Jon Lord maakte het orgel tot hardrockinstrument

Toetsenist Jon Lord, een van de oprichters van de legendarische Britse rockgroep Deep Purple, is gisteren op 71-jarige leeftijd overleden. De man achter Smoke On The Water en Child In Time bleef platen maken tot hij niet meer kon.

Jon Lord Beeld epa

In Deep Purple was Ritchie Blackmore de gitaarheld en Ian Gillan de man met de machtige, geëxalteerde vocalen, maar bandoudste Jon Lord - de kalme denker achter de toetsen - was het brein van de band, de man ook van de geluidsbepalende, lyrische orgelpartijen.

Vorig jaar maakte hij bekend dat hij ziek was, maar hij was optimistisch gestemd. In augustus 2011 liet hij weten: 'Ik blijf natuurlijk muziek schrijven en ben ervan overtuigd dat ik volgend jaar weer op de planken zal staan.'

Hammond-orgel
Lord werd geboren in Leicester, waar hij vanaf zijn vijfde klassieke pianolessen kreeg en als tiener jazz en blues ging spelen op een Hammond-orgel. Toch wilde de jonge Jon Lord later geen muzikant worden, maar acteur: in 1959 verhuisde hij naar Londen om drama te studeren.

In de hoofdstad werd hij professioneel muzikant, eerst in de jazzcombo's van Bill Ashton en Art Wood, pas daarna in popgroepen als Santa Barbara Machine Head en The Flower Pot Men. In 1967 ontmoette hij gitarist Ritchie Blackmore, met wie hij in 1968 rockband Deep Purple vormde. Met de cover Hush had de groep meteen een hit, die een prelude op het oeuvre zou blijken: op de relatief onbekende eerste drie albums was Deep Purple nog zoekende.

Symfonie
Het groepsgeluid kristalliseerde zich uit toen in 1969 de legendarische 'Mark II' ('Bezetting II') tot stand kwam, met Lord, Blackmore, frontman Ian Gillan, bassist Roger Glover en drummer Ian Paice. Het eerste kunstje was een heuse klassieke symfonie, door John Lord gecomponeerd: Concerto For Group And Orchestra.

Meteen daarna, in 1970, forceerde het hardrockalbum Deep Purple In Rock de wereldwijde doorbraak. Het album bevat onder meer het gedragen rockepos Child In Time, dat een van de klassieke stukken van de seventies hardrock werd.

Overdonderend
Nog succesvoller werd het album Machine Head (1972), met de onverwoestbare hardrockklassieker Smoke On The Water, gedragen door een van de beroemdste rockriffs ooit. Tijdens de wereldtournee die volgde, werd het live-dubbelalbum Made In Japan (1972) opgenomen, dat laat horen hoe overdonderend Deep Purple in die jaren klonk.

Deep Purple viel in 1976 uiteen, maar werd in 1984 heropgericht in de succesbezetting, al zou die niet lang standhouden. Blackmore vertrok, ook Gillan stapte er een tijd uit, maar Jon Lord bleef tot 2003 onafgebroken deel uitmaken van Deep Purple, dat de albumsuccessen uit de vroege jaren zeventig niet evenaarde, maar wel wereldwijd volle zalen bleef trekken.

Hoogtepunt
Hoewel het werk nooit zo beroemd werd als de grote rockhits, bleef Jon Lord altijd bijzonder trots op zijn Concerto For Group And Orchestra. Toch zat een nieuwe uitvoering er jarenlang niet in omdat de originele partituur verloren was gegaan. Met hulp van de Nederlandse musicoloog, componist en Deep Purple-fan Marco de Goeij herschreef Lord de partituur op het gehoor. De uitvoeringen in de Royal Albert Hall in Londen, in september 1999, noemde hij een hoogtepunt in zijn leven.

Hij bleef platen maken tot hij niet meer kon (persoonlijke soloplaten als Pictured Within, klassieke composities, pretentieloze live-albums met The Jon Lord Blues Project) en speelde in de 'tussenjaren' 1978-1984 zelfs even in hardrockband Whitesnake, maar Jon Lord zal toch altijd de man blijven van Child In Time en Smoke On The Water, de muziekintellectueel die van het orgel een hardrockinstrument maakte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.