'Jongensdagen' boeit nog steeds

Theo Thijssen en Jan Sluijters. De illustraties bij Jongensdagen. Tentoonstelling in het Theo Thijssen Museum, Amsterdam. Tot en met 30 juni....

Behalve schrijver en schoolmeester was hij ook criticus en in die laatste hoedanigheid doopte hij zijn pen in gal: 'De dames Leopold en Dietz, het is hard dat ik het eindelijk toch wel moet zeggen, zijn een paar onbeduidende schijntalentjes. Ik weet niet hoe zij aan het ongelukkige idee gekomen zijn dat zij met de literatuur wat meer konnekties hebben dan andere vrouwen, maar het wordt tijd dat zij zich van die waan vrijvechten.' Met 'dit bundeltje kinderversjes is toch waarachtig het drukken niet waard' brengt de auteur de finale klap toe aan Krekeltjes in het koren.

Theo Thijssen - zijn meesterwerk Kees de Jongen moest nog verschijnen - recenseerde kinder- en schoolboeken in het mede door hem in 1905 opgerichte tijdschrift De Nieuwe School. Van de overwegend betuttelende en moraliserende jeugdlectuur van die dagen had Thijssen een grondige afkeer. Ook het kinderboek Tot ridder geslagen sabelde hij neer: 'Laten we alle volgende drukken onmogelijk maken; en alle eerste drukken van zulk prulwerk óók'. J.G. Kramer, schrijver van het boek, reageerde op voorspelbare wijze: of meneer Thijssen het misschien zelf beter kan? 'Iemand als u, die zoo precies weet, hoe alles behoort te wezen - die zich zo vaak ergert of zal ergeren aan de prullaria van ons, zoogenaamde kinderschrijvers, zal ongetwijfeld een meesterstuk scheppen.'

De handschoen wordt opgenomen door Thijssen, hetgeen in 1909 uitmondt in de verschijning van Jongensdagen; de dan nog tamelijk onbekende maar in sommige kringen zeer omstreden avant-garde schilder Jan Sluijters (1881-1957) illustreert het verhaal en ontwerpt de band. Bij uitgever Bas Lubberhuizen verscheen onlangs een heruitgave, door Thijssen-kenners Peter-Paul de Baar en Rob Grootendorst uitgebreid met de uitgeef-geschiedenis van Thijssens enige echte kinderboek. Een tentoonstelling van de originele tekeningen van Jan Sluijters in het intieme Theo Thijssen Museum in de Amsterdamse Jordaan sluit mooi aan bij de herverschijning van het boek.

Thijssen bemoeide zich krachtig met de uitgave van het boek en bakkeleide bijvoorbeeld langdurig met uitgever C. A. J. van Dishoeck over de titel. Wat de illustraties aanging, verwierp hij het werk van kunstenaars als Wenckebach, Raemakers en Heukelom en sprak hij tegenover zijn uitgever een voorkeur uit voor Albert Hahn of Jan Sluijters, al tekent hij bij laatstgenoemde aan 'dat-ie d'r roef-roef maar wat van maakt dikwijls, in zoo'n kinderboek van Valkhoff of Becht. Maar dat gaat misschien ook op 'n prikkie? (. . .) Het allergemakkelijkst zou zijn, dat ik zelf de plaatjes maakte; ik kan ze met m'n oogen dicht allemaal zien, precies; maar ik weet zeker, dat ik er geen teekenen kan'.

Niettemin is Thijssen enthousiast als hem de eerste tekeningen van Sluijters via zijn uitgever bereiken; vervolgens verzoekt hij Van Dishoeck dringend de tekenaar alle vrijheid te geven. Het verhindert niet dat auteur en uitgever de productie van Sluijters kritisch volgen. Zo vindt bijvoorbeeld de tekening van het postzegelwinkeltje waar Ko in aanvaring komt met de eigenaresse ('een dikke burgerjuffrouw') geen genade. Met potlood schrijft Thijssen in de kantlijn: 'Caricatuur, geen illustratie van een boekwinkel, hier hebt u er zich al heel goedkoop af gemaakt'. Desondanks komt deze tekening uiteindelijk in het boek terecht want de uitgever drukt in de meeste gevallen zijn voorkeur door.

Jongensdagen beschrijft het doorsnee leven van een stelletje Amsterdamse jongens in het begin van deze eeuw. Ze gaan naar school, hangen over de brug op zomerse avonden, doen boodschappen, vechten, zijn dol op zwemmen, roken hun eerste pijpje, helpen in de winkel van hun ouders. Bijna honderd jaar later boeit het verhaal nog steeds, vooral door de levendige dialoogvorm die Thijssen hanteert. Door critici is het boek wel eens betiteld als braaf, maar wat vooral duidelijk wordt is dat het leven van een kind een eeuw geleden eenvoudiger verliep. Er bestonden simpelweg nog geen honderdvijfenveertig verschillende typen sportschoenen of rollerskates van zeshonderd gulden, onontbeerlijk immers voor hedendaags jongensgeluk. Kinderen vermaakten zich met het weinige dat zij bezaten, tegen oom agent werd nog opgekeken en orders van de zwemmeester werden meteen opgevolgd.

Gevaarlijke avonturen beleven de jongens inderdaad niet, maar toch blijven ze je bij door de sfeer die Thijssen schept en de wijze waarop hij de kinderwereld tot de zijne maakt. Onvergetelijk is de scène waarin Ko voor juffrouw Aalders ('Net de lamste klant') een pond zeep afweegt. De glibberige zeep moet uit een vaatje worden overgebracht op een stuk papier en Ko is daar niet handig in. Het wordt een smeerboel en intussen staat juffrouw Aalders hem uit te sakkeren. Dan krijgt Ko een wit waas voor zijn ogen en smijt het mens de homp zeep in het gezicht. Zijn toegesnelde tante Riek neemt het voor hem op en gooit juffrouw Aalders de winkel uit. Kortom, een enig boek voor de voorleesmiddag op de basisschool waarbij de juf vooral ook de tekening moet laten zien die Sluijters bij dit fragment maakte. (Al zal zij misschien niet kunnen vertellen wat een 'zakje blauw' was.)

Thijssen bestreed hardnekkig de suggestie als zou Jongensdagen op zijn eigen jeugd zijn geënt, maar De Baar en Grootendorst tonen moeiteloos het tegendeel aan. Deels geldt dat ook voor de illustraties; het door Sluijters getekende zwembad heeft echt bestaan (aan de Westerdoksdijk) en werd door Thijssen als kind bezocht.

Een twintigtal tekeningen - in een verre van avant-gardistische stijl - maakte Jan Sluijters voor Jongensdagen. Van de Westertoren natuurlijk, van de kinderen in het zwembad en lezend op zolder in oude tijdschriften, van het zuurkraampje waar een mootje haring een cent kost. Sfeerbepalend zijn de drie straattaferelen die hij uitbeeldde. Steeds zien we een gracht met een brug en de omringende huizen. Op een van de tekeningen begint het te schemeren; de jongens kletsen nog wat, leunend tegen de reling. Hartje Amsterdam, bijna honderd jaar geleden. Van auto's, drugsverslaafden en kindermoordenaars geen spoor.

Hub. Hubben

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden