John le Carré: 'Ontduiking en misleiding waren de wapens van mijn jeugd'

Heerlijk om te lezen, de anekdotische verhalen die John le Carré over zijn leven schreef. Maar hij legt niet al zijn vermommingen af.

John le Carré bij de première van de tv-serie The Night Manager op het jaarlijkse Berlijnse Internationale Film Festival op 18 februari 2016. Beeld epa

John le Carré is eigenlijk spion van geboorte. 'Ontduiking en misleiding waren de noodzakelijke wapens van mijn jeugd', schrijft hij in De duiventunnel - Verhalen uit mijn leven. Zijn moeder verliet hem toen hij 5 was, omdat ze niet bestand bleek tegen een echtgenoot voor wie bedriegen, in liefde en in zaken, zoiets als ademhalen was. Op de verschrikkelijke kostschool vermomde hij zich als opgewekte leerling. De spionage en het schrijverschap boden hem de mogelijkheid zich te verheimelijken, werkelijkheid en verbeelding zo te vermengen dat het onderscheid, ook voor hemzelf, vervaagde.

Hij was nog geen 17 toen hij Oxford en zijn vader ontvluchtte om zich in Zwitserland te verdiepen in de Duitse taal en cultuur, hetgeen in 1948 niet zo gebruikelijk was. In Bern zocht hij eenzaam en vertwijfeld zijn bestemming. Hij werd door geheim agenten op de Britse ambassade vlotjes ingelijfd om, in zijn woorden, 'te doen wat in vakjargon een beetje van dit en een beetje van dat wordt genoemd'. Het was vooral kruimelwerk: verslag uitbrengen van bijeenkomsten van linkse studentengroepjes. Het voelde, schrijft hij, 'als een soort thuiskomen'.

Benauwd in huwelijk en werk

Het was de opmaat naar een korte loopbaan die, via de contraspionage in Londen, eindigde in de toenmalige Duitse hoofdstad Bonn, waar hij door MI6 was gestationeerd onder diplomatieke dekmantel. Benauwd in huwelijk en werk, was hij gaan schrijven. Na het grote succes van zijn derde boek, The Spy Who Came in from the Cold (Spion aan de muur, 1963), kon hij het zich veroorloven de dienst te verlaten. Als spion was hij al niet meer bruikbaar nadat media hadden uitgevist dat John le Carré het pseudoniem was van David Cornwell. Hij wist niemand ervan te overtuigen dat hij slechts een gewone ambtenaar met veel fantasie was.

Nu is Le Carré bijna 85 jaar en 23 romans verder. Hij schrijft alle ochtenden stug door, maakt straffe middagwandelingen langs de kust van Cornwall, drinkt een glas op z'n tijd, geniet van een onverwacht gelukkig tweede huwelijk en kan zich nog steeds kwaad maken over het onrecht in de wereld, dat hem zoveel stof biedt.

Zijn nieuwste roman, A Delicate Truth (Een broze waarheid, 2013), was weer een groot succes, zelfs in de ogen van de critici die meenden dat hij na de val van de Muur was uitgeschreven.

Omslag John le Carré, De duiventunnel.

Duiventunnel

Le Carré heeft eerder gepoogd een echte autobiografie te schrijven, maar kwam daar niet uit. De duiventunnel is een bundel anekdotische verhalen, waarvan een aantal is gebaseerd op eerder gepubliceerde artikelen. Ze bestrijken een vol leven, waarin het succes vroeg kwam en hem nooit heeft verlaten, al had hij kort na 'zijn' Koude Oorlog inderdaad moeite zich als schrijver te hernemen; 'de oorlog tegen terreur' kwam als geroepen.

John le Carré kon in zijn leven de werkelijkheid vaak niet aan, maar in zijn boeken is zij onmisbaar. 'Van de geheime wereld die ik ooit kende heb ik een theater proberen te bouwen van de werelden waarin wij leven.' En dat gold ook voor zijn heftige jeugdervaringen. Boeken zoals A Perfect Spy (Een perfecte spion, 1986) zijn sterk autobiografisch.

Na de Muur trok hij nieuwe werelden in, vermomd als een soort journalist, die zoveel gemeen heeft met een spion. Hij heeft een methode: 'Eerst komt de verbeelding, vervolgens het zoeken naar de werkelijkheid. Dan weer terug naar de verbeelding en naar het bureau waar ik nu achter zit.' Hij had het verhaal al in het hoofd toen hij met zijn opschrijfboekje ontberingen en gevaren trotseerde in Cambodja, Panama, Rusland, Libanon, Duitsland, Ingoesjetië, Congo en vele andere streken. De reizen brachten hem de personages en de decors om zijn theaters echt te laten schijnen.

Non-fictie

John le Carré, De duiventunnel - Verhalen uit mijn leven (****). Uit het Engels vertaald door Rob van Moppes. Luitingh-Sijthoff: 384 pagina's; euro 19,99.

Adam Sisman, John le Carré - The biography (***). Bloomsbury (2015); 652 pagina's; euro 24,99.

Oer-Engelse ironie

Dankzij zijn faam had hij makkelijk toegang. Le Carré schrijft met smaak over zijn ontmoetingen met spionnen, bureaucraten, dictators, terroristen, oorlogsverslaggevers, regisseurs, acteurs en andere kleurrijke figuren. Hij ontspoort soms in gewichtigdoenerij, maar weet zich met zelfspot vaak weer tot de orde te roepen. Zo omklemde Yasser Arafat hem enthousiast in een polonaise, maar zag de PLO-leider hem na het feest niet meer staan. Hij drong door tot een Russische maffiabaas, die het onbeholpen interview in een nachtclub beëindigde met een eenvoudig 'lazer op'. En hij laat ook niet onvermeld dat premier Ruud Lubbers tijdens een lunch bij Margaret Thatcher nog nooit van hem bleek te hebben gehoord.

Heerlijk om te lezen mede dankzij zijn vertelkunst, waarin oer-Engelse ironie (in goede handen bij vaste vertaler Rob van Moppes) knap gedoseerd is met mededogen en woede. Maar wie had gehoopt dat de schrijver, eenmaal op dit punt in zijn leven aangekomen, al zijn vermommingen zou afleggen, wacht teleurstelling. 'Er zijn heel wat dingen waarover ik niet graag zou willen schrijven.'

Schaamte

Er is schaamte over zijn eerste huwelijk, zijn afwezigheid als vader, zijn complexe verhouding tot vrouwen. Hij maakt in een aangrijpend hoofdstuk een uitzondering voor zijn eigen vader, de stijlvolle maar gewetenloze oplichter, Ronnie Cornwell, die 'je uit het niets een verhaal op de mouw kon spelden, een personage uittekenen dat niet bestond en een gouden buitenkans schetsen die er helemaal niet was'. Zelfs verhuld in fictie kon hij pas lang na zijn dood over hem schrijven.

Moeilijker te aanvaarden is dat Le Carré over zijn werk voor de inlichtingendiensten niets wenst 'toe te voegen aan wat al door anderen, doorgaans onnauwkeurig, elders is vermeld'. De schrijver acht zich tot in het graf gebonden aan de geheimhoudingsplicht. Meer dan een halve eeuw later zou je denken dat hierover te schrijven valt zonder die belofte te verbreken, al was het maar om de 'onnauwkeurigheden' recht te zetten.

Hij schrijft er wel over, maar vaagjes en luchtig. Het stelde volgens hem ook weinig voor; 'gevaarlijk noch indrukwekkend'. Maar zodra een oude vijand in de Dienst hem geringschattend niet veel meer dan een boodschappenjongen noemde, haastte Le Carré zich dat te weerspreken; hij had toch maar mooi een heel netwerk achter het IJzeren Gordijn gerund.

Omslag Adam Sisman, John le Carré: The Biography.

Biografie

Adam Sisman schrijft in zijn vorig jaar verschenen biografie niet alleen over de pijnlijke episodes in zijn persoonlijke leven, maar heeft ook gepoogd zijn loopbaan als spion uit de doeken te doen op basis van andere bronnen. Volgens Sisman was hij goed op weg carrière te maken, behendig in het infiltreren en screenen van potentiële spionnen en dubbelspionnen. Hij verraadde daartoe niet alleen vrienden, hij sloot ook vriendschappen om te kunnen verraden.

Toen Sisman hem zijn bevindingen voorlegde, zei Le Carré slechts dat ze 'incompleet' waren. In De duiventunnel negeert hij de biografie.

Stanley Mitchell, een oude, linkse studievriend uit Oxford, confronteerde hem er later mee. Le Carré bekende bij de lunch dat hij hem en vele wederzijdse bekenden had bespioneerd. Hij zocht volgens Mitchell vergeving. Zijn slachtoffers moesten volgens hem beseffen dat spionage en moraliteit elkaar uitsluiten en dat spioneren juist daarom zo'n aantrekkelijk beroep is.

Het was tenslotte ook voor de goede zaak, zei hij in 1999 tegen The Times. De vrijheid stond destijds op het spel. 'Iemand moet nu eenmaal de rioolpijpen schoonspuiten.' Het is geen overtuigend verweer voor een schrijver die in zijn boeken zoveel verontwaardiging toont over het verraad waaraan zijn personages ten onder gaan. Zoals in zijn romans, laat Le Carré ook in De Duiventunnel de lezers raden. Dat is nu eenmaal wie hij is en altijd is geweest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden