Interview Tshepiso Mazibuko

Jonge fotografen in Johannesburg zijn op zoek naar verandering: ‘Zuid-Afrika is een verneukt land’

Donderdag krijgt de Market Photo Workshop uit Zuid-Afrika de Prins Claus Prijs. Dertig jaar na de oprichting van de academie heerst er nog een radicale geest. Ook uit noodzaak. Apartheid is niet weg, blijkt uit een bezoek van V.

Linda woont in de township Thokoza en is een vriendin van fotograaf Tshepiso Mazibuko. De foto maakt deel uit van de serie ‘Ho tshepa ntshepedi ya bontshepe’, hetgeen zoveel betekent als ‘iets verwachten dat nooit zal gebeuren’. De reeks schetst een beeld van de ­zogenoemde ‘born frees’, Zuid-Afrikanen die opgroeiden met de belofte van gelijke ­kansen voor alle rassen. Beeld Tshepiso Mazibuko

Linda leeft in Thokoza, een township bij Johannesburg. Ze ziet er gelaten uit in haar gele shorts en paarse vest, staand voor een grijze muur. Ze heeft geen geld voor een universitaire opleiding.

De ingetogen afbeelding van Linda is onderdeel van een tentoonstelling van de Zuid-Afrikaanse fotografe Tshepiso Mazibuko. De 23-jarige Mazibuko komt ook uit de township Thokoza. Ze groeide op met Linda. Door middel van de foto van haar vriendin wil ze kritische vragen stellen over hedendaags Zuid-Afrika.

De twee vrouwen horen bij de generatie van zwarte Zuid-Afrikanen die zijn geboren na het witte apartheidsbewind, begin jaren negentig. Ze zijn zogeheten ‘born frees’, ze groeiden op met de belofte van gelijke kansen voor alle rassen. Maar bijna een kwarteeuw na de historische verkiezingsoverwinning van anti-apartheidsstrijder Nelson Mandela constateren veel zwarte jongvolwassenen dat het met die ‘gelijke kansen’ nogal tegenvalt.

Iets verwachten wat nooit zal gebeuren

Mazibuko stapt door de tentoonstellingsruimte met haar werk en zegt: ‘Zuid-Afrika is een verneukt land. Politiek gezien zijn we nu een democratie ja, maar de economische verhoudingen zijn ongelijk gebleven.’ Banen, opleidingen: ze blijven nog steeds buiten het bereik van veel zwarten. 

Mazibuko stelt met haar exhibitie dan ook het optimistische concept van ‘born frees’ aan de kaak. Ze zegt: ‘Ik wil me niet identificeren met die term. Politici praten graag over de kansen voor de jonge generatie, maar ik weet dat die lang niet altijd bestaan.’

De titel van Mazibuko’s tentoonstelling is dan ook veelzeggend. Vrij vertaald: ‘Iets verwachten dat nooit zal gebeuren.’

Mazibuko: Ik kan reizen als fotograaf, ik was pas nog in Nigeria. Maar dan kom ik terug in mijn township en voelt het alsof ik weer drie stappen achteruit zet. Beeld Tshepiso Mazibuko

Mazibuko’s werk wordt geëtaleerd bij de fotoacademie in Johannesburg waar zij studeerde: Market Photo Workshop, die op 6 december in Amsterdam gelauwerd wordt met de Grote Prins Claus Prijs. 

Zes Prins Claus Prijzen

Het Prins Claus Fonds, vernoemd naar de in 2002 overleden echtgenoot van prinses Beatrix, huldigt elk jaar ‘personen, groepen of organisaties die met culturele activiteiten de ontwikkeling van hun land bevorderen’. Die landen liggen in regio’s met veelal beperkte artistieke mogelijkheden. Naast de Grote Prins Claus Prijs (100 duizend euro) worden er vijf ‘gewone’ Prins Claus Prijzen uitgereikt (elk 25 duizend euro). De laureaten ontvangen hun prijs op 6 december uit handen van prins Constantijn. 

De Market Photo Workshop (MPW) werd in 1989 opgericht door de beroemde Zuid-Afrikaanse fotograaf David Goldblatt. Hij stelde zwarten in staat om zich ook te bekwamen in de fotografie en zo de discriminatie en repressie te belichten. Tegenwoordig gebruikt een nieuwe generatie zwarte fotografiestudenten dit podium juist om kritisch te kijken naar de praktische resultaten van de overwinning op de apartheid.

De jury van de Prins Claus Prijs benadrukt de rode draad in de bijna dertig jaar geschiedenis van de MPW. De fotoacademie heeft haar ‘radicale geest’ behouden. Het instituut stimuleert nog steeds ‘kritische beschouwing’ en zorgt voor ‘een permanente ontwikkeling van de fotografische expressie van sociale misstanden en onrechtvaardigheid’. Alleen zijn het nu net wat andere soorten van misstanden en onrechtvaardigheid, ofschoon ze wel weer deels wortelen in de periode waarin de MPW begon.

Mazibuko: ‘Ik zal voor altijd degenen koesteren die hun levens verloren in de strijd tegen apartheid. En ja, ik kreeg daarna kansen. Ik rondde als eerste in mijn familie de middelbare school af. Ik kan reizen als fotograaf, ik was pas nog in Nigeria. Maar dan kom ik terug in mijn township en voelt het alsof ik weer drie stappen achteruit zet. Ik krijg kansen maar heb niet het geld om ze allemaal te grijpen.’

Mazibuko bedoelt te zeggen dat haar generatie ook problemen heeft, zonder de prestaties van de vorige generatie te miskennen. ‘We moeten daar als Zuid-Afrika een discussie over voeren. Maar we leven zelfs nog steeds gesegregeerd. Ik kan met witte vrienden niet praten over ras. We praten niet.’

Tshepiso Mazibuko heeft het haar ‘missie’ gemaakt om haar ‘eigen gemeenschap’ in beeld te brengen. Beeld Tshepiso Mazibuko

Heden en verleden van Zuid-Afrika komen ook samen in het gebouw van de MPW. De bibliotheek van het verder moderne onderkomen, in de wijk Newton, midden in Johannesburg, zit in een huisje uit 1914 dat ten tijde van de rassensegregatie dienst deed als eetzaal voor zwarten.

De bibliotheek van de MPW herbergt fotoboeken van grondlegger David Goldblatt, over de rassenongelijkheid in de jaren zeventig. In de donkere kamer staan plastic trechters voor het gebruik van chemicaliën bij de ontwikkeling van analoog gemaakte foto’s. Maar studenten beschikken ook over een ‘digitaal lab’ met vijftien computers.

Lekgetho Makola (44) is het hoofd van de MPW. ‘Directeur’ klinkt hem te formeel. De MPW draait om vrije gedachtewisseling. Op het bordje bij de deur van zijn werkkamer staat dan ook ‘hoofd’.

In zijn kamer verstuurt hij driftig mails ter voorbereiding op de uitreiking van de Prins Claus Prijs. Makola zal de prijs in ontvangst nemen in het Koninklijk Paleis in Amsterdam. Hij spreekt van ‘een ongelooflijke erkenning’.

Makola’s kamer staat vol met fototassen, cameralenzen en statieven. Hij ziet de huidige studenten van de MPW ‘absoluut’ als ‘exponenten van een nieuwe generatie in Zuid-Afrika’. Een generatie die in 2015 en 2016 al ageerde tegen de in haar ogen aanhoudende ongelijkheid, de afschaffing van de apartheid ten spijt. Universiteiten in Zuid-Afrika waren in 2015 en 2016 het toneel van massale protesten tegen standbeelden uit de koloniale tijd en tegen collegegelden die het voor armlastige, zwarte studenten moeilijk maken om te gaan studeren.

Bij de MPW, waar jaarlijks plaats is voor meer dan honderd studenten, zijn er net als in de beginjaren beurzen voor ambitieuze jongeren. Tshepiso Mazibuko kreeg zo’n beurs.

Identiteit en maatschappij

Mazibuko is lang niet de enige jonge fotograaf die de hedendaagse misstanden belicht door de persoonlijke leefomgeving als uitgangspunt te nemen, in haar geval de township Thokoza. Zanele Muholi, internationaal bekend om haar werk over zwarte (lesbische) vrouwen in Zuid-Afrika, is lesbisch. Tijdens een les bij laat een jonge man zijn project zien over zijn township, Soweto, en legt een jonge vrouw uit dat zij wat wil doen over de kinderopvang van haar moeder.

Tswaledi Thobejane vindt dat de studenten van de laatste jaren hun werk iets te veel betrekken op zichzelf. De 64-jarige Thobejane – liefkozend Mister T genoemd – is al meer dan twintig jaar verbonden aan de MPW. Gekleed in een grijze stofjas beheert hij de fototoestellen die worden uitgeleend aan de studenten. Hij is als een vaderfiguur: opbouwend en, zoals dat gaat, kritisch.

‘Persoonlijk snap ik niet wat sommige studenten ons nu proberen te tonen’, verzucht Thobejane. Vroeger documenteerden de fotografen demonstraties, nu gaat het vaak toch over de eigen identiteit, luidt samengevat zijn kritiek. Thobejane vindt dat er onder de jonge generatie onvoldoende besef is van de ‘ontberingen’ uit de apartheidsperiode en van de vooruitgang die er sinds die tijd toch ook wel is geboekt.

Thobejane: ‘Ik weet hoeveel makkelijker het leven tegenwoordig is. Ik kwam in de jaren zeventig uit de provincie Limpopo en mocht niet eens Johannesburg in. Nu kunnen mensen zich vrijelijk bewegen.’

Whitney Petersen is het niet helemaal eens met de kritiek. Ja, de 24-jarige student van de MPW focust op Zuid-Afrikanen die net zoals zijzelf ‘gekleurd’ zijn, met voorouders van gemengde komaf (zwarte, inheemse bewoners, witte Europeanen en Aziaten). ‘Ik wil gekleurde mensen mooi afbeelden, niet met wapens’, zegt Petersen in een verwijzing naar het clichébeeld van wapengeweld in gekleurde gemeenschappen. ‘Op deze manier behandel ik ook een breder maatschappelijk onderwerp. We hebben in Zuid-Afrika nou eenmaal nog steeds de neiging om te denken in raciale stereotypen. Via mijn werk wil ik dat veranderen.’

Tshepiso Mazibuko lijkt er in grote lijnen ook zo over te denken. De criticaster van het concept van de ‘born frees’ heeft het haar ‘missie’ gemaakt om haar ‘eigen gemeenschap’ in beeld te brengen. Omdat, legt ze uit, in die gemeenschap contemporaine thema’s tot uitdrukking komen. ‘Veel jonge mensen die ik fotografeer zijn getroebleerd. Twee ooms van mij kwamen om tijdens de onrust begin jaren negentig, de laatste fase van de apartheid. Ik hoorde de verhalen later pas maar ik draag ze met me mee. Veel mensen hebben zulke verhalen en die wil ik vertellen, omdat ze iets zeggen over Zuid-Afrika. En door de mensen die ik fotografeer zoek ik ook naar mijn eigen identiteit.’

Archiefmateriaal behouden voor Zuid-Afrika

Lekgetho Makola, hoofd van Market Photo Workshop (MPW), wil de 100 duizend euro van de Prins Claus Prijs onder meer gebruiken voor het digitaliseren van het archief van de fotoacademie. Zodat bijna dertig jaar aan beeldmateriaal uit Zuid-Afrika behouden blijft en makkelijker toegankelijk wordt. Ironisch in dit verband is dat David Goldblatt, de grondlegger van de MPW, vorig jaar zijn persoonlijk archief onderbracht bij de Yale-universiteit in de VS. Goldblatt, die in juni van dit jaar is overleden, achtte zijn archief niet langer ‘veilig’ op de plek waar het zich tot dan toe had bevonden, de universiteit van Kaapstad.  De MPW had niet de middelen om het archief te beheren. 

In 2016 demonstreerden studenten in Kaapstad met geweld tegen uitingen van ‘kolonialisme’ aan de universiteit. Schilderijen en foto’s werden verbrand. Het universiteitsbestuur besloot tientallen kunststukken uit het zicht te verwijderen. David Goldblatt zag dit als toegeven aan de geweldplegers, als een aantasting van de vrijheid van expressie.

Lekgetho Makola noemt Goldblatts besluit om zijn archief naar Amerika te sturen ‘verdrietig’. Het archief hoort thuis in Zuid-Afrika, vindt hij. Het verbranden van kunstwerken door studenten in Kaapstad noemt Makola ‘afschuwelijk’. Tegelijkertijd betreurt hij dat Goldblatt geen ‘discussie’ aanging over de toekomst van zijn persoonlijk archief.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.