onstuitbare opmars, ten koste van lezen. En dus storten ook de traditionele nieuwsmedia zich erop. Heeft dat zin?

Jongeren kijken per dag gemideld 2 uur en een kwartier naar een scherm, waaronder dat van hun smartphone, terwijl ze maar 10 minuten lezen. Foto An-Sofie Kesteleyn / de Volkskrant

Traditionele mediabedrijven investeren steeds meer in video. Want jongeren kijken alleen nog maar video, toch? Hebben die jongeren eigenlijk wel een boodschap aan 'oude media' voor hun nieuwsvoorziening als er ook vloggers zijn die ze op maat bedienen?

Moederbedrijf Snap van de onder jongeren immens populaire app Snapchat laat er op zijn site geen misverstand over bestaan: 'We zijn een camerabedrijf.' U leest het goed, geen socialmediabedrijf, maar een camerabedrijf. Snap, dat binnenkort naar de beurs gaat, gelooft heilig in de kracht van bewegend beeld. Jongeren communiceren via beeld, niet via tekst. Zegt Snap. Klopt dit?

Social media are the message

Vroeger was de mediawereld overzichtelijk, met een beperkt aantal zenders (kranten, televisie, radio) voor een grote groep ontvangers. Inmiddels is iedereen zender en ontvanger tegelijk, wat een duidelijke invloed heeft op de boodschap. The social media are the message, om mediafilosoof Marshall McLuhan te parafraseren.

Bewegend beeld speelt hierin een grote rol. Traditionele media als BBC, NOS of CNN mengen zich in de timelines op Facebook, Instagram of YouTube met vloggers als the Young Turks (politiek), 433 (anderhalf miljoen views voor een video op Instagram is geen uitzondering) of Tana Mongeau (2,5 miljoen volgers op YouTube).

Het gebruik van onlinevideo is de afgelopen jaren enorm toegenomen. Alleen al op Snapchat werden in 2016 acht miljard video's verspreid. De cijfers zijn van Snapchat, dus of ze kloppen, weten we niet. Maar wat wel duidelijk is: zowel voor makers als voor de consumenten is video de afgelopen jaren veel bereikbaarder geworden. De mobiele toestellen krijgen bijvoorbeeld steeds betere camera's, waarmee het schieten van een videootje niet langer een korrelige aangelegenheid is.

Ook het verspreiden is een fluitje van een cent. YouTube, Snapchat en Facebook faciliteren video met bijzonder veel enthousiasme. Zij verdienen immers veel geld met de advertenties die om de video's heen staan.

Samen met de steeds betere en goedkopere mobiele-internetverbindingen verklaart dit de stijgende populariteit van onlinevideo. Maar hoe groot is die populariteit nu echt? Zit echt iedereen de godganse dag video's te maken, te delen en te bekijken, waardoor er geen tijd meer is voor het lezen van een krant of fatsoenlijke boek?

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) deed vorig jaar grootschalig onderzoek naar het mediagebruik onder Nederlanders. De uitkomst was verrassend: Nederlanders kijken nog steeds heel veel ouderwets lineaire tv. In de woorden van de onderzoekers: traditionele media blijven dominant. 'De perceptie van veel mensen om ons heen is vaak anders, maar dit is duidelijk wat we zien onder de gehele Nederlandse bevolking', zegt onderzoeker Jos de Haan van het SCP.

De toekomst

Vanavond presenteert Philippe Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant, in het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum een talkshow met de titel 'Onlinevideo is de toekomst van de journalistiek'.

Hij praat met onder anderen Arjen Lubach over de vraag of videojournalistiek het geschreven woord verdrijft.

De avond is uitverkocht.

Minder lezen, meer kijken

Sowieso hangen Nederlanders nog altijd lang voor een scherm (tv, iPad, mobiel). Ruim 3 uur per dag. Hiervan worden slechts 4 minuten besteed aan YouTube of andere videodiensten. Iets meer, 19 minuten, aan Uitzending Gemist-achtige toepassingen of gedownload materiaal. De rest gaat op aan ouderwetse, lineaire tv.

En jongeren dan? Die besteden per dag 2 uur en een kwartier aan 'kijken' naar een scherm. Hiervan wordt 21 procent besteed aan streams en downloads, licht Annemarie Wennekers van het SCP toe. Meer dan bij ouderen, maar ook bij deze groep is lineaire tv nog best populair. 'Gemedieerd communiceren' (mailen, bellen, social media) is met 2 uur en 12 minuten een fractie minder populair. Binnen deze activiteit valt ook het kijken naar video's via Facebook.

Volgens De Haan is er sinds 1975 één duidelijke trend waarneembaar: minder lezen, meer kijken. Las de gemiddelde Nederlander veertig jaar geleden nog 6 uur per week (krant, tijdschrift, boek), nu is dat minder dan de helft.

Lees verder onder de grafiek.

Foto de Volkskrant

Het lezen op internet via nieuwssites of tijdschriften op een iPad is daar bijgekomen, maar kan het overige verlies niet compenseren. Internet is daaraan schuldig, maar volgens De Haan speelde ook de groei van het tv-aanbod in 1989 een grote rol. In 1988 waren er nog maar twee Nederlandse netten, die ook nog eens vooral 's avonds uitzonden.

De daling in het lezen zet gestaag door. Jongeren (13-19 jaar) lezen nauwelijks meer: een schamele 10 minuten op een totaal van 7 uur 39 minuten aan mediagebruik per dag. 10 minuten, het grootste deel aan boeken en dagbladen. Hoe ouder, hoe meer tijd wordt doorgebracht met het lezen in boeken, kranten, tijdschriften en nieuwssites. Oplopend tot 1 uur en 20 minuten voor een 70-jarige. Generaties houden hun voorkeuren voor een deel vast, zegt De Haan, maar geven ook toe aan nieuwe gebruiken. De kans dat die 10 minuten leestijd in de toekomst zal stijgen, lijkt dan ook erg klein.

Nieuws en vloggers zijn elkaars concurrenten

We weten dat jongeren weinig meer lezen. Ook op internet niet, tenzij het natuurlijk gaat om ondertitels bij een video of de teksten op WhatsApp, Snapchat of Instagram. Logisch dus dat ook traditionele media tegenwoordig hun toevlucht nemen tot video, naast alle geschreven berichten. Nieuwsorganisaties investeren zwaar in videoteams.

Er is echter één probleem: op de nieuwssites zelf worden video's helemaal niet zoveel bekeken. Zelfs bij een site als de BBC, die veel video heeft, bekijkt slechts één op de tien bezoekers van de nieuwssite een video. In Nederland is het beeld niet anders, vertellen Lara Ankersmit van de NOS en Gert-Jaap Hoekman van NU.nl. De meeste mensen komen nog altijd om headlines te scannen. Video wordt er genoeg gekeken, maar dat gebeurt elders. Op Facebook bijvoorbeeld.

Hier moeten de BBC's en de NOS'en de concurrentie aangaan met al die ontelbare vloggers. Op een platform waar alles door elkaar loopt: nep en echt, onafhankelijk en commercieel, gekleurd en ongekleurd, satire en ernst, zwaar en licht. Irene Costera Meijer, hoogleraar journalistiekwetenschap aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, denkt niet dat die verwarring specifiek iets is voor video. Costera Meijer doet onderzoek naar veranderend nieuwsgebruik. 'Jongeren worden nu sowieso opgevoed met het advies: wees heel kritisch op het nieuws. Vertrouw niet zomaar alles. Dat is natuurlijk heel goed, maar het heeft ook een keerzijde. En dat is: ze vertrouwen niets meer, ook de traditionele media niet. Dat maakt het erg ingewikkeld voor ze, want waar moeten ze zijn voor betrouwbaar nieuws?'

Dat het wegvallen van autoriteit ingewikkeld is, bleek onlangs ook uit onderzoek van Mediawijzer, een organisatie die jongeren mediawijsheid wil bijbrengen. Vier op de vijf Nederlanders vinden het moeilijk om de betrouwbaarheid van nieuwsberichten in te schatten. 'Het maken én volgen is complexer dan ooit', schreef Mary Berkhout van Mediawijzer daarna in een opiniestuk in de Volkskrant. Ze pleit dan ook voor een verplicht vak mediawijsheid op school.

Met de interesse in nieuws zit het overigens wel goed, zegt Costera Meijer. 'Jongeren willen heel graag leren, of het nou om games, make-up of politiek gaat. Het moet dan alleen niet saai en feitelijk worden opgediend. Het moet lekker én leerzaam zijn. Of tegendraads.' Wat dat betreft is er volgens Costera Meijer niets veranderd in vijftien jaar.

Tot slot waarschuwt Costera Meijer voor té opgewonden gedachten over video. 'Ik vind het een overgewaardeerd genre. Wat het al lastig maakt, is dat het geluid heeft. Mensen hebben vaak geen zin in gedoe met koptelefoons. Dat valt door de makers deels te ondervangen met ondertitels. Maar het is vooral traag. Het kost veel tijd. Ook al wordt een video niet helemaal uitgekeken, in dezelfde tijd kun je een paar headlines scannen. Jongeren maken een hele scherpe inschatting of ze er tijd aan gaan besteden of niet.'

Wie naar de videoranglijstjes kijkt, ziet dat vooral muziek het goed doet. Daarbij vallen zelfs de tientallen miljoenen views voor het Trump-videootje van Arjen Lubach in het niet.

Meer over