Jongensdromen komen uit - ook voor dirigenten

De hoogte bedraagt 5 meter, de ruimte tussen de tenors is 65 meter. De Franse dirigent Raphaël Pichon opent het Holland Festival met een jeugddroom. Hij smeedt de Mariavespers van Claudio Monteverdi om tot driedimensionale klanksculptuur.

Raphaël Pichon Beeld Carolina Arantes

Raphaël Pichon buigt zijn lange, magere dirigentenlijf over een bordkartonnen maquette. Om hem heen, in een Parijs' repetitielokaal, staat een handvol zangers. 'Kijk', zegt hij, 'dit is het zaalontwerp voor onze optredens in de Gashouder.' De Gashouder, dat is de afgedankte industriekoepel op het terrein van de Amsterdamse Westergasfabriek.

De dirigent wijst naar vier schuin oplopende taartpunten: de tribunes. Zijn vinger volgt twee cirkels. Het zijn de ronde catwalks voor het koor. De binnenste ligt op vloerniveau, de buitenring loopt hoog om het publiek heen. 'Wat je erbovenuit ziet steken, zijn torens voor de solisten.'

Een week voordat Pichon (32) en zijn mensen het Holland Festival openen met de magistrale Mariavespers van de barokcomponist Claudio Monteverdi, krijgt de maquette een neutrale ontvangst. 'Interessant', wordt er gemompeld, 'apart'. De stemming slaat om als de dirigent de schaal preciseert. 'De buitenring ligt op 2 meter 60. De torens halen 5 meter 20.' Hij schraapt zijn baritonstem. 'Tussen de torens ligt 65 meter.'

Nu schrikken ze wakker, de twee tenoren die straks zo'n toren gaan beklimmen. Gaapt er in dat tintelende engelenduet Duo Seraphim 65 meter tussen hun kelen? 'Wow, dit wordt een pittige klus.' Met dat besef leeft dirigent Pichon al een tijd. Na een ochtend en een middag repeteren valt hij afgepeigerd op een sofa. Hij mag dan de groeibriljant zijn van de Franse muziekscene, een grootgrutter in jubelrecensies en prijzen, maar de première op 3 juni baart hem zorg.

Raphaël Pichon Beeld Carolina Arantes

'We hebben in de Gashouder maar twee dagen repetitietijd. Grote vraag is hoe de akoestiek zich houdt. Hoe pakt de nagalm uit? Wat is de kwaliteit van de klank? Blijven details in de muziek hoorbaar, of wordt het een soep?'

Pichon frutselt aan zijn baard. Het experiment, vervolgt hij, wordt de verwezenlijking van een jeugddroom. Als koorknaap zong hij de Mariavespers mee in zijn woonplaats Versailles.

Jongenssopraan Pichon was 9 toen hij stralende koormassa's en sensuele solo's hoorde, hij rilde bij de echo-effecten en stereofonie die Monteverdi in 1610 openbaarde. 'Ik weet dat het onwaarschijnlijk klinkt, maar ik was op slag gefascineerd door de ruimtelijkheid in zijn muziek.'

In 's meesters 450ste geboortejaar moest het er dan maar van komen. Zij het niet in een duffe concertsetting, 'dan hoor je hooguit 50 procent van de pracht.' Pichon grijpt naar een ringband. 'Storyboard' staat op de kaft. Bladzij na bladzij toont hij de plattegrond van de Gashouder, met podium, tribunes, catwalks en torens. Per muziekdeel heeft Pichon heel precies ingetekend waar elke muzikant staat, of in welke richting hij loopt.

'Het was een complexe klankpuzzel in 3D. Sommige ideeën kwamen spontaan, maar elke beslissing had consequenties. Tenor drie linksboven moest wel op tijd kunnen opduiken naast bariton twee rechtsbeneden.'

Zo bezien vormen de muziekrepetities in Parijs een peulenschil. De veertig koorleden van Pichons Ensemble Pygmalion staan een middag en een avond strak in het gelid. Zijn dertigkoppige orkest haalt alle speeltuig tevoorschijn dat rond 1610 kon strijken, tokkelen en blazen. Drie klavecimbels, twee kistorgels, twee harpen. Nasale kromhoorns en zoete cornetti. Violen, viola da gamba, contrabas. En stoere trombones natuurlijk, voor de betere massage van de onderbuik.

Raphaël Pichon Beeld Carolina Arantes

Klankenkneder

Daar ontvlammen de Vespro della Beata Vergine, kerkmuziek voor de Heilige Maagd. 'Deus in adiutorium meum intende', schalt het openingskoor, God, schiet mij alstublieft te hulp. Het is een orgie van geluid waarin alles dreunt en davert, ritselt en zoemt.

Al repeterend zendt dirigent Pichon twee boodschappen uit. De ene is lust naar klank. 'Geef me een geluid dat heel mijn lijf laat vibreren!' De andere is honger naar expressie, ook in stram Kerklatijn. 'Warm op, die oe! Spuw uit, die t!'

Hij maakt zijn naam als klankenkneder waar. Het is alsof de dirigent met z'n wriemelende klauwvingers aan een knop draait, zo alert reageren de muzikanten. Ze krijgen zijn geheven duim per omgaande retour. 'Bravissimo, supèèèr!'

Even heeft hij overwogen de vespers uit te voeren in de Venetiaanse basiliek San Marco. Per slot van rekening was dat vanaf 1613 Monteverdi's werkterrein, met riante nagalm en verheven balkons voor muzikanten. Het Palazzo Ducale in Mantua was een andere optie. In dat hertogpaleis schreef Monteverdi vermoedelijk zijn briljante noten.

Tot Pichon twee jaar geleden de Gashouder leerde kennen. 'Ik was meteen overstag. Zo'n niet-religieuze, niet-barokke ruimte leek me oneindig veel spannender.'

Ter plekke zal Pierre Audi assisteren. De Amsterdamse operabaas en festivalcrack zette in de Gashouder eerder klanksafari's op touw rond muziek van modernisten als Pierre Boulez en Luigi Nono. Voor het avontuur met de Mariavespers muntte hij alvast een nieuwe term: mise-en-écoute. Het komt erop neer dat Audi de klanken met beeld en beweging in het oor plaatst.

Raphaël Pichon Beeld Carolina Arantes

Theatraal

Hij moet waken over de troepenbewegingen. Bijvoorbeeld in het bruisende loflied Ave Maris Stella (Gegroet, Sterre der Zee), wanneer twee koren in processie over de binnenring trekken. Of in de flitsende Sonata sopra Sancta Maria, een instrumentaal stuk met flarden sopraanzang vanaf de buitenring.

Audi zal ook een relatie willen leggen tussen Pichons klanksculptuur en de beeldsculptuur die een voorstelling lang in de arena ligt: Kreupelhout van de Vlaamse kunstenaar Berlinde De Bruyckere. Haar 26 meter lange installatie, half takkenbos, half knokenberg, zinspeelt op de condition humaine: onafwendbaar verval.

Theatraal? 'De Mariavespers zíjn theatraal', beklemtoont Raphaël Pichon. 'Vergeet niet dat Monteverdi het stuk in dezelfde jaren schreef als Orfeo, 's werelds eerste opera. Hij had als eerste het lef om meerstemmige kerkzang te combineren met moderne, emotionele solo's. Teksten uit het bijbelse Hooglied verklankt hij ronduit erotisch.'

Pichon staat op, de avondrepetitie wacht. Op de lessenaars verschijnt Audi coelum (luister, hemel). Nog zo'n spektakelstuk. De Mariavereerder bidt luidkeels en hoort een echo terug. Eindigt zijn zin op 'gaudio!' (vreugde), dan komt vanuit de hemel: 'audio!' (ik luister). Smeekt hij om 'solamen' (troost), zegt de hemel: 'amen'. Pichon legt een hand op zijn buik. 'Er zitten maten in de Mariavespers, dan voel ik het hier smelten. Als dat in de Gashouder lukt, zitten we met z'n allen in het paradijs.'

Claudio Monteverdi: Mariavespers. Ensemble Pygmalion o.l.v. Raphaël Pichon. Mise-en-écoute: Pierre Audi. Amsterdam, Westergasfabriek, Gashouder, 3 t/m 5/6.

Raphaël Pichon

De Franse dirigent Raphaël Pichon (32) is de aanvoerder van de derde generatie barokmusici in Frankrijk. Hij is het grootste talent dat in de voetsporen stapt van stamvader William Christie en diens leerlingen Mark Minkowski en Christophe Rousset. Pichon studeerde zang, viool en piano in Parijs. Hij werkte als countertenor en richtte in 2006 het Ensemble Pygmalion op, een barokorkest met koor.

In Nederland dirigeerde hij Bachs Johannes-Passion (2011) en de muziektheatervoorstelling Trauernacht (2015). Vorig jaar won hij een Edison voor de cd Rheinmädchen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden