Jolande Withuis schreef een persoonlijk boek over haar communistische vader

''Wij communisten' vonden de wereld belangrijker dan het individu'

Opgevoed in een gezin waar de strijd alles was en het individu niks, schreef Jolande Withuis een persoonlijk boek over haar communistische vader.

Beeld Bianca Pilet

Jolande withuis woont in Zutphen. In een even statig als knus huis, dat aan de ene kant uitkijkt op de oude stadsmuur en aan de andere kant op de binnentuin van een voormalig klooster. Het is in de binnenstad, maar er heerst een volmaakte rust. Ze woont er nu vijftien jaar met haar man.

Zutphen speelt een grote rol in haar familie. Haar vader, Berry Withuis, werd er in 1920 geboren, in een gereformeerd gezin. Hij verloor al jong zijn vader, viel van zijn geloof en werd communist. Ook Jolande Withuis werd er geboren. 'Zutphen met ph', schreef ze als kind trots.

Maar zo gauw het kon, trokken Berry en zijn vrouw Jenny van Ringen naar Amsterdam, waar hij redacteur werd van dagblad De Waarheid en later zelfstandig schaakjournalist. Daar, in Amsterdam Oud-West, werd Jolandes broer Max geboren en daar groeiden ze op, in de tijd van de Koude Oorlog. Hun ouders waren actieve leden van de Communistische Partij van Nederland (CPN). In 2009 overleed Berry Withuis, die met Jenny toch weer in Zutphen was gaan wonen.

Zutphen betekende voor de opgroeiende Jolande gezelligheid én verwarring. Zij logeerde er als kind graag, bij haar oma en tantes. 'Het was er warm en fijn. Bij mijn tante op schoot zitten, samen boodschappen doen, hand in hand op straat lopen - dat kende ik thuis niet.

'Tegelijkertijd wist ik dat dit de wereld was waar mijn ouders niet meer bij wilden horen. Mijn Zutphense familie was 'burgerlijk', de verafschuwde mensensoort. Ze hielden zich bezig met kleine, egoïstische dingen als verjaardagen en huwelijken.

'Ik had al jong door dat de dingen die ik leuk en gezellig vond, eigenlijk te min waren. Mijn tantes en oma waren aardig, maar kennelijk een beetje dom. Ze geloofden in sprookjes, in God. Wij wisten hoe het écht zat. Maar alles waarvan ik wist dat ik het moest minachten, vond ik heerlijk. Dat gaf wrijving. Ik voelde me een overloper.'

Een paar keer tijdens dit gesprek zal Jolande Withuis zichzelf geschrokken onderbreken: 'Dit wordt toch geen larmoyant verhaal hè? Ik ben beslist niet zielig, hoor.'

Nee, de vrouw die met relativerende humor vertelt over haar leven kun je onmogelijk zielig noemen. Als haar jeugd moeilijk is geweest, dan is ze daar glorieus uitgekomen. Ze was een gerenommeerd onderzoeker bij het Niod (Instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies). Ze schreef schitterende en bekroonde boeken zoals Na het kamp. Vriendschap en politieke strijd en de biografieën van verzetsheld Pim Boellaard en koningin Juliana. Non-fictie op zijn best: levendig, betrokken en met groot inlevingsvermogen geschreven, met een solide basis van onderzoek. En zo'n boek is ook Raadselvader, al gaat het over haar eigen vader. Het is meer dan een ouder-kindverhaal; behalve dat het herinnering én reflectie biedt, schetst het een prachtig tijdsbeeld.

Maar het is moeilijk géén medelijden te hebben met het meisje dat ze beschrijft in Raadselvader, een boek dat persoonlijker is dan haar vorige. Ze doet zo haar best iedereen te plezieren en geen last te bezorgen. Ze is een ijverig, leergierig communistje in de dop, dat verlangt naar goedkeuring en liefde. Larmoyant beschreven is het niet, maar als lezer ontkom je er niet aan dat hartverscheurend te vinden.

Beeld Bianca Pilet

Wat er ook gebeurd is tussen jullie, in dit boek blijft de liefde en bewondering voor je vader voelbaar. Al in het eerste hoofdstuk schrijf je: 'Mijn vader was mijn held'.

'Zeker. Ik was het kind van Berry, en hij was niet zomaar iemand. Hij ging om met beroemde schakers, iedereen kende hem. Kameraden in de CPN bewonderden hem. Ik denk dat ik al jong doorhad dat de wereld van de mannen interessant was. Mijn vader hield zich met interessante dingen bezig. Hij was in het gezin nogal afwezig, vooral toen hij op de redactie van De Waarheid werkte. Later, toen hij als freelancer over schaken schreef, werkte hij thuis. Maar ook toen was hij geestelijk afwezig. Hij had belangrijkere dingen aan zijn hoofd. Ik had al snel door dat dat de leukere dingen waren: schrijven, op pad gaan.

'Mijn vader had iets flamboyants, terwijl mijn moeders thuis de eindjes aan elkaar knoopte. Zij had zorgen als: met dit stuk kaas moeten we de hele week doen. Ze klaagde nooit. Mijn vader had niet in de gaten hoeveel moeite het kostte om van weinig geld een huishouden draaiend te houden. Hij heeft nooit een spijker in de muur geslagen of een pan op het vuur gezet, nooit een rekening verstuurd. Zij hielp hem bij zijn werk. Zonder haar was het voor mijn vader moeilijk geweest om te freelancen. Zij zorgde voor de afspraken, de facturen, de administratie.'

Je schrijft dat je ten tijde van de Koude Oorlog bent opgegroeid 'zonder een fundament van veiligheid', in een aan communisten vijandige omgeving. Als kinderen één ding nodig hebben is het veiligheid.

'Zo ben ik er pas later naar gaan kijken. Vergeet niet: tijdens de Koude Oorlog leefden communisten in een oorlogssituatie. Zij hadden in het verzet gezeten, hun leven geofferd, de nazi's verdreven. En nu werden ze met de nek aangekeken. Dat was een groot onrecht. Ze voelden zich bedreigd. Dat maakt ze nog niet 'goed'. Dat is een hedendaags misverstand, dat slachtoffers moreel beter zijn. Maar het was wel een onveilige situatie om in op te groeien.'

Je was een kind dat geen last wilde bezorgen. Dat schrijf je niet, maar dat is voelbaar.

'Ik was altijd aan het manoeuvreren, ik wilde doorhebben wat de bedoeling was. Ik was ijverig en sensitief, ik pikte dingen snel op. Bij ons thuis moest je leren de tekenen te interpreteren. Zoals de uitspraak van mijn vader dat je in een café altijd met je gezicht naar de uitgang moest gaan zitten, 'zodat ze je niet in de rug schieten'. Dat is toch krankzinnig om tegen een kind te zeggen? Hij besefte waarschijnlijk niet hoe serieus mijn broer en ik dat namen. Maar hij meende het.

'Ik kreeg nooit levenslessen. De normaalste dingen, hoe je je gedraagt in gezelschap, hoe je mensen ontvangt, dat heb ik allemaal zelf moeten bijspijkeren. De paar dingen die hij me meegaf, nam ik ernstig. Dat je bij een hongersnood een shaggie moet draaien in een ouwe krant, bijvoorbeeld. Ik heb het een keer geprobeerd maar het werd niks.'

Zoals het bij jou thuis ging, was gewoon?

'Ik besefte wel dat het bij ons thuis anders was dan bij gewone mensen. Daar schik je je in. Ik was ervan doordrongen dat mijn vader in de oorlog vreselijke dingen had meegemaakt. Daar had ik ontzag voor. Maar wát was er precies gebeurd? Dat vertelde hij niet.

'Je wist dat je niet moest zeuren. Je wist ook dat andere mensen er verkeerde ideeën op nahielden, hen moest je wantrouwen. Niet vertellen waar mijn vader werkte. Tegelijkertijd moest je altijd beleefd blijven; wij waren beschaafde mensen. Maar we hoorden niet bij de anderen.'

Het heeft iets van uitverkorenheid, om een gereformeerd woord te gebruiken.

'Die houding was heel superieur. Daardoor houd je het ook vol. Wij zijn vóór het volk, maar het volk is toch vrij dom. Het begrijpt niet hoe de wereld in elkaar zit; dat moeten wij ze vertellen. Dat heeft religieuze trekken, terwijl het streven juist was om rationeel te zijn. Communisten hadden zich aan het geloof ontworsteld, zij geloofden in iets wetenschappelijks, anders dan vage wereldverbeteraars. Als kind kreeg ik te horen: wij hebben in de oorlog het fascisme verslagen. Wij hebben de vuurproef doorstaan.

'De CPN was hiërarchisch, maar officieel was dat niet zo. Het idee was: we hebben een gezamenlijk doel. Je wordt gerespecteerd om wat je hebt gepresteerd. Iedereen mocht de voormannen Marcus en Paul noemen.

'Communisten werden door alle anderen als de gezamenlijke vijand beschouwd. Als je van buitenaf bedreigd wordt, ga je binnenshuis niet twisten, dan sluit je de gelederen. Nooit de vijand in de kaart spelen, dat was de grondregel.'

Waarom hadden communisten in jouw jeugd zo veel moeite met affectie en emoties? Welk kwaad werd ervan verwacht?

'Dat die gevoelens concurreren met de grote, belangrijke zaak. Ze houden de mensen af van de klassenstrijd.'

Dat klinkt als Reviaanse ironie.

'Maar het was diepe ernst. 'Wij communisten' vonden de wereld belangrijker dan het individu. Er was weinig intimiteit. We werden niet geknuffeld, er werd nooit gevraagd: hoe was het op school? Mijn ouders hebben zichzelf daarmee veel ontzegd. Volgens mijn maatstaven was hun relatie afstandelijk, maar ze hebben het wel al die jaren plezierig met elkaar uitgehouden.

'De opvoedingsidealen van mijn ouders waren ook mooi. Ze waren vrijmoedig. Ze lieten mijn broer en mij vrij. We hoefden niet op tijd thuis te komen, we werden niet gedwongen lid te worden van communistische clubs, we hoefden niet in het huishouden te helpen. De keerzijde was: ze hadden niet door wat ik uitvoerde en of het wel goed met me ging. Dat ze emotioneel tekortschoten, kwam niet bij hen op.'

Je beschrijft de schok toen je hoorde dat de broer van een vriendinnetje dood in bed was aangetroffen. Je vertelde thuis niets.

'Nee, dat zou veel te intiem zijn. Mijn vriendinnetje had het mij op mijn zolder verteld. Als je dingen niet kunt uiten, worden ze bedreigend; kennelijk kon je zomaar doodgaan. Je krijgt ook geen troost. Dat vriendinnetje, mijn moeder en ik gingen samen een spelletje scrabble doen. Geen woord over die broer. Ik moest de volgende dag moed vatten het te vertellen. Mijn moeder vroeg niet: 'Kende je hem? Was hij ziek? Vind je het erg?' De ouders werden niet opgebeld. Ik was 16, maar het kwam niet in me op naar de begrafenis te gaan.

'Tegenwoordig kijk ik verbaasd naar jonge mensen die overal om huilen en elkaar omhelzen en troosten. Overal moet nazorg voor komen - dat vind ik het andere uiterste.'

Je ouders kwamen wel voor jullie op.

'Dat was hun vorm van liefde, strijdbaar gedrag. Op de lagere school zat ik in het rijtje van de betere leerlingen, die bijles kregen. Vervolgens gingen die naar de middelbare meisjesschool of de driejarige hbs. Maar mijn ouders, ontwikkelde mensen ook al hadden ze weinig diploma's, dachten: waarom niet naar het gymnasium? Dat zeiden ze tegen de onderwijzer en toen kon ik ineens naar het Barlaeusgymnasium.

'Ik heb daar trouwens weinig opgestoken: ik deed braaf mijn best, haalde mijn diploma, maar de leerstof sloot niet aan bij mijn wereld. Bij alles wat ik leerde, dacht ik: deugt dit wel? Het deugde natuurlijk heel vaak niet.

'Ik hoor het mijn leraar Grieks nog zeggen: 'Fascisme en communisme zijn hetzelfde'. Voor mij waren ze elkaars tegengestelden. Ik zei dan niets terug. Ik was veel te verlegen om het communisme te verdedigen. Ik had weinig vriendinnen, ik was een buitenstaander.'

Als beginnend student sociologie was je actief in de CPN en bij de verwante studentenvereniging ASVA. Na een paar jaar kwam de ommekeer.

'Ik stortte in, kreeg paniekaanvallen. Ik kon niet meer verder, ik moest in psychotherapie. Ik dacht: ik heb vast een hersenziekte, want ik heb toch een perfecte jeugd gehad? Ik had geen honger gehad of kou geleden, ik was nooit geslagen. Ik mocht studeren. Wat was erop aan te merken?

'Langzamerhand werd me duidelijk dat bij mij de basis ontbrak. De zekerheid in deze wereld te horen, er te mogen zijn. Dat heeft schade veroorzaakt. Dat is wat die therapie me duidelijk heeft gemaakt. Ik heb er nooit met mijn ouders over kunnen praten. Ze wisten dat ik in therapie was, maar psychische problemen pasten niet in hun manier van denken: ze hadden toch alles voor me gedaan? In hun ogen was het voldoende om genoeg te eten te hebben, in veiligheid en zonder geloofsdwang te leven. Dan heb je het goed.

'Politiek bewustzijn was het hoogste. Als je maar politiek bewust en actief was, dan werd je nooit ziek, ongelukkig, of dement. Ik ben allergisch voor hedendaagse positief-denkenvarianten daarvan. Alsof je ziekte altijd kunt voorkomen.'

Beeld Bianca Pilet

Ziekte, depressie, angst, die waren taboe in jullie gezin?

'Ja. Ik was altijd bang dat ik overdreven of dweperig reageerde. Zulk gedrag werd afgestraft met een sneer. Dat ik angstig was, zou ik nooit tegen mijn ouders hebben gezegd. Angst was iets voor domme mensen. Ook voor de vijand moest je niet bang zijn. Je moest daadkracht tonen, inzicht hebben, de vijand bestrijden. Je mocht zelfs niet bang zijn voor de atoombom. Je moest ertégen zijn. Strijdbaar zijn.'

Eind jaren zestig, toen jij studeerde, kwam links zijn in de mode. Net toen jouw geloof in het communisme begon te wankelen.

'Ik stond altijd haaks op de generaties. Als scholier was ik, kind uit een communistisch gezin, een uitzondering. Toen ik studeerde en na een paar jaar begon te twijfelen aan het communisme, werd iedereen juist heel links. Het werd hip om af te geven op burgerlijkheid. Net toen ik begon te denken: Kerstmis, gezellig, schaften mijn generatiegenoten Kerst af.'

Je bent al eerder, voordat je de biografie van Juliana schreef, aan Raadselvader begonnen.

'Ik wilde de biografie van mijn vader schrijven, zijn levensverhaal. Het ging moeizaam. Ik liet een vriend iets lezen en die zei: 'Interessant hoor, die Berry, maar hoe was het voor jou om zijn dochter te zijn? Dát wil ik lezen.' Maar dat durfde ik toen niet op te schrijven.'

Hoe kwam je op het idee om Juliana. Vorstin in een mannenwereld te schrijven?

'Het was niet mijn idee, maar dat van mijn redacteur, Leonoor Broeder. Ik dacht: ík, de biografie van Juliana? Ik heb nooit iets gehad met het koningshuis. Ik vond haar eerst geen interessant iemand. Maar volgens Leonoor was het een perfect onderwerp voor mij: ik heb vrouwengeschiedenis gedoceerd, ik ben goed thuis in de 20ste eeuw. Nog tijdens dat gesprek dacht ik: misschien heeft ze gelijk. Die zomer ben ik de biografie van Wilhelmina van Cees Fasseur gaan lezen. Toen werd ik gegrepen. Ik vroeg me af wat het met een kind doet als het zo opgroeit.'

Juliana was een eenzaam kind.

'Door mijn eigen geschiedenis ben ik geïnteresseerd geraakt in wat een jeugd met iemand doet. Verzetsheld Pim Boellaard bijvoorbeeld was beschermd opgevoed, in een bevoorrecht, rijk milieu. Je zou denken dat daar een watje uit groeit, maar dat was niet zo. Hij is liefdevol én met plichtsbesef opgevoed. Hij waagde zijn leven voor anderen.

'Ik kijk altijd naar individuen. Dat is mijn reactie op het communisme: ik reduceer mensen nooit tot een sociale categorie en ben wars van economisch determinisme. Boellaard vertegenwoordigt voor mij geen 'klasse'. Ook rechtse mensen zaten vaak in het verzet. Ik ontdekte dat het een van de vele fabeltjes was dat het verzet links was. Er zijn veel rechtse verzetslieden geëxecuteerd. Gelovige mensen, Oranjegezinde mensen. Dat heb ik allemaal moeten ontdekken. Op het Niod was het grapje dat ik de heldin van de oude rechtse mannen was.'

Juliana was een bevoorrechte én een gekooide vrouw.

'Juliana heb ik beschouwd als een individu dat op haar manier probeert van een onmogelijke situatie het beste te maken. Vooral haar gebrek aan informatie trof me. Zij had alleen adellijke kinderen om zich heen, niemand was eerlijk tegen haar. Ze las geen krant, ze kon niet naar de bibliotheek. Ook ik ben opgegroeid met een gebrek aan informatie. Het heeft lang geduurd voor het tot mij doordrong dat Stalin een massamoordenaar was. Ik kan me niet herinneren dat hij in de geschiedenisles voorbijkwam, misschien heb ik het niet willen horen. Thuis hoorde ik alleen dat hij Hitler had verslagen. Eerst was hij een held, daarna een taboe; ik vroeg nooit naar wat hij had gedaan.'

Na de biografie van Juliana lukte het wél om Raadsel-vader te schrijven.

'Ik kreeg door dat ik er niet aan ontkwam om mezelf erin te beschrijven. Het is mijn reconstructie. Daarna ging het schrijven ineens wél.

'Ik vind het belangrijk dat dit boek pure non-fictie is. Als ik iets niet wist, zocht ik het uit, maar als ik er niet achterkwam, schreef ik dát gewoon op. Ik wilde geen kloppend, rond verhaal vertellen, want dat is het niet.'

Wat je wel hebt geleerd in die ingewikkelde jeugd: het verenigen van tegenstrijdige werelden.

'Met mijn tantes aan de ene kant en mijn vader aan de andere moest ik de verhalen aan elkaar breien: zij vindt dat omdat hij... hij doet zo omdat zij... Ingewikkeld, maar ik ben goed geworden in observeren en ik heb ervan leren denken. Waarom vinden mensen elkaar niet deugen, terwijl jij ze allebei aardig vindt?

'Ik kan niet tegen simplisme. Ik zoek tegenstrijdigheden. Ik ben gevoelig geworden voor het superioriteitsdenken van religies en ideologieën. Als biograaf zoek je naar de motieven. Ik heb gezien dat verhalen van mensen over dezelfde gebeurtenis heel verschillend kunnen uitpakken.

'Bij het oorlogsonderzoek was oral history een tijdlang in de mode. We kregen bij het Niod een hausse aan ervaringsverhalen. Maar die verhalen zijn niet per se waar. Je moet je afvragen: wat was de context, wat vertellen anderen hierover? Het is niet zo dat mensen liegen. Ze willen begrijpen wat er is gebeurd, ze maken er een verhaal van dat jij als wetenschapper weer uit elkaar moet pulken.'

Je eigen vader bleef een 'raadselvader' voor je. Echt kennen liet hij zich niet.

'Zich niet laten kennen, dat vind ik een mooie, dubbelzinnige uitdrukking. Ik denk niet dat hij gevoelloos was. Hij had humor, dat is het tegendeel van gevoelloosheid. Hij verloor jong zijn vader, daar is de oorlog overheen gekomen en daarna de Koude Oorlog. Die ervaringen hebben hem gepantserd.

'Zijn woorden op zijn sterfbed waren typerend. Ik zei op een zeker moment: 'Ik ga.' Hij: 'Dat is de trap af.' Geen zoen, geen grote woorden, geen traan. Het gebrek aan affectie is naar, maar het gebrek aan sentimentaliteit vind ik mooi.'

CV Jolande Withuis

1949 Geboren in Zutphen.

1967 Eindexamen gymnasium B, Amsterdam.

1980-1995 Docent vrouwenstudies VU en Universiteit Nijmegen.

1981-2003 Medewerker Boeken bij NRC Handelsblad.

1990 Promotie Sociale Wetenschappen.

1995-2007 Columnist Opzij.

1999-2014 onderzoeker Niod, Amsterdam.


Boeken

1995 De jurk van de kosmonaute. Over politiek, cultuur en psyche.

2002 Erkenning. Van oorlogstrauma naar klaagcultuur.

2005 Na het kamp. Vriendschap en politieke strijd (NWO-Eurekaprijs).

2007 De vrouw als mens. De mythe van het sekseverschil.

2008 Weest manlijk, zijt sterk. Pim Boellaard 1903-2001 (Grote Geschiedenisprijs & Erik Hazelhoff Biografieprijs).

2010 (Met Annet Mooij), The Politics of War Trauma. The Aftermath of World War II in Eleven European Countries.

2014 Juliana's vergeten oorlog.

2016 Juliana. Vorstin in een mannenwereld.

2018 Raadselvader. Kind in de Koude Oorlog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.