RecensieJohn le Carré

John le Carré schrijft een gelaagde, geestige thriller over de Brexit ★★★★☆

Op zijn 88ste is ex-spion John le Carré nog niet klaar met de wereldpolitiek. In een gelaagde, geestige thriller spoort hij de lezer aan de Brexit toch nog eens te overdenken.

Beeld Typex

Mooi dat een 88-jarige schrijver zich nog zo kan opwinden over het rommelige wereldtoneel. Hoofdschuddend staart John le Carré naar de Brexit, en machomannetjes als Trump, Poetin en Boris Johnson hoeven ook niet op zijn sympathie te rekenen. Dat vertelt de overtuigde Europeaan Le Carré (pseudoniem voor David John Moore Cornwell) in interviews en in zijn nieuwe thriller Spion buiten dienst laat hij het zijn personages ronduit zeggen. Dat maakt dit boek hoogst actueel.

Je zou denken: met het eind van de Koude Oorlog zat het er voor John le Carré zo ongeveer op. De ex-spion die schrijver werd, schetste het schaakspel tussen West en Oost in een stapel thrillers, het was zijn hoofdthema. Denk aan The Spy Who Came in from the Cold (1963) en Smiley’s People (1979). Altijd goed geïnformeerd, soms tot ergernis van de volgende generatie MI5- en MI6-agenten – een beetje uit de school klappen, zeg! – maar uiteindelijk las iedereen John le Carré, staatshoofden incluis. Voornaamste conclusie: zijn spionnen lijken in niets op James Bond. Integendeel, hun voornaamste vijand is doorgaans de interne bureaucratie. Weinig actie ook, het draait eerder om de dialogen en de gedachtentrein van de hoofdpersoon van dienst.

Vandaag geen Koude Oorlog meer – het is nog veel erger. Zo concludeert Nat, de 47-jarige veteraan van de Britse Geheime Inlichtingendienst. Voor ingewijden: het Bureau. Hij is gestationeerd geweest in Moskou, Praag, Boedapest, Tblisi, Triëst, Helsinki en meest recent Tallinn in Estland, maar nu is hij terug in Londen. Nat vraagt zich af wat hij en zijn vrouw Prue – een bevlogen advocaat – en hun (opstandige puber-)dochter Steff eens met de rest van hun leven zullen gaan doen. Bij het Bureau hebben ze nog wel een afbouwbaantje voor hem, dat weinig aanlokkelijk klinkt. Hij mag leiding gaan geven aan de Haven, een onderstation van de geheime dienst, op sterven na dood en merendeels bevolkt door kneusjes. Uiteraard loopt alles anders, we hebben het hier over een thriller. Op de achtergrond resoneert de angst dat Trump en Poetin Europa verdelen en dat de Britten daar met open ogen in trappen.

Laag voor laag

Het equivalent van slow cooking, dat is de schrijfstijl van John le Carré. Laag voor laag bouwt hij het verhaal op, maar het begint met zoiets onschuldigs als een badmintonbaan. Om zijn conditie op peil te houden slaat Nat graag een pluimpje bij de Athleticus Club in Battersea, Zuidwest-Londen, waar hij eresecretaris is, de clubkampioen enkelspel en een graag geziene gast voor de vierde set aan de bar. Daar leert hij op zeker moment Ed kennen: nogal een nerd, van Ierse komaf, zo’n twintig jaar jonger dan hij. Of-ie ook eens een potje tegen hem mag spelen? We weten het dan nog niet, maar met Ed hebben we de tweede hoofdrolspeler te pakken – al blijkt dat pas veel later.

Beeld Luitingh-Sijthoff

Tussendoor krijgen we geestige scènes over de operationele slagkracht van het Bureau, geschreven met milde ironie. Ook het gebruikelijke spionnengedoe (‘Hij moest met de bus komen, gewapend met een exemplaar van de Yorkshire Post van de vorige dag onder zijn arm…’) ontbreekt niet: gaat dat echt allemaal zo knullig? Maar het mooist is de scène waarin Nat zijn dochter Steff – die hem maar een saaie ambtenaar vindt – gaat uitleggen wat papa werkelijk voor de kost doet, ze is nu oud genoeg.

Hij: ‘Steff, er is iets met mij aan de hand waarvan je moeder en ik vinden dat je het nu een keer hoort te weten.’

‘Ik ben een onwettig kind’, zegt ze gretig.

Hij: ‘Nee, maar ik ben een spion.’

Zij zwijgt. Geen oogcontact. ‘Dat is het Steff, nu weet je het. Ik heb een noodzakelijke leugen geleefd, en dat is het enige wat ik je mag vertellen.’

Sta je eigenlijk nooit bij stil, deze variant op: hoe vertel ik dit mijn kinderen? Het is een intiem moment in een thriller die de lezer vooral vraagt nog eens een keer naar de Brexit te kijken. Zo van: kies zelf, maar zeg niet dat ik je niet heb gewaarschuwd. Thematiek die je niet dagelijks aantreft in dit genre.

John le Carré: Spion buiten dienst

Uit het Engels vertaald door Rob van Moppes. Luitingh-Sijthoff; 334 pagina’s; € 22,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden