Recensie Theater

Johan Simons’ ‘Jüdin von Toledo’ vergt geduld, maar Schauspielhaus Bochum beloont met superieur spel en fenomenale tekstbehandeling (vier sterren)

De wanhoopscènes die Pierre Bokma speelt in de rol van koopman Jehuda zijn onvergetelijk.

Pierre Bokma en andere actrice in Toledo Beeld Joerg Brueggemann / Ostkreuz

Die Jüdin von Toledo naar de roman van Lion Feuchtwanger door Schauspielhaus Bochum, bewerking: Koen Tachelet, regie Johan Simons. Gezien 1.11 in Schauspielhaus Bochum. Daar nog regelmatig te zien. 

Welgeteld acht keer moesten de spelers na afloop terugkomen om het applaus van het Duitse publiek in ontvangst te nemen. De grote zaal van Schauspielhaus Bochum was tot de nok toe gevuld en beloonde de acteurs en de makers van de voorstelling Die Jüdin van Toledo met een ovatie.

Een betere start had Johan Simons, die met ingang van dit seizoen de nieuwe intendant in Bochum is, zich niet kunnen wensen. Met een voorstelling die bovendien nogal wat vraagt van zijn publiek, namelijk drieënhalf uur lang geconcentreerd luisteren en kijken naar een loodzwaar thema: de tegenstellingen tussen de drie wereldgodsdiensten, en wat voor ellende daaruit voort kan komen - toen en nu, en waarschijnlijk altijd.

Die Jüdin von Toledo is de theaterbewerking van Lion Feuchtwangers roman uit 1954. Gebaseerd op de legende uit de 12e eeuw over het Joodse meisje Raquel dat verliefd wordt op de Spaanse koning Alphonso VIII. Zij is Joods, hij christen en bovendien aanvoerder van de troepen die een kruistocht tegen de islam wil voeren. Zuid-Spaanse steden als Malaga, Sevilla en Cordoba waren toen al grotendeels bezet en bewoond door de Moren.

Deze onmogelijke liefdesaffaire is het raamwerk waarbinnen Feuchtwanger het drama uitrolt. Vanuit het joodse perspectief geschreven gaat deze voorstelling over het gewelddadige christendom, de toenmalige beschaving van de islam en de pogingen van de Joodse bevolking de vrede te bewaren. In wezen woeden in Die Jüdin von Toledo twee oorlogen: die tussen de drie religies en tussen de twee geliefden. Allebei eindigen ze in een slagveld.

Tien acteurs spelen alle personages, waarbij de vader van Raquel, de Joodse koopman Jehuda Ibn Esra (Pierre Bokma), de spil vormt. Wonend in Sevilla verleende hij zijn diensten aan de emir aldaar, in Toledo staat hij koning Alphonso bij en probeert hij het naderende geweld te beteugelen. Intussen raakt hij zijn dochter kwijt aan de krijgshaftige koning. Door dit alles heen speelt een angstaanjagend actueel thema: zesduizend Franse Joden zoeken asiel in Spanje – lukt hen dat, of niet? Aldus ontspint zich een groot drama over vervolgers en vervolgden, slachtoffers en daders die alleen maar kan ontaarden in een gruwelijk bloedbad.

Dit honderd procent politiek theater van Johan Simons leidt aanvankelijk tot ernstig teksttoneel waarin de queeste langzaam uit de doeken wordt gedaan. In het toneelbeeld domineert een witgrijze wand die heen en weer kantelt op een draaischijf. Personages gaan op en af, gekleed in kostuums die refereren aan hun geloof: het paars van de katholieken, de Joodse hoeden. Dat de toeschouwer bij de les blijkt, komt vooral door het superieure acteren van dit ensemble en zijn fenomenale tekstbehandeling. Pierre Bokma (gastspeler in Bochum, zie inzet) excelleert in de rol van Jehuda, een rol die doet denken aan zijn Shylock destijds in Shakespeare’s De Koopman van Venetië. Ongelooflijk hoe hij met zijn stem, lichaam en mimiek zowel de opgewonden als de tragische kant van zijn personage benadrukt. De wanhoopscènes met zijn dochter zijn onvergetelijk. Bokma sluipt van berusting naar woede, naar verslagenheid.

Die gestage opbouw is kennelijk nodig om na de pauze tot een theatrale climax te komen. Dan gooit Simons alle remmen los: bijna tien minuten lang attaqueren de spelers met ijzeren stangen de grote scheidsmuur, resulterend in een spectaculaire geweldsuitbarsting. Seksuele lusten worden verbeeld in bijna komisch aandoende paringsrituelen waarin spelers op en in elkaar klimmen. Sowieso wordt er naar het eind toe keihard fysiek uitgepakt, met Ulvi Erkin Teke (koning Alphonso VIII) als jonge hond, geilaard en roofdier tegelijk. Af en toe is er schitterende muziek, waarin Joodse, Arabische en westerse klanken samenvloeien. Klaagzangen en cello als balsem voor hart en ziel.

In de grootse finale schuift het podium naar achter en vervolgens langzaam omhoog. Op dat hellend vlak van de geschiedenis beginnen de brokstukken van de strijd naar beneden te vallen, inclusief de slachtoffers die zijn gevallen. Alles is verworden tot afval, de wereld is één grote vuilnisbelt geworden.

Duits-Nederlands-Vlaamse samenwerking
De komende vier jaar is Johan Simons (72) intendant van Schauspielhaus Bochum. Het wordt zijn derde grote klus in Duitsland. Van 2010 tot 2014 was hij intendant van de Münchner Kammspiele; van 2015-2017 leidde hij de RuhrTriënnale. Ook in Bochum gaat hij samenwerken met theatermakers en acteurs uit Nederland en België. In Die Jüdin von Toledo speelt naast Pierre Bokma ook Guy Clemens een sterke rol. Elsie de Brauw gaat in Bochum Duitse versies van haar voorstellingen Gif en Zus van spelen, beide naar een tekst van Lot Vekemans. De Vlaamse theatermakers Benny Claessens en Lies Pauwels maken hun regiedebuut in Bochum. Simons zelf regisseert binnenkort Penthesilea met Sandra Hüller (bekend uit de film Toni Erdman) en volgend jaar zijn eerste Hamlet. Ook maakt hij Duitse remakes van Houllebecqs Onderworpen en Platform.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.