Johnny rockt gewoon door

De kaartjes voor het wereldkampioenschap voetbal in Frankrijk zijn schoon op, maar met wat duw- en trekwerk valt er voor het tweede concert van Johnny Hallyday op 5 september nog wat te ritselen....

Dus nogmaals, Johnny Hallydays optreden van 4 september is uitverkocht. Dat van 5 september nog niet. Er kunnen tachtigduizend mensen in het Parijse Stade de France, maar toch: opschieten is de boodschap. Want Johnny Hallyday, 54 jaar inmiddels en bijna veertig jaar in het vak als oude rocker, is in Frankrijk nog altijd een wereldster. Wie herinnert zich niet het gevoelige ne suis pas un héro, of het ruige Que ma Harley repose en paix, of het tedere Quelque chose de Tennessee?

Je zou zelfs kunnen volhouden dat zijn ster helderder straalt dan ooit tevoren. Tot voor kort haalde de intellectuele chic van de Parijse linkeroever zijn neus op voor de muzikant. Het verhaal ging dat de man die oorspronkelijk Jean-Philippe Smet heette, enorm dom was. Zó dom, dat hij in z'n begindagen een artiestennaam aannam maar niet wist hoe je het woord 'holiday' spelde en er maar een slag naar geslagen heeft. Bij de Guignols, de nog altijd voortdurende Franse versie van Spitting Image, loopt een Hallyday-pop rond die niet anders dan eenlettergrepig gerommel uitbrengt. 'Huh?' 'Watte?' 'Grumpff'

Maar met die grappen is het nu afgelopen. Het alfa en omega van het Franse intellectualisme, Le Monde, plaatste onlangs een interview over twee pagina's met de man die z'n Hemingway blijkt te kennen en zinnen produceert van meer dan tien woorden. De heiligverklaring van de ster was helemaal voltrokken toen cultuurpaus Bernard Pivot - van het boekenprogramma Bouillon de Culture en het Franse nationale dictee - een column aan hem wijdde. Pivot bekende dat hij meermaals een concert van Hallyday heeft bijgewoond. 'Op het toneel, machtig en kwetsbaar, wreed en teder, lijkt Johhny op geen ander.'

Frankrijk smolt voor verloren zoon Johnny, die zojuist gedurende een half jaar met zijn 43 meter lange jacht Only You de wereldzeeën had doorkruist. Dat smelten kwam mooi uit, want Johnny was wel toe aan wat geestelijke bijstand. 'De belijdenis van Johnny Hallyday' staat boven het Monde-artikel, waarvoor de krant een schrijver in de arm had genomen. Normaliter drukt het eerbiedwaardige dagblad nog altijd nauwelijks foto's af, maar voor Johnny, sigaret in de rechterhand, linkerhand in de spijkerbroekzak, oorring, broeierige blik boven goed gepoetste schoenen - voor die foto had Le Monde bijna een pagina ingeruimd.

De Monde-schrijver vertelt in z'n inleiding hoe hij het dure hotel binnenliep waar Johnny resideerde, en hoe hij van plan was het ijs te breken door wat te palaveren over de inrichting of over Venetië, waar de zanger net vandaan kwam. 'Maar hij haast zich naar de essentie en geeft antwoord op een vraag die ik niet heb gesteld.' Dan brandt hij los. 'Ik weet, zegt Johnny, dat geluk niet bestaat. Er is alleen maar verdriet. En eenzaamheid. Ik praat er vaak over, want ik kan alleen praten over de dingen die ik ken. Als ik praten zeg, dan bedoel ik zingen.'

Johnny wijdt uit over zijn leven als rocker. Over zijn levensstijl waarvoor hij zelf een angelsaksisch neologisme heeft bedacht, ma vie de destroyance. Johnny voelt zich een overlever. 'Wie zijn er nog over? Mick Jagger en ik. Mijn vriend Jimmy Hendrix? Dood. En ik, ik ben als een zieke die alleen nog maar strijd levert om niet te sterven.' Dan volgt de belangrijkste confessie over dat leven van destroyance. 'Cocaïne, ja. Lange tijd rolde ik 's morgens m'n bed uit om meteen wat te nemen. Dat is nu afgelopen. Ik neem wat om te kunnen werken, om de machine te starten, om overeind te blijven. Ik ben er niet trots op, zo is het nou eenmaal, dat is alles.'

Johnny heeft het Légion d'Honneur opgespeld gekregen door de president van de Republiek, en hij zegt: 'Ik zal nooit vergeten dat Frankrijk mijn land is.' Maar gelukkig is hij ook van het Légion d'Honneur niet geworden. 'Zodra de nacht valt, word ik angstig. Daarom moet ik alle nachten uitgaan. Ik ben bang voor de dood. Mijn wagen nemen en mezelf doden op de weg naar Deauville boezemt me geen angst in. Sterven in actie boezemt me geen angst in, maar de zekerheid van de onvermijdelijke afloop is beangstigend. M'n droom is dat het met een klap gebeurt, zonder dat ik het me realiseer. Zoals James Dean.'

In het buitenland mag het niet zijn opgevallen, in Frankrijk leidde het interview met Le Monde tot een storm in de bladen. Fransen zijn toch al niet zo dol op drugs, en daar vertelt Johnny Hallyday plompverloren dat hij elke morgen een lijntje snoof. Deze week kun je geen kiosk binnenlopen, of Johnny kijkt je vanaf dertig verschillende omslagen glazig aan. Dezelfde fotoreportage, van een eenzaam in New York (!) rondstappende Johnny, keert tienvoudig terug. Het blad Gala heeft een opiniepeiling laten doen. 61 procent van de Fransen vindt Johnny 'sympathiek'. Ondanks het feit dat 74 procent 'helemaal niet' verbaasd was over de onthulling omtrent zijn cocaïnegebruik. Maar van de vrouwen wilde 1 procent 'graag' met hem trouwen, 94 procent daarentegen 'beslist niet'.

Dat laatste zal Johnny in zijn eigen termen 'worst wezen'. Hij is trouwens net weer getrouwd, met de 27-jarige Laeticia. Het enige dat telt is hoeveel Fransen z'n nieuwe plaat Plus près de vous kopen. Dat zal wel goed komen, nu het tussen Lille en Perpignan niemand ontgaan zal zijn dat die plaat morgen gelanceerd wordt. Inderdaad, beslist niet dom, die Jean-Philippe Smet.

Martin Sommer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden