John Clare analyseerde zichzelf, Gottfried Benn zette het mes in anderen

Boekenweek

Arjan Peters las de ontledingen van Clare en Benn.

Foto Io Cooman en Eva

Met niets en niemand dan zichzelf zat John Clare, een Engelse boerendichter, bijna een kwart eeuw in de inrichting met de hardhandige naam Northampton General Lunatic Asylum.

Rond 1841 schreef hij daar het beroemde gedicht I Am. Niets heb ik meer, mijn leven heeft schipbreuk geleden, de mensen die ik liefheb zijn mij vreemd, schreef hij - nee, vreemder nog dan de rest.

Waar ik naar verlang is een plaats waar ik zo zorgeloos kan slapen als ik in mijn kindertijd placht: Untroubling and untroubled where I lie/ The grass below - above the vaulted sky.

Van de evidente waanzin die Clares opname noodzakelijk maakte, is in zijn gedichten hoegenaamd niets te merken. Wat er aan die gekte voorafging? 'Years of poetical prosing', noteerde de arts die hem diagnosticeerde.

De laaggevooisde Nederlandse zangeres en pianiste La Pat toerde dit voorjaar door het land met een John Clare-programma, dat heeft geleid tot de cd The little toilings of the Honeybee met elf stemmige nummers (lapat.nl; euro 17,50). Daaronder I Am, de unieke ontleding die droef aanvangt maar met een bevrijdende verzuchting eindigt.

La Pat kon met Clare uit de voeten. Al zingt ze ook Duits, ik vermoed dat ze zou terugschrikken voor Gottfried Benn. In de lijkenhuisgedichten die de dichter-chirurg in 1912 uitbracht in de bundel Morgue, nu vertaald door Huub Beurskens (Koppernik; euro 15,- ), worden dampende messen in een dikke buik gezet.

Is het etter wat daar spat?/

Heeft soms de darm een kras gehad? (...) Alles vergroeid. Eindelijk: dit is 't!/ 'Schroei-ijzer, zuster!' Het sist.

Net op tijd; de patiënt boft. De zaal is weer vacant./ Woedend knarsetandend draait op zijn hakken/ de dood zich om en sluipt naar de kankerbarakken.

De hele helse cyclus gooide Benn er in één keer uit, en een vriend bracht zijn gedichten bij een uitgever. Die las de lijkenhuisgedichten van de onbekende twintiger, slaakte een kreet, en drukte Benns debuut acht dagen later.

De 'Zaal van de barende vrouwen' is nog altijd angstaanjagend, en het 'Nachtcafé' betekent het inferno betreden: Jonge krop ziet zadelneus wel zitten/ Betaalt drie bier voor haar.// Baardschurft koopt anjers/ om onderkin te vertederen.

Hoeveel secties Benn ook verrichtte, met mes en pen, tegen het kankergezwel van de naderende wereldoorlogen viel ook voor hem niet op te snijden.

De vergeefsheid van zijn grimmige ontleding was, achteraf, een voorteken.

Meer over