JONGENS DIE DE DOOD TEGEMOET GAAN

Manfred Gregor schreef over zijn schokkende gevechtservaringen in de Tweede Wereld-oorlog een roman om zijn verhaal ‘algemene geldigheid’ te geven....

Gert-Jan van Dijk

Zinloos! Op 2 mei 1945, als de Tweede Wereldoorlog onherroepelijk verloren is, krijgen zeven Duitse jongens van zestien, die nog maar een paar weken onder de wapenen zijn, de opdracht een ‘strategisch belangrijke’ brug ‘onder alle omstandigheden’ te verdedigen tegen de snel oprukkende Amerikaanse troepen. Het enige dat de bevelvoerende Duitse generaal hiermee hoopt te bereiken, is de opmars van de geallieerden enkele uren te vertragen, zodat een divisie van zevenduizend man op de andere oever zich ordelijk kan terugtrekken.

De opperbevelhebber slaagt in zijn snode opzet, maar de prijs is hoog.

De loop der gebeurtenissen is noodlottig. Op verschillende momenten hadden de jongens – knapen zijn het nog – het er zonder kleerscheuren of gezichtsverlies vanaf kunnen brengen: zowel hun directe superieuren – twee door gewetensbezwaren gekwelde sergeants – als inderhaast opgetrommelde ‘assistentie’ – tien zojuist ‘van de keukentafels geplukte’ zestigplussers – deserteren openlijk, omdat zij het bevel ‘onuitvoerbaar’ achten, maar voor de jongens zelf weegt het woord van de generaal zwaarder.

Ook voorbijtrekkende, volledig gedemoraliseerde frontsoldaten en burgers die nog snel een veilig heenkomen zoeken, manen de zeven te maken dat ze wegkomen, ‘voordat de hel losbreekt’, maar de onheilsprofeten worden weggehoond als lafaards en zeurkousen.

Dan is het te laat: het eerste slachtoffer valt onder een inleidend bommentapijt, en zijn kompanen, die een hechte eenheid vormen, zweren wraak. De verdediging van de brug beschouwen zij nu als hun morele plicht. Maar hun heldenmoed is misplaatst: de onervaren pubers zijn met hun geïmproviseerde, militair gezien onverantwoorde tactiek geen partij voor de vijandelijke infanterie, die wordt ondersteund door vliegtuigen en tanks.

Ook de laatste strohalm grijpen ze niet aan: een Amerikaan die in een zenuwslopend vuurgevecht de zich kranig werende jongens onverwachts een wapenstilstand aanbiedt (‘we don’t fight kids’), wordt in een kogelregen neergemaaid.

Zo begint een lugubere afvalrace, die doet denken aan Tien kleine negertjes van Agatha Christie. Na Siegi Bernhard sneven – de een nog kanslozer en tragischer dan de ander – achtereenvolgens Jürgen Borchart, Karl Horber, Klaus Hager, Walter Forst en zelfs Ernst Scholten, de stoere, zelfbenoemde leider van ‘de club’. Alleen Albert Mutz blijft over, en haalt uiteindelijk zwaargewond de deur van zijn ouderlijk huis.

Voor deze laatste der Mohikanen heeft Manfred Gregor (eveneens van lichting ’29) zelf model gestaan, want blijkens de pro- en epiloog spreekt de auteur (die in werkelijkheid Gregor Dorfmeister heet) uit ervaring: de roman is een dramatisering van traumatiserende gevechtshandelingen op die bewuste dag in mei, waarbij zijn kameraden wreed het leven lieten in een onhoudbare ‘verdedigingspositie’ op de Isarbrug in Bad Tölz (Beieren) en alleen hijzelf ‘via sluipwegen’ het vege lijf wist te redden.

De auteur, die tevens journalist was, goot zijn belevenissen eerst ‘in de vorm van een reportage’, maar verkoos uiteindelijk de romanvorm, om zijn verhaal ‘algemene geldigheid’ te geven.

Het boek verscheen al – of beter: pas – in 1958, en werd het jaar daarop verfilmd (in de regie van Bernhard Wicki). Roman en rolprent maakten indertijd furore, ook internationaal. In 2005 verscheen een nieuwe druk, omdat de schrijver in een postscriptum gedesillusioneerd constateert dat zijn ‘anti-oorlogsroman’ tot op heden niet het gehoopte (schok)effect heeft gesorteerd, aangezien gewapende conflicten wereldwijd – ‘van Palestina tot Irak, van Tsjetsjenië tot Afghanistan’ – nog altijd aan de orde van de dag zijn.

Of commandanten en strategen zich veel aan dit boek gelegen zullen laten liggen, is ook nu nog zeer de vraag, maar op meer pacifistisch ingestelde lieden zal het ongetwijfeld indruk maken, in de eerste plaats door zijn sobere stijl, maar met name door een bij herhaling toegepast, buitengewoon effectief literair procédé, dat de handeling tijdelijk bevriest en zo de spanning verhoogt: het inlassen van korte of langere levensbeschrijvingen van de verschillende personages, meestal – en dat is het bijzondere – nadat ze dodelijk zijn getroffen, waardoor de desbetreffende biografie tegelijkertijd als necrologie fungeert. Door het frequente gebruik van dit krachtige stijlmiddel worden scherpe contrasten aangebracht tussen het nietsontziende oorlogsgeweld en alles wat humaan genoemd kan worden: religie, liefde, kunst en spel.

De oude brug over de Isar bestaat niet meer, maar De brug van Manfred Gregor is een onverwoestbaar monument gebleken. De stoere Ernst Scholten sneuvelde in de waan indiaantje te spelen in de prairie en bleekgezichten te scalperen; wanneer wordt nu eindelijk de strijdbijl begraven?Gert-Jan van Dijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden