Jonge kunstenaars met knellend thema

beeldende kunst..

Utrecht Recht voor zijn raap heet de jongste vlootschouw van kunstenaars die – tussen 2006 en 2008 – subsidie hebben gekregen van het Fonds voor Beeldende kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (BKVB). De titel is afkomstig van Centraal Museum Utrecht-directeur Edwin Jacobs en zijn team. Zij hebben op uitnodiging van het fonds 31 kunstenaars, vormgevers, modeontwerpers en architecten gekozen uit de ruim 350 in die periode toegekende startstipendia – een subsidie voor mensen bij de start van hun carrière.

Zo’n titel is natuurlijk even uitdagend als riskant. Hij suggereert dat er sprake is van een generatie kunstenaars die confronterender, geëngageerder en directer zou zijn dan voorgaande generaties. Het thema – ‘kunstenaars die er niet voor schromen hun mening over de huidige maatschappij te delen met het publiek’ – hoefde niet te worden gezocht, schrijft Jacobs. Het diende zich vanzelf aan. Riskant is dat de belofte van de titel moet worden waargemaakt – noblesse oblige.

Op de tentoonstelling zijn twee werken die het predikaat ‘recht voor zijn raap’ echt verdienen. Bij beide is het de vraag wat ze precies beogen. Van de islamitische gebedsomroep die Jonas Staal vijf keer per dag door een gigantische luidspreker over het aangrenzende kerkplein laat schallen – in theorie een mooie ode aan vrijheid en het recht op een eigen identiteit – kijkt geen hond op. De museale context smoort elke oprisping van verbazing, vijlt elk scherp randje glad.

Daarnaast is het licht- en geluidswerk van Idan Hayosh – een geregisseerde serie schijnwerpers en brandblussers gebaseerd op ‘persfoto’s van militaire vliegtuigen en wapenarsenaal’ – zo overdonderend fel en schel, dat je niet kijkt, maar maakt dat je wegkomt.

Aan het andere uiterste van het spectrum staan werken – de sensuele, verfijnd gemaakte mode van Iris van Herpen en de circussieraden van Roos van Soest – die totaal buiten het thema vallen, wat op zichzelf logisch is, want een startstipendium honoreert talent met een grotere reikwijdte dan het onderwerp van deze tentoonstelling suggereert.

De meeste werken bevinden zich daartussenin. Ze zijn maatschappelijk gericht, maar houden nadrukkelijk afstand, registreren, zijn verstild en poëtisch zonder oordeel. Ook het indrukwekkendste werk – het in veel autogeronk, mist en tegenlicht gehulde I Lupi (2008) van Alberto de Michele over een Italiaans dievengilde – drukt geen mening uit. De film zaait juist verwarring: is het een documentaire of in scène gezet, sprookje of nachtmerrie?

Kortom, het keurslijf van de titel wringt, het gezochte thema laat bovendien veel andere kwaliteit onderbelicht.

Waarom niet gewoon een overzicht van het beste dat door het fonds is gesubsidieerd? Dan kunnen we tenminste echt zien hoe breed het Nederlandse talent actief is.

Blijft de vraag of deze generatie nu echt confronterender, geëngageerder en directer is dan voorgaande generaties. In de tentoonstelling Commitment (2002), met door het fonds gesubsidieerd werk tussen 1999 en 2001, werden meesterwerken getoond als Pig City van MVRDV, over ecologische varkensboerderijen en de video van Joost Conijn, waarin hij met een houtauto langs de rafelranden van Oost-Europa reist.

Daar was ook de getatoeëerde bierbuik van Marc Bijl te zien, met de provocerende tekst: ‘Deze buik werd mede mogelijk gemaakt door het Fonds van de Beeldende Kunsten’. Veel werk daar was direct, confronterend, utopisch en vol bravoure.

Het is juist een beetje mat geworden, vergeleken bij toen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden