interview jonathan coe

Jonathan Coe: ‘De Brexit is zo vreemd. Wie had kunnen bedenken dat we ons zo in de nesten zouden werken?’

Hoe schrijft de schrijver? In Londen vertelt ‘State of the Nation’-auteur Jonathan Coe over zijn favoriete genre, zijn kaartenbakjes en natuurlijk over de Brexit.

Jonathan Coe, in zijn tuin te Londen Beeld Joe Hart

The Troubadour is een van de laatste koffiehuizen in Londen. Bob Dylan, Joni Mitchell en Elton John hebben opgetreden in dit etablissement langs Old Brompton Road, halverwege de jaren vijftig opgericht door de Britse Nederlander Michael van Bloemen. Overdag is het een plek waar bezoekers kunnen lezen, schrijven of schaken. De continentale, wat intellectuele ambiance past bij Jonathan Coe, die deze plek, om de hoek van het huis waar hij met zijn vrouw en dochters woont, heeft uitgekozen om te praten over zijn nieuwe boek en zijn schrijverschap.

En over de Brexit natuurlijk. Dat het vertrek van de Britten het onderwerp vormt van Coe’s jongste boek, Middle England, is onvermijdelijk. De 57-jarige staat bekend als de meester van de State of the Nation-roman, een literaire traditie die teruggaat tot Charles Dickens. ‘Wat Churchill is voor politici’, filosofeert Coe, ‘is Dickens voor ons schrijvers.’ In The Rotters’ Club belichtte hij de jaren zeventig, What a Carve Up! behandelt de jaren tachtig en The Closed Circle beschrijft de jaren negentig, met Tony Blair’s opkomst. Number 11 speelt zich grotendeels af in de jaren nul.

Voor Coe’s doen is Middle England een conventionele roman, maar als hij nu zou zijn begonnen had hij het anders aangepakt. ‘Ik zou een absurder boek hebben gemaakt, of een farce met het Lagerhuis als decor. Brexit is zo vreemd. Wie had kunnen bedenken dat we ons zo in de nesten zouden werken? Heb je The Liberal Politics of Adolf Hitler gelezen, waarin John King de EU neerzet als een door Duitsland bestuurde neoliberale dictatuur? Ik had een Remainer-versie kunnen maken. Ook The Wall van John Lanchester, waarin een muur langs de Engelse kustlijn vluchtelingen moet tegenhouden, spreekt me aan. Jammer dat ik het niet heb bedacht.’

Dat de kritieken op Middle England overwegend positief zijn, is een troost voor Coe. Hij heeft, net als de meeste collega’s, moeite met de Brexit. ‘Hoe bekijkt de rest van de wereld ons? Een Franse vriend vertelde me dat hij Monty Python’s Flying Circus altijd erg leuk vond, maar dat hij nooit besefte dat sketches als The Ministry of Silly Walks en The Upper-Class Twit of the Year bewaarheid zouden kunnen worden.’ Ironisch genoeg heeft Coe de avond van het referendum op de Franse ambassade doorgebracht, waar een receptie voor hem was georganiseerd wegens de ontvangst van een literaire onderscheiding. ‘Het was een viering van Europees-zijn.’

Toen hij om twee uur ’s nachts naar bed ging, zag het er al uit dat het Brexit zou worden, maar toen zijn oudste dochter hem vijf uur later wakker schudde, was het definitief. ‘Ik vond het vooral vreselijk dat de Brexit ons geestelijke universum jarenlang zou gaan overheersen.’ Coe zegt de verleidingskracht van nostalgie te begrijpen, een sentiment dat ligt opgesloten in het woordje ‘back’ in de slogan Take Back Control, of in ‘again’ in Make America Great Again. ‘Iedereen kent nostalgie. Kijk naar Benjamin, die terugverlangt naar de solidariteit en gemeenschapszin uit de jaren zeventig.

Beeld Joe Hart

‘Het wordt problematisch wanneer nostalgie een politieke strategie wordt. Afscheid nemen van de EU is een belachelijk gebaar. Over een paar jaar zullen we er achter komen dat deze gevoelens niets te maken hadden met de EU en dat we ons nog steeds rot voelen, ons opwinden over dezelfde zaken. De Brexit is de overtreffende trap van gevoelens die overal in Europa waarneembaar zijn en daarom denk ik dat Middle England ook daar begrepen zal worden. Het boek gaat net zomin over de Brexit als het EU-referendum over de Europese Unie ging.’

Waarom wilde u Middle England schrijven?

‘Ik wilde laten zien hoe de cultuuroorlogen waar we al een decennium mee te maken hebben, en die zich in ons land via de Brexit manifesteren, de levens van gewone mensen hebben veranderd, hoe gezinnen en generaties zijn gespleten. Centraal staat het huwelijk tussen Ian en Sophie, Benjamins nichtje. Ze hebben hun diepe verschillen van mening begraven weten te houden, maar met het referendum komt alles bloot te liggen.’

Hoe bent u op het verhaal gekomen?

‘Er zitten veel autobiografische elementen in. Het speelt zich af in de Midlands, het midden van Engeland waar ik vandaan komt. Maar middle is ook een manier van denken, een sociaal milieu, het land van Daily Mail-lezers. Het middelste deel van het boek noem ik het Diepe Engeland, met de golfclub in hoofdstuk 23 als het diepste van het diepste. 

‘Als je Engeland wilt begrijpen, ga je naar een golfbaan in de Midlands. Hier speelt een jeugdtrauma. Elke zomer ging ik met mijn broer en ouders met de caravan naar Schotland voor een golfvakantie. Ik haatte golf en was daarom de caddie. Ik heb veertig jaar moeten wachten om daarmee af te rekenen. Golf is ideaal voor boeken omdat het voor 90 procent bestaat uit wandelen en converseren. Het komt opvallend weinig in boeken en films voor, terwijl het goed kan werken. Weet je wat het belangrijkste motief van Goldfinger is bij zijn jacht op James Bond? Dat die hem heeft verslagen met golf. Een ander decor waar ik goed bekend mee ben zijn tuincentra. Je kunt er de hele dag doorbrengen, om tuinhekjes te kopen, te eten, clowns te zien optreden en zelfs boeken te kopen, romans, boeken over de oorlog en over hoe je rozen kweekt. Mijn dochters kwamen er graag. 

‘Tegenwoordig neem ik mijn moeder regelmatig mee naar een tuincentrum nabij Worcester, waar ze woont. Ze vindt Middle England mijn beste boek, zegt ze, ondanks de komische manier waarop plekken worden omschreven die haar dierbaar zijn, de golfbaan en het tuincentrum. Maar ze ziet dat er ook liefde spreekt uit mijn beschrijvingen. Mensen vragen weleens waarom ik geen boze roman heb geschreven, maar ik hou van Engeland, zelfs van het Brexit Engeland. Het EU-referendum verleidde ons om vragen over ons land te stellen, hoe we ons voelen over Engeland. De echte vraag was: op welke manier hou je van je land? Er zijn veel Engelanden. Een van de personages is bijvoorbeeld een socialist die ook een patriot is. Wat ik wil zeggen: niet iedere vaderlandslievende Engelsman is geobsedeerd door Churchill en Duinkerken.’

Jonathan Coe, in zijn tuin te Londen Beeld Joe Hart

Wat was de eerste zin die u opschreef?

‘Dat was de eerste zin. ‘De begrafenis was voorbij.’ Meestal overleven mijn eerste zinnen niet, maar deze bleef staan, een korte, krachtige zin. Ik hou niet van lange openingszinnen, wil het de lezer niet meteen moeilijk maken. ‘Call me Ishmael’ uit Moby-Dick is een van mijn lievelingszinnen, al voelde ik ook veel  voor een alternatief dat een schrijver ooit opperde: ‘I hope you motherfuckers like reading about whales’.’

Hoe lang hebt u over het boek gedaan?

‘Het schrijven nam slechts tien maanden in beslag. Dat komt doordat Middle England een vervolg is op The Rotters’ Club en The Closed Circle, compleet met bekende personages als Benjamin, Doug en Lois. Ik zag ertegenop om een hele nieuwe cast te bedenken. Ze zullen in de toekomst weer terugkomen, in een vierde deel.’

Hoe bent u bij deze uitgeverij terechtgekomen?

‘Bij Penguin zit ik al dertig jaar en ik weet niet beter. Ik ben een gewoontemens. Ik had dertig jaar dezelfde literaire agent totdat deze onlangs met pensioen ging. Ik heb al dertig jaar dezelfde vrouw, met wie ik al twintig jaar in een te klein appartement woon. Ik zie erg op tegen verhuizen en het gedoe dat daarbij komt kijken. Het paradoxale is dat progressieve mensen als ikzelf tegenwoordig de behoudzuchtigen zijn, tevreden met de status quo. Rechtse mensen, zoals de brexiteers, zijn nu de revolutionairen die alle kaarten in de lucht werpen.

Heeft uw redacteur veel veranderd?

‘Bij Penguin had ik twintig jaar dezelfde redacteur, maar sinds twee jaar is er een nieuwe, een jonge vrouw. Ze komt met meer suggesties dan haar voorganger, zet me flink aan het denken. Bij Middle England had ze vijf pagina’s aantekeningen, met zes fundamentele wijzigingen. Met drie ging ik akkoord, bij de andere drie gaf ik tegengas. Het is een goede relatie. Dat er tussen het inleveren van het manuscript en de verkoop in de winkel slechts vijf maanden zaten, is daar een bewijs van.’

Hou zou u uw stijl omschrijven?

‘Ik teken voor komisch-realistisch.’

Hoe schrijft u?

‘Vroeger ging ik naar bepaalde plekken om te schrijven, op het platteland meestal, weg van de bewoonde wereld, de drukte. Tegenwoordig ben ik flexibeler. Meestal schrijf ik thuis, maar als ik vast zit, ga ik naar een café. Schrijven bedoel ik letterlijk, met pen en papier, niet de laptop. Een jaar of acht geleden was ik op een literair festival in Zwitserland. Ik besloot terug te gaan met de trein. Al snel na vertrek bleek dat de batterij van mijn laptop leeg was en dat er geen mogelijkheid was deze op te laden. Acht uur niet schrijven! Een ramp! Totdat ik besefte dat ik een pen en een notitieblokje bij me had. Dat werkte goed. Middle England is voor driekwart op deze manier geschreven. Ongelukken zorgen vaker voor grote veranderingen. Als Labourleider Ed Miliband in 2015 niet op zo’n onsmakelijke wijze een kipsandwich had gegeten, zou hij de verkiezingen wellicht hebben gewonnen en zou de Brexit er nooit gekomen zijn.’

Hebt u weleens opgegeven omdat u dacht dat het niet goed werd?

‘Nee, ik denk lang na voordat ik begin te schrijven, minimaal achttien maanden. Sommige schrijvers beginnen gewoon, maar ik geloof daar niet in. Je gaat toch ook geen huis bouwen zonder tekening? Bij de Brexit lijkt deze werkwijze trouwens wel te worden gehanteerd. Voordat ik met Middle England begon, nam ik me voor 45 hoofdstukken van 3.000 woorden elk te schrijven – dat is precies zo gebeurd. Ik heb kaartenbakjes gebruikt omdat de structuur erg belangrijk is, het verweven van de persoonlijke verhalen en de politieke.’

Wie is uw voorbeeld?

‘Henry Fielding, over wie ik ooit mijn scriptie schreef. Hij is tegelijkertijd geestig en surreëel, persoonlijk en politiek. Hij is genereus jegens zijn personages. Onlangs ging The Magnificent Death of Henry Fielding in première, een toneelstuk dat ik over hem geschreven heb.’

Over welke passage bent u het meest tevreden?

‘De scène waarin Benjamin in een klerenkast seks heeft met een jeugdvlam. Ik heb er een jaar naar uitgezien om het te beschrijven en de dag waarop het eindelijk kon, was de gelukkigste uit mijn bestaan als schrijver, het maakte me aan het lachen. Ik was niet aardig tegen Benjamin in The Closed Circle en ik wilde hem in dit boek vertroetelen. Zijn boek wordt ook nog eens genomineerd voor de Booker.’

Hoe belangrijk zijn recensies voor u?

‘Normaal gesproken lees ik ze, maar dit keer niet. Ik ben zo aan mijn personages gehecht geraakt dat ik er niet tegen kan dat anderen lelijke dingen over ze zeggen.’

Wat is de ergste kritiek die u zou kunnen krijgen?

‘Dat het saai is. Saaiheid is een kardinale zonde.’

Wie is uw belangrijkste meelezer?

‘Mijn voormalige agent, mijn redactrice, mijn vrouw en een paar vrienden.’

Wanneer begint u aan uw volgende boek?

‘Ik ben begonnen met het denkproces. Het gaat een niet-politiek en niet-actueel boek worden.’

Wie is Jonathan Coe?

Jonathan Coe (Birmingham, 1961) studeerde aan Trinity College, Cambridge, en schreef een proefschrift over Henry Fieldings roman Tom Jones. Hij debuteerde als romancier met The Accidental Woman (1987) en brak echt door met het zeven jaar later gepubliceerde What A Carve Up! (Het moordende testament), een venijnige satire op het Thatcher-tijdperk.

Het was zijn eerste zogeheten State of the Nation-roman, een literaire traditie die teruggaat op schrijvers als Charles Dickens en George Eliot waarin auteurs in fictievorm hun visie op actuele sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen geven. Coe is sindsdien met regelmaat teruggekeerd naar die stijl van schrijven en is dikwijls op zijn best als hij de satiricus in zichzelf vrij baan geeft.

In The Rotters’ Club (2001, De Rotters Club) schreef hij met de nodige zelfspot over de lelijke jaren zeventig, terwijl The Closed Circle (2004, De gesloten kring) de vernislaag van ironie, glamour, uitgekooktheid en coolness aan de kaak stelde, die Coe typerend acht voor het tijdperk rond de millenniumwisseling.

Zijn voorlaatste roman, Number 11 (2016, Nummer 11), voegt daar het cynisme van de heersende politieke generatie en de excessen van de overspannen Londense vastgoedmarkt aan toe. Met een knipoog naar het genre dat hem zo na aan het hart ligt, gaf hij in die roman een politieman genaamd Nathaniel de bijnaam ‘Nate of the Station’.

Dat de satiricus pur sang Jonathan Coe het rijke materiaal van de Brexit niet links kon laten liggen, zal niemand verbazen.

(Hans Bouman)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.