InterviewJoe Sacco

Joe Sacco geeft in zijn journalistieke graphic novels een stem aan wie normaal niet gehoord wordt

In Terug aan het land tekent Joe Sacco de treurige en aangrijpende verhalen op van de oorspronkelijke bewoners van Noordwest-Canada. Aan de Volkskrant legt de Amerikaan uit wat het geheim is van een goede journalistieke graphic novel.

Hoe het aan de andere kant van de wereld is. ‘Had je mij dit een paar weken geleden gevraagd, had ik gezegd: hier in Portland, aan de Amerikaanse westkust, valt de pandemie nog wel mee. Maar inmiddels zijn ook hier veel besmettingen, en het zal nog erger worden. Een catastrofe.’

We spreken Joe Sacco via Skype. Hij zit in zijn werkkamer en draagt zijn karakteristieke brilletje. Joe Sacco (59) tilde eigenhandig de getekende journalistiek naar een hoger niveau. Complete documentaires maakte hij in dat genre, maar de reizende reporter zit nu in lockdown. Dus gebruikt hij de tijd om aan zijn nieuwe graphic novel te werken, een verhaal waarin The Rolling Stones centraal staan. Heeft-ie vaker gedaan, muziekverhalen. Over oude bluesmannen, of over zijn jaren als roadie bij de vergeten punkband The Miracle Workers, getiteld But I Like It (2006).

‘De lockdown voelt onnatuurlijk. We hebben geen idee hoelang deze toestand nog gaat duren. Wanneer kan ik weer naar plekken waarover ik journalistieke boeken wil maken? Aan ideeën geen gebrek. Maar ook ik word ouder en er is die pandemie. Tel je dat bij elkaar op, dan denk je: wat zijn mijn kansen? Misschien zit ik de rest van mijn leven wel aan The Rolling Stones vast.’

Normaal doet hij zijn research in streken waar hij de naamlozen een stem probeert te geven, zoals in zijn veelgeprezen verslagen in Onder Palestijnen of Moslimenclave Gorazde (beide Nederlandse edities verschenen in 2011). In een voorwoord noemt de Palestijns-Amerikaanse schrijver Edward Said (1935-2003) Joe Sacco tot een auteur die het opneemt voor ‘de verliezers van de geschiedenis’. ‘Nou ja, losers... Ik wil laten zien dat een boel mensen die aan de verliezende hand lijken recht van spreken hebben. Ik portretteer ze niet als slachtoffers met hoofdletter s; ze vechten terug.’

Beeld Studio V

In zijn zojuist verschenen graphic novel Terug aan het land schetst hij het verstoorde leven van de oorspronkelijke bevolking van de Canadese Northwest Territories: de Dene-stam. Ze leefden van wat het land hen gaf, iedereen kende zijn taak, van generatie op generatie – maar daar kwam een goudkoorts en een jacht op olie overheen. Vervolgens landde er een watervliegtuig. En nog een. Ze kwamen de kinderen van de Dene weghalen om ze naar internaten te brengen waar nonnen van anglicaanse en katholieke huize de opdracht kregen om ‘de indiaan uit het kind te halen’.

Beeld Studio V

Sacco: ‘In de VS zijn er bloederige oorlogen geweest tegen wat toen nog de ‘indianen’ heetten, in Canada was er sprake van een mentale genocide.’ Dat proces begon rond 1870 en ging door tot in de jaren negentig van de vorige eeuw. Dan spreken we over circa 150 duizend kinderen, waarvan er 7.000 zijn overleden. Aan ziekten, maar ook aan heimwee, zelfdoding, depressies en lijfstraffen. 

Weliswaar werden in 2008 door de Canadese regering excuses aangeboden, maar dit is zo’n zaak die allang weer uit het collectieve geheugen is verdrongen. En daar komt Joe Sacco om de hoek kijken: ‘De Dene zijn door de geschiedenis vergeten, maar hun samenleving is tot de dag van vandaag ontwricht. Dat zie je ook aan het alcoholmisbruik en huiselijk geweld; een spiegel van alle koloniale geweld.’

Het boek is een treurig en aangrijpend relaas. Het maakt nieuwsgierig naar zijn werkwijze: hoe komt hij als buitenstaander tot de kern? ‘Voorop gesteld: een onderwerp moet mij in de maagstreek raken. Je gaat er jaren aan werken en kunt niet halverwege zeggen: o, het valt me toch een beetje tegen. Ingang vind ik door contact te zoeken met iemand die door de lokale bevolking wordt gerespecteerd. Vervolgens gaan alle deuren open, en leef ik maanden tussen die mensen. Voor Terug aan het land was chief Paul Andrew heel belangrijk, hij is de verteller van het verhaal. Het mooie aan graphic novels is dat je terug in de tijd kunt gaan en een verdwenen leefwijze kunt reconstrueren.’

Het brilletje van Joe Sacco

Uit duizenden herkenbaar in zijn strips: het brilletje van Joe Sacco. Hij banjert door zijn eigen verhalen, maar de glazen spiegelen waardoor je zijn ogen niet ziet. Daar staat: hij is neutraal. Hij vraagt, hij onderzoekt, maar de mensen en hun werelden die hij schetst vormen de crux van het verhaal. Leuke variant op het the-fly-on-the-wall-principe uit new journalism, inmiddels al 15 albums en talloze korte verhalen lang.

Joe SaccoBeeld Getty

Eenmaal binnen slaat Joe Sacco aan het interviewen en – wat misschien nog meer oplevert – aan het observeren. Hij heeft een notitieblok bij de hand en met een eenvoudige camera maakt hij snapshots. Soms maakt hij een snelle schets, maar het echte tekenwerk doet hij thuis, als alle research erop zit. Die informatie werkt hij uit in een scenario dat op zijn bureau ligt als hij potlood en inkt ter hand neemt.

‘Ik ben oldskool. Ik weet dat andere tekenaars goed overweg kunnen met hun computer, maar ik hou van het papier aanraken en de geur van inkt. Om de spontaniteit erin te houden, maak ik geen storyboards vooraf; de compositie van de pagina moet er in een keer op. Doe ik iets fout, dan pak ik een schaar en knip het eruit, dan plak ik een nieuw plaatje erin en ga weer door.’

Helpen zijn boeken de goede zaak? ‘Geen idee. Ik wil laten zien wat er speelt. We kunnen niet volhouden dat de Palestijnen door mijn boeken beter af zijn, idem voor de Dene. Ik toon verschillende gezichtspunten en misschien hebben zij er iets aan voor hun onderlinge discussies. Maar ik richt mij tot de westerse mens: hallo, wat vinden we hiervan?’

Sacco haalde een journalistieke graad aan de Universiteit van Oregon. Zijn doel: het harde nieuws verslaan voor een krant. Maar hij kon maar geen baan vinden die hem beviel, dus begon hij vanaf 1988 voor zichzelf. Inmiddels is het een hele school geworden: de schrijftekenaar – of de ‘tekende journalist’, bijvoorbeeld de Canadees Guy Delisle vanuit Frankrijk en Jan Rothuizen.

‘Amerikaanse cartoonisten zijn geneigd  hun zielenroerselen te verbeelden, Europeanen richten juist hun blik naar buiten; ze maken reportages of reisdagboeken. Daarmee voel ik mij mee verwant.’ Maar nu even niet. Er is geen buiten. Hij gaat maar weer verder met zijn herinneringen aan de Stones, het eerste deel is over een jaar of twee, drie wel klaar.

Terug aan het land (€ 29,99) van Joe Sacco is verschenen bij Concerto Books.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden